De fietsstalling is eenvoudig vindbaar en toegankelijk voor de beoogde doelgroep, waarbij de onderstaande kwaliteitseisen gelden:
Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsstalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar.
De fietsstalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.
De afstand van de fietsstalling tot de hoofd-/ neven- /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de fietsstalling is bestemd moet zo kort mogelijk zijn. Waarbij deze altijd korter moet zijn dan de maximale loopafstanden zoals gedefinieerd in paragraaf 6.1.
De fietsstalling is bij voorkeur op maaiveldniveau, met een maximale afwijking van één etage.
Het overbruggen van een eventueel hoogteverschil met een fiets moet zo comfortabel mogelijk zijn, waarbij de volgende richtlijnen gelden:
Een hellingbaan is niet te stijl en heeft een hellingspercentage van maximaal 22%.
Een trap heeft ideaal een hellingspercentage van maximaal 18%, met een aantrede van 50 cm en een optrede van 9 cm of met een aantrede van 60 cm en een optrede van 10 cm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.
Voor een fietsstalling waar ook scooters, bakfietsen, scootmobielen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.
Een gebruiker moet de toegang van een fietsstalling gemakkelijk kunnen openen: bij voorkeur automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of kaartlezer.
Een fietsstalling op maaiveldniveau is bereikbaar zonder te hoeven op- en afstappen op de rijbaan, waarbij de toegang tot de fietsparkeervoorziening bij voorkeur gescheiden is van autoverkeer.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.1
Toegankelijkheid van de fietsstalling
Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023