VTH OOV
De afdeling Openbare Orde en Veiligheid is verantwoordelijk voor (sociale) veiligheid en openbare orde. Samen met burgers, ondernemingen, instellingen en ketenpartners in de regio en bij het Rijk werken wij aan een omgeving waar iedereen veilig kan wonen, werken en recreëren. Het gaat daarbij vooral om de sociale veiligheid maar op onderdelen ook over de fysieke veiligheid.
OOV vervult voor of namens het bestuur de gemeentelijke regierol in op de aanpak van de stedelijke (sociale) veiligheidsproblematiek gericht op het terugdringen van overlast en criminaliteit, gepercipieerde onveiligheid, het voorkomen van onrust, en handhaven van de openbare orde. OOV brengt ketenpartners in positie om in samenhang te kunnen werken aan die veiligheidsvraagstukken waar hoge urgentie wordt ervaren.
Voor wat betreft toezicht en handhaving werken we samen met de afdeling Stadstoezicht en VTH-Omgevingswet, die voor OOV het toezicht uitvoeren voor zover het openbare orde en veiligheid aan gaat.
OOV voert de vergunningverlening en juridische handhaving uit op vergunningen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening wat betreft openbare orde en veiligheid. Ook bij stedelijke crises en incidenten (sociaal), crisisbeheersing en rampenbestrijding speelt OOV een belangrijke rol.
Vergunningenstrategie
Bij de beoordeling van de aanvragen toetsen we alle aspecten van de vergunningverlening. De aard van de vergunningen, gericht op openbare orde en veiligheid, vereisen dat. Bij de horeca gerelateerde vergunningen geven we specifiek aandacht aan de beoordeling van het levensgedrag van personen en het onderzoek op basis van de Wet Bibob. Ten aanzien van de Bibob toets zijn overigens de wettelijke mogelijkheden verruimd, waardoor er op meer vlakken een toets kan plaatsvinden. Bij de evenementenaanvragen letten we op de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid binnen de openbare ruimte.
Wij zijn van mening dat een zorgvuldige en uitgebreide beoordeling aan de voorzijde, een preventieve werking heeft op toezicht en handhaving. De vergunningverlening in het kader van de openbare orde en veiligheid heeft als doel deze te bewaken en te borgen. Preventieve instrumenten zijn daarbij van groot belang. Het herstellen van een aangetaste openbare orde en veiligheid door middel van toezicht en handhaving is lastiger en daarmee onwenselijk. Voorkomen is beter dan genezen. Elke aanvraag moet om die reden even uitgebreid en zorgvuldig worden getoetst.
Nalevingsstrategie
Voor de veiligheidsthema’s kiezen we bewust voor het wel of niet communiceren over een bepaalde aanpak. Met communicatie trachten we de nalevingsbereidheid bij bewoners, ondernemers en bezoekers te verhogen. Een goed voorbeeld hiervan is de communicatie over de integrale verkeerscontroles waarbij we direct de leefbaarheid van een buurt willen verbeteren én zicht willen krijgen op eventuele misstanden. Ook over grootschalige controledagen brengen we de resultaten naar buiten om onze inzet zichtbaar te maken en criminele activiteiten te stoppen. Om ondernemers te wijzen op de geldende regelgeving informeren wij hen over (grote) evenementen zoals Carnaval. Daarmee willen we het evenement beheersbaar houden, maar ook de ondernemer wijzen op de regels en daarmee de naleving daarvan bevorderen.
Over andere zaken communiceren we niet. Dit omdat bijvoorbeeld de privacy van betrokkenen dit niet toestaat.
Toezichtstrategie
Het toezicht voor de vergunningen op basis van de APV/bijzondere wetten richt zich met name op het voorkomen van risico’s voor aantasting van de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid. Het is ondoenlijk om alle voorschriften te controleren. We prioriteren daarin. Dit betekent in het werkveld dat we controleren op de voorschriften die een grote invloed hebben. Voorschriften die meer administratief van aard zijn (bv de leeftijdssticker op de deur bij de horeca), krijgen daarbij minder aandacht dan de voorschriften die gaan over gewenst gedrag (het daadwerkelijk niet verstrekken van alcohol aan een minderjarige). Wanneer wij een hoge prioriteit hebben toegekend aan een onderwerp houden we daar periodiek toezicht op. Een middelhoge prioriteit betekent dat we steekproefsgewijs het voorschrift controleren. Bij een lage prioriteit controleren we alleen wanneer we bij een ander voorschrift een overtreding hebben geconstateerd.
De wijze van toezichthouden is een open manier van communiceren met de ondernemer. Hierbij geven we het algemene doel aan, dat we toezicht houden in het kader van het algemeen belang van naleving van wet- en regelgeving. We controleren wanneer we een klacht of melding hebben ontvangen en deze door ons geprioriteerd is. De wijze waarop we controleren is afhankelijk van de (mogelijke) overtreding die is begaan. Soms zal een gesprek voldoende zijn om de ondernemer op het juiste pad te helpen. In andere gevallen is het noodzakelijk om een overtreding waar te nemen, waarop juridische handhaving kan worden gestart. We gaan door met programmatisch toezicht voor vergunningen op basis van de APV/bijzondere wetten.
Op basis van gestelde prioriteiten (zie hoofdstuk 3) gaan we daarnaast enkele thema’s oppakken. Op onderwerpen waar er raakvlakken zijn met het Wabo toezicht, wordt gezamenlijk opgetrokken door de verschillende afdelingen. Voor thematische aanpak van de complexe problematiek Ondermijning kiezen we bijvoorbeeld voor ‘samen controleren’, wat in dit geval betekent volledig gezamenlijk voorbereiden, uitvoeren en evalueren.
Naast het toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving, werken we op thema’s ook samen met toezicht op het sociale domein.
In het kader van de bestrijding van ondermijning werken we bijvoorbeeld samen met de sociale recherche en de onderwijsinspectie. Ook bij huiselijk geweld werken de zorgkaders samen met de andere toezichthouders. Een ander voorbeeld is wanneer er sprake is van over bewoning.
Handhavingsstrategie
Op terreinen, zoals APV /bijzondere wetten zijn specifieke stappenplannen of beleidsregels voor de handhaving vastgesteld. Op die terreinen wordt gehandhaafd conform het op dat moment geldende stappenplan. Uitgangspunt voor de strategie is bestuursrechtelijke handhaving. Dit past ook in de lijn van het doel van de handhaving: het ongedaan maken van de overtreding, dan wel het herstellen in de oorspronkelijke situatie. Waar nodig, wordt acute bestuursdwang toegepast. Op grond van de APV vindt eveneens strafrechtelijke sanctionering plaats, waar dit aan de orde is.
Gedoogstrategie
In principe kiezen we ervoor om zo min mogelijk te gedogen in het kader van de openbare orde regelgeving. Dit omdat de regelgeving direct gevolgen heeft voor die openbare orde en daarmee direct een risico vormt om deze voldoende te kunnen beheersen. Natuurlijk zijn er echter wel situaties waarbij gekozen wordt om niet handhavend op te treden. Dit is echter alleen mogelijk in situaties waarbij het doel en effect van de regel geen of zeer weinig consequenties kent voor de openbare orde. Het betreft dan bijvoorbeeld een voorwaarde in een vergunning zoals de verplichting van de ‘niet schenken aan minderjarigen-sticker’. Gedogen kan verder alleen wanneer het risico op verstoring van de openbare orde (zeer) gering wordt geacht waardoor afzien van handhavend optreden, tijdelijk, acceptabel is.
Een bijzondere omstandigheid waarbij de Burgemeester consequent afziet van handhavend optreden is bij de coffeeshops. Op basis van de Opiumwet heeft de Burgemeester de bevoegdheid om panden waar een handelshoeveelheid (> 5 gram cannabisproducten) wordt aangetroffen te sluiten. Echter, voor de coffeeshops wordt daar, onder voorwaarden, een uitzondering op gemaakt. Slechts wanneer de coffeeshops zich houden aan gestelde voorwaarden in de gedoogbeschikking, treedt de Burgemeester niet handhavend op.