Een groot deel van Kaag en Braassem bestaat uit veengrond. Deze grondsoort is gevoelig door bodemdaling die kan ontstaan door veenoxidatie18Wanneer veengronden worden ontwaterd en in contact komen met zuurstof, breken ze af en lost de veen als het ware op. Hierdoor zakken veel polders in ons veenweidegebied. Sinds kort is ook duidelijk dat deze vorm van bodemdaling niet alleen zorgt voor een lager maaiveld. Het zorgt er ook voor dat enorme hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten. Bodemdaling door veenoxidatie draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde. en door belasting van de veengrond19 Deze vorm van bodemdaling is vooral terug te zien in gebieden waar gebouwd wordt: de bebouwde kom en bij wegen. Deze vorm van bodemdaling kan (plaatselijk) oplopen tot centimeters per jaar een heeft grote gevolgen: wegen verzakken, rioleringsbuizen breken af, er ontstaat wateroverlast of hinder en er kan paalrot optreden in houten funderingen. met zwaarder ophoogmateriaal zoals zand, beton of asfalt.
Het grondwaterpeil wordt continu kunstmatig verlaagd, dit lijkt op de lange termijn niet houdbaar en staat ter discussie.
Wat betreft de bodemdaling die in bestaande situaties ontstaat vanwege belasting: enkel doorgaan met het opnieuw opbrengen van de bodem met zwaarder ophoogmateriaal om de opgetreden bodemdaling te compenseren biedt geen soelaas. Gezocht moet worden naar duurzame oplossingen. Dit is een gezamenlijke opgave voor en met agrariërs, met vrijwel alle overheden die bij bodemdaling en veenoxidatie betrokken zijn, zoals het hoogheemraadschap Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West-Holland.
Meer dan 40% van het totale landoppervlak van de gemeente Kaag en Braassem is gevoelig voor veenoxidatie, en derhalve voor bodemdaling; er zijn plekken waar de bodem de komende 30 jaar in totaal circa 60 centimeter zal dalen bij ongewijzigd beleid [bron: Omgevingsvisie 2.0 Kaag en Braassem]
Bodemdaling is een opgave waar de gemeente voornamelijk een participerende en samenwerkende rol voor zichzelf ziet weggelegd. Deze opgaven vragen (provinciale en regionale) afstemming en samenwerking met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap20een groot deel van het bodemdalingsgebied en omliggend water is van hen en zij hebben hier dagelijks mee te maken. en de provincie.
De Rijksoverheid wil in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) de natuur versterken, stikstofuitstoot verminderen, waterkwaliteit verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. De provincie Zuid-Holland wil samen met waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, grondeigenaren en -gebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. De plannen voor Zuid-Holland worden uitgewerkt in een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dat vormt de basis voor de gebiedsprocessen in de provincie. De provinciale PPLG’s moeten leiden naar de landelijke doelen in het NPLG. Het gebiedsplan van de provincie Zuid-Holland wordt uiterlijk op 1 juli 2023 ingediend bij het Rijk.
Wateroverlast Noord- en Zuideinde - Polder voor elkaar
In de Veender- en Lijkerpolder Buiten de Bedijking zijn flinke opgaven op het gebied van wateroverlast, waterkwaliteit en de gebruiksfunctie van het water. Bovendien vindt er een grootschalige gebiedsontwikkeling plaats in deze polder.
Rijnland en de gemeente zijn een intensieve samenwerking aangegaan onder de noemer van project ‘Polder voor elkaar’.
In delen van de polder wordt niet voldaan aan de provinciale normen voor wateroverlast. Er is veel open water, maar door de geringe drooglegging is er onvoldoende berging. Bovendien is de interactie tussen de riolering en het oppervlaktewatersysteem bij hevige regenval niet goed in beeld. Tevens is het gebied, gelegen in veengrond, onderhevig aan bodemdaling; dit heeft gevolgen voor drooglegging, onderhoud wegen, riolering, fundering huizen, etc.
De problematiek van Noord- en Zuideinde is in kaart gebracht, geanalyseerd en oplossingsrichtingen (mitigatieplannen) worden geïnventariseerd. De realisatiefase van de voorkeursvariant is voorzien in de periode 2027-2028. In (de planperiode van) dit Watertakenplan zijn vooralsnog er geen additionele kosten voorzien vanuit het taakveld riolering. Wel bestaat de mogelijkheid om de bestaande riolering (uit kwalitatief oogpunt) te vervangen gelijktijdig met de nader te bepalen maatregelen uit de voorkeursvariant. Dit zal, zoals aangegeven, naar verwachting grotendeels ná de planperiode van voorliggend Watertakenplan zijn.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.3
Bodemdaling
Onderdeel van Watertakenplan Kaag en Braassem 2024-2027