Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

Inleenvergoeding/Loonwaardebepaling

Onderdeel van Beleidsregels Gesubsidieerde arbeid Maastricht-Heuvelland 2023

Bij een groeibaan wordt belanghebbende uitgeleend aan een werkgever die hiervoor een inleenvergoeding dient te betalen. Belanghebbende treedt dus in dienst bij de uitvoeringsorganisatie. Met de uitvoeringsorganisatie is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. De inleenvergoeding, die de werkgever moet betalen aan de uitvoeringsorganisatie, is verschuldigd vanaf de ingangsdatum van het eerste contract en zolang de groeibaan voortduurt. Vervolgens wordt het tarief vastgesteld. Dit doet de arbeidsdeskundige door middel van een loonwaardebepaling. Uitgangspunt is het voor de kandidaat van toepassing zijnde wettelijk minimum(jeugd)loon, inclusief vakantietoeslag en exclusief werkgeverslasten. Er geldt een starttarief van 40% WML, ongeacht de loonwaarde van de kandidaat. Mocht de kandidaat een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt (hogere loonwaarde) hebben, dan kan een hogere inleenvergoeding verschuldigd zijn. Naast de inleenvergoeding wordt een vaste vergoeding van € 195,- (inclusief BTW) per maand in rekening gebracht door de uitvoeringsorganisatie bij de organisatie/het bedrijf waar de deelnemer gedetacheerd is (inlener).

Rechtspraak bij dit artikel