Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.2

Inrichting en bruikbaarheid van de fietsstalling

Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Behalve dat de fietsstalling goed toegankelijk moet zijn, zodat er makkelijk van buiten naar binnen kan worden gegaan, vereist ook de interne inrichting en bruikbaarheid aandacht. De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsstalling zijn als volgt: De fietsstalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Zowel binnen als vanuit de fietsparkeervoorziening naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kunnen gebruikers vanuit de fietsstalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de fietsstalling. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een fietsstalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Ook speelt de route van en naar de fietsstalling (op eigen terrein) een rol bij hoe gebruikers de voorziening ervaren. Daarom is ook de directe omgeving van de fietsparkeervoorziening bij voorkeur goed verlicht, overzichtelijk en schoon. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de fietsstalling kunnen passeren. De gangpaden in de fietsstalling zijn minimaal 210 cm breed en een hoofdgang is minimaal 300 cm breed, zowel voor fiets als scooter. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur9FietsParKeur is de nationale norm voor de toetsing en certificatie van fietsparkeervoorzieningen en – systemen. of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 40 cm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde fietsstalling is 290 cm om dubbellaags-rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 230 cm zijn, omdat dubbellaags-rekken ongeschikt zijn voor kinderen. De hart op hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 80 cm breed. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 40 cm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaardmaten: Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor brom- en snorfietsen, scootmobielen, bakfietsen of andere soorten fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 cm breed). Minimaal 20% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 50 cm) Een parkeersysteem waarin naast standaard fietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische fietsen en scootmobielen met een accu. Afhankelijk van de gebruikersgroep zijn specifieke aanvullende voorzieningen nodig om fietsgebruik goed te faciliteren, zoals kluisjes of de aanwezigheid van omkleedmogelijkheid en/of douches.

Rechtspraak bij dit artikel