Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.2

Wateroverlast

Onderdeel van Watertakenplan Kaag en Braassem 2024-2027

Wij richten ons op het voorkómen van wateroverlast. Als uitgangspunt geldt daarbij dat te treffen maatregelen doelmatig zijn. Kaag en Braassem zet ook de komende jaren in op het treffen van klimaat adaptieve maatregelen in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte (denk aan het meeliften bij rioolvervangingsprojecten en wegreconstructies). Ook blijven we inzetten op verdergaande afkoppeling van verhard oppervlak met als doel de afvalwaterketen te ontlasten en waterhinder en -overlast zoveel mogelijk te beperken. In de Omgevingsvisie is de doelstelling uitgesproken om de leefomgeving van Kaag en Braassem zo in te richten en te onderhouden dat we in de toekomst beter om kunnen gaan met klimaatverandering en extremer weer. Maatregelen die de gemeente Kaag en Braassem treft dragen daaraan bij, maar ook van de inwoners en ondernemers wordt een bijdrage verwacht; de tuinen en daken van alle inwoners samen vormen immers een groot deel van het totale (verharde) oppervlak (zie hoofdstuk 4.4). De kwetsbare gebieden voor wateroverlast zijn in beeld door uitvoering van de Basis Rioleringsplannen (2016-2017) en in het kader van de klimaatstresstest (2019-2020). In deze viewer15https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/ is vrij toegankelijke informatie te verkrijgen over de huidige en toekomstige situatie en risico’s. Reduceren risico op wateroverlast… … onder normale omstandigheden In het kader van het Basisrioleringsplan (BRP) is het hydraulisch functioneren van de bestaande rioolstelsels van alle kernen modelmatig getoetst aan de norm-bui 08 (zie bijlage 0-1). Geconcludeerd is dat er op een aantal locaties theoretisch water-op-straat voorkomt bij bui 08, maar dat dit niet leidt tot potentiële overlast bij deze norm-bui. Uit de praktijk is dat ook niet bekend bij ‘vergelijkbare buien’. Desondanks zijn met deze berekeningen wel de ‘gevoelige plekken’ in beeld gebracht: Locaties met water op straat bij de norm-bui zijn doorgaans ook gevoeliger voor overlast bij zwaardere buien; om deze reden is in het BRP voor al deze locaties bepaald welke maatregelen getroffen kunnen worden om water op straat te voorkómen bij deze gebeurtenis. Het is niet doelmatig om al deze maatregelen solitair (autonoom) uit te voeren. Daarnaast zal bij voorgenomen maatregelen ook altijd een doorkijk worden gemaakt naar zwaardere buien. Uitvoering van de BRP (SSW) maatregelen wordt gecontinueerd, waarbij we onderscheid aanbrengen in autonome maatregelen (grotendeels al uitgevoerd) en maatregelen die in combinatie met andere ingrepen en ontwikkelingen uitgevoerd worden (omwille van doelmatigheid). De komende planperiode is een constant bedrag per jaar16het tempo van uitvoering van de maatregelen staat niet vast (als gevolg van meeliften met andere dragers); de kredieten blijven beschikbaar indien deze later uitgevoerd worden beschikbaar voor uitvoering van deze maatregelen en het benutten van meekoppelkansen (investering I3), naast de in hoofdstuk 4.2.1 aangegeven investering voor particuliere afkoppeling (investering I4). … tijdens extremen Kaag en Braasem heeft daarnaast een hemelwaterstresstest laten uitvoeren; hiermee kan grip worden gekregen op de vraag wat de impact van extreme neerslag is op de rioolstelsels. Of deze impact reden is om maatregelen te treffen is een risicoafweging maar hangt ook af van kansen in de ruimtelijke ordening en ambities op andere (klimaat) vlakken. In de hemelwaterstresstest Kaag en Braasem zijn verschillende situaties en neerslaggebeurtenissen bekeken om inzicht te krijgen in het functioneren van de rioolstelsels bij extreme neerslag. In kaart is onder andere gebracht: De impact van de “Herwijnen bui”, de zwaarste gemeten neerslaggebeurtenis in Nederland. De impact van RIONED Bui 09 en Bui 10, inclusief een verkenning welke gebouwen gevaar lopen bij die bui. De impact van de historische bui (praktijkbui van 28 juli 2014). Bij de hemelwaterstresstest zijn locaties aan het licht gekomen die bovengemiddeld gevoelig zijn voor wateroverlast bij zwaardere c.q. extreme(re) buien dan de norm-bui. De gemeente heeft mogelijke maatregelen in kaart gebracht en de effecten hiervan op het risico op wateroverlast laten berekenen. Uit de hemelwaterstresstest blijkt ook dat het rioleringsstelsel van Kaag en Braassem goed functioneert. Het aantal aandacht locaties is relatief beperkt en vanuit het rioleringssysteem beschouwd is het risico op wateroverlast beperkt. We focussen ons op het uitvoeren van onderzoek naar en uitvoering van effectieve en doelmatige maatregelen om de kans op (potentiële) waterhinder en -overlast in deze gebieden te reduceren door gebruik te maken van het hemelwaterstructuurplan17Analyse van de mogelijke toekomstige hemelwaterstructuur van het rioolstelsel, zodat ontwikkelingen en rioolvervangingen in samenhang bekeken kunnen worden (voorbeeld: als we hier geen regenwaterriool aanleggen, waar moet het hemelwater van het bovenstroomse deel dan naartoe) en nadere (watersysteem)analyses uit te voeren in de SSW’s die de komende jaren opgesteld worden (maatregel M6). Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar het samenspel tussen de riolering en oppervlaktewater; hoge oppervlaktewaterstanden kunnen tijdens zware neerslag leiden tot retourstroming naar de riolering en extra opstuwing veroorzaken, hetgeen het risico op wateroverlast (aanzienlijk) kan vergroten. Een bekend voorbeeld is de bestaande wateroverlast bij Noord- en Zuideinde, zie hoofdstuk 4.2.3. In de planperiode en daarna, hebben wij in onze investeringsplanning ruimte om maatregelen te treffen om potentiële wateroverlast te voorkomen, of om anderszins op een meer duurzame wijze met hemelwater om te gaan door mee te liften met andere ingrepen in de openbare ruimte (investering I3 en I4). Als gevolg van het steeds beter in beeld krijgen van de opgave en concrete maatregelen die getroffen kunnen en moeten worden, wordt na de planperiode rekening gehouden met een toename van de jaarlijks benodigde investeringskosten in de jaren 2028 tot en met 2050 (investering I5). Het betreft opgaven naast de reguliere vervangingsprojecten alwaar meekoppelkansen al benut en gefinancierd worden vanuit het afkoppelbudget. Klimaatadaptatie – maatregelen wateroverlast Naast de (ondergrondse) maatregelen die uitgevoerd worden wanneer het bestaande riool vervangen wordt, betreft het aanvullende (veelal bovengrondse) maatregelen die getroffen kunnen worden indien in de praktijk blijkt dat plaatselijk extra ingrepen gewenst zijn én meegelift kan worden bij ingrepen in de openbare ruimte. Ingrepen om de kans op wateroverlast te reduceren zijn: Het vergroten van de riolering (meer berging en betere afvoer). Stoepranden en straatpeilverlaging toepassen (bergen op straat om afstroming naar woningen te voorkomen). Waterberging in de openbare ruimte (groenvoorzieningen en speelplaatsen gebruiken voor buffering van water bij hevige neerslag). Ondergrondse regenwaterberging (scheiden waterstromen, infiltreren en/of afvoeren van regenwater). Meer open water (berging- en afvoercapaciteit van oppervlaktewater vergroten, waardoor regenwater beter af kan stromen). Gebouwen beschermen tegen water (om laaggelegen ruimten droog te houden kunnen o.a. drempels worden verhoogd).

Rechtspraak bij dit artikel