Vergunningenstrategie

In deze paragraaf geven we aan op welke wijze we vergunningaanvragen en meldingen afhandelen. Het werkproces wordt kort uiteengezet, we gaan in op de verschillen in toetsniveaus en beschrijven hoe we om gaan met het intrekken en actualiseren van vergunningen. Het gaat om de taken die de gemeente ’s-Hertogenbosch zelf uitvoert, niet over de taken die bij de ODBN liggen.

Proces vergunningverlening en meldingen

Vergunningverlening en afhandeling meldingen Wabo

Een aanvraag of melding kan digitaal worden ingediend. In de meeste gevallen via het OLO, in een enkel geval rechtstreeks via de website van de gemeente. Daarnaast houdt de gemeente ook de mogelijkheid open om aanvragen op papier in te dienen. Meldingen worden direct door het intaketeam afgehandeld. Aanvragen worden behandeld in het Wabo overleg en daarna gekoppeld aan een plantoetser. In het Wabo overleg nemen verschillende afdelingen deel. De aanvragen worden integraal met elkaar afgestemd en een coördinator wordt aangesteld die de aanvraag of melding gaat behandelen. Daarbij zijn drie expertises leidend: een bouwkundig onderzoek, een milieukundig onderzoek en een toets aan het bestemmingsplan.

Bij meer complexe plannen wordt in veel gevallen gewerkt met een infoplan (vooruitlopend op de definitieve aanvraag omgevingsvergunning) en wordt een vooroverleg gehouden. Dit om de aanvrager in een vroeg stadium zo goed mogelijk te informeren over (on)mogelijkheden, verwachtingen van beide partijen helder te maken en het proces daardoor zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Voor plannen die afwijken van het bestemmingsplan of voorgelegd worden aan de welstandscommissie is een apart wekelijks overleg ingericht waaraan de vergunningverlener, stedenbouwkundige en de secretaris van de welstandscommissie deelnemen.

Prioritering bij piekdrukte aanvragen

We streven ernaar om alle vergunningaanvragen en meldingen zo snel mogelijk en binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn te behandelen.

In zijn algemeen geldt dat als het bij piekbelasting nodig is om ten aanzien van vergunningverlening te prioriteren, prioriteit in eerste instantie ligt bij aanvragen waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is (met het oog op het voorkomen van rechtswege verleende vergunningen). Vervolgens de aanvragen waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en vervolgens bij meldingen.

Vooroverleg en het behandelen van infoplannen heeft bij piekdrukte minder prioriteit dan het behandelen van aanvragen.

Van deze prioritering kan in concrete situaties worden afgeweken, als dat op basis van een risico-afweging geboden is.

Vergunningverlening en afhandeling meldingen APV/bijzondere wetten

Horeca gerelateerde vergunning

Een aanvraag voor een exploitatievergunning op basis van de APV of een Drank- en Horecawetvergunning vindt altijd plaats door middel van een intakegesprek. Tijdens het gesprek geven we informatie aan de aanvrager en stellen we vragen over de aanvraag. Op deze manier verkrijgen we inzicht in de bedoelingen en verwachtingen van de aanvrager, de financiële situatie rondom de aanvraag (in verband met de Wet Bibob) en de exploitatie. Daarna wordt de aanvraag zo veel mogelijk digitaal afgehandeld. Er wordt advies gevraagd aan verschillende interne en externe partners.

Het streven is om de aanvraag binnen 8 weken af te handelen. Soms is dat niet haalbaar wanneer een uitgebreid Bibob onderzoek noodzakelijk is.

Evenementenvergunning

De aanvraag voor een evenementenvergunning wordt digitaal ingediend. Afhankelijk van de grootte van het evenement behandelen wij de aanvraag met name intern binnen de ambtelijke organisatie of samen met externe partners (hulpdiensten). We vragen advies op over de gevolgen in de openbare ruimte en stellen daar vervolgens randvoorwaarden over op in de vergunning.

Een aanvraag voor een groot evenement wordt minimaal 12 weken van tevoren bij ons ingediend. Voor een klein evenement is dat 8 weken. We handelen de aanvraag zo veel mogelijk digitaal af.

Taxikeurmerkvergunning

Sinds 2016 kent ’s-Hertogenbosch een taxikeurmerk voor het straattaxivervoer. De grondslag daarvoor is de Verordening Kwaliteitskeurmerk straattaxivervoer ’s-Hertogenbosch. De gemeente is verantwoordelijk voor de vergunningverlening. De Stichting Bossche Kwaliteitstaxi (SBK) draagt in opdracht van de gemeente zorg voor de certificering van taxichauffeurs. Het taxikeurmerk is een betrekkelijk nieuw fenomeen, dat zijn grondslag vindt in de Wet Personenvervoer 2000. In 2019 wordt het beleid geëvalueerd. Het vergunningverleningsproces vormt een onderdeel van deze evaluatie. In dit kader wordt ook meegenomen op welke wijze een Bibob onderzoek deel kan uitmaken van de vergunningprocedure.

Overige vergunningen

Parkeervergunningen en –ontheffingen

Bewoners of bedrijven die in een gebied wonen of gevestigd zijn waar het parkeren is gereguleerd, kunnen alleen met een vergunning in het gebied parkeren. Daarnaast hebben bewoners en bedrijven in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld tijdelijke parkeerontheffing, snorfiets-/scooterontheffing en ontheffing lengtebeperking) een ontheffing nodig. De aanvragen worden digitaal ingediend. Na toetsing aan de voorwaarden wordt een aanvraag toegewezen of afgewezen of worden bewoners op een wachtlijst geplaatst.

Standplaatsvergunning en warenmarktvergunning

Voor het verkopen van goederen of het geven van informatie vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte is een standplaatsvergunning nodig. Ook als men op particuliere grond een standplaats wil innemen dan is een vergunning nodig. Het standplaatsenbeleid geeft criteria aan op basis waarvan standplaatsen worden toegestaan. Het beleid vergroot de rechtszekerheid en daarmee de (her-)kenbaarheid, voorspelbaarheid en controleerbaarheid voor burgers. Het vingerende beleid, dat afkomstig is uit 1996, is verouderd. In 2019 zal aan de raad een nieuwe standplaatsennota worden voorgelegd.

Ook de marktverordening- en het marktreglement, op basis waarvan warenmarktvergunningen worden verleend, worden in 2019 geactualiseerd.

Regelgeving.

Zowel wet- en regelgeving, maar zeker ook beleid is aan verandering onderhevig. Actuele informatie is te vinden via www.overheid.nl.

Beoordeling van aanvragen en meldingen

Vergunningverlening is een instrument om ervoor te zorgen dat activiteiten worden uitgevoerd conform geldende wet- en regelgeving en beleid. Uitgangspunt daarbij is een volledige en juiste aanvraag. De aanvrager is verantwoordelijk voor het aanleveren van de benodigde informatie zodat de gemeente een goede afweging kan maken. In deze paragraaf geven we aan op welke wijze we aanvragen inhoudelijk beoordelen. We maken onderscheid tussen Wabo en een aantal overige vergunningen.

De basis voor het beoordelen van een aanvraag of een melding is geldende wet- en regelgeving en vigerend beleid. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de op dit moment geldende wet- en regelgeving.

Wabo

De wet- en regeling binnen het Omgevingsrecht is zo omvangrijk, dat het onmogelijk is een aanvraag in detail te toetsen aan alle regels voordat een omgevingsvergunning wordt verleend. Enerzijds door beperkte capaciteit en wettelijke termijnen, maar ook vanuit het uitgangspunt van efficiency en doelmatigheid; we focussen op de grootste risico’s. De risicoanalyse heeft dus ook zijn doorwerking op de vergunningverlening. Een hoog risico betekent een groter effect op de leefomgeving in het geval er iets mis mocht gaan. Aanvragen met een hoog risico worden daarom intensiever getoetst door de vergunningverleners dan aanvragen met een laag risico.

Toets op hoofdlijnen, uitgangspunt

Het uitgangspunt is dat de beoordeling plaatsvindt op basis van de aangeleverde informatie door de aanvrager. Een meer diepgaande beoordeling vindt alleen plaats indien uit de risicoanalyse blijkt dat de activiteit een gemiddeld of hoog risico met zich meebrengt.

Een bouwwerk dient altijd te worden gerealiseerd in overeenstemming met het bestemmingsplan, voldoen aan redelijke eisen van welstand en constructief en brandveilig zijn. Bouwwerken waar langere tijd mensen verblijven moeten ook gezond, bruikbaar en energiezuinig zijn. Ook omgevingsveiligheid is een belangrijk aandachtspunt.

Sloopwerkzaamheden moeten veilig worden uitgevoerd in relatie tot de directe omgeving en gevaarlijke stoffen zoals asbest. En er moet bij activiteiten voldoende rekening worden gehouden met aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden.

Ontvankelijkheidstoets

Bij een zeer laag en lage prioriteit worden geen bijzondere eisen gesteld aan de ontvankelijkheid, anders dan benodigde gegevens voor de toets bestemmingsplan en welstand.

Bij een gemiddelde prioriteit wordt in beginsel ook uitgegaan van de door de aanvrager ingediende informatie, maar wordt op risicovolle onderdelen nadere informatie opgevraagd.

Bij een hoge prioriteit wordt de ontvankelijkheidstoets uitgebreid uitgevoerd.

Toets aan het Bouwbesluit 2012, toets matrix Bouwbesluit 2012

Voor de toets aan het Bouwbesluit hanteren we de methodiek van de landelijke toets matrix Bouwbesluit 2012 (LTB 2012). Deze matrix is ontwikkeld onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging Bouw en Woningtoezicht Nederland. Het LTB is ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toets intensiteit per onderdeel van het Bouwbesluit, naar gelang het bouwwerktype en de risico’s.

De landelijke methodiek biedt de mogelijkheid om als gemeente op basis van een eigen risico inschatting, ervaring met naleefgedrag en beschikbare capaciteit een afwijkend toetsniveaus vast te stellen. In 2019 passen we de landelijke matrix aan op basis van onze eigen prioriteitstelling die volgt uit de risicoanalyse en implementeren deze werkwijze.

De prioritering op basis van het risico en het daaraan gekoppelde toetsniveaus is richtinggevend voor de vergunningverleners. Het blijft in de praktijk maatwerk om in een specifieke situatie risico’s te herkennen en bepaalde aspecten – soms in afwijking van de prioritering en het toetsprotocol - meer of minder diepgaand te toetsen.

APV/Bijzondere wetten

Bij de beoordeling van de aanvragen toetsen we alle aspecten van de vergunningverlening. De aard van de vergunningen, gericht op openbare orde en veiligheid, vereisen dat. Bij de horeca gerelateerde vergunningen geven we specifiek aandacht aan de beoordeling van het levensgedrag van personen en het onderzoek op basis van de Wet Bibob. Ten aanzien van de Bibob toets worden overigens de wettelijke mogelijkheden verruimd, waardoor er op meer vlakken een toets zal kunnen gaan plaatsvinden dan nu het geval is. Beleid hiervoor wordt op dit moment vormgegeven. Bij de evenementenaanvragen letten we op de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid binnen de openbare ruimte.

Doordat elke aanvraag uniek en anders is, hebben we geen standaard wijze van afdoening. Elke aanvraag vraagt om maatwerk, zeker gezien de gevoelige informatie waarover we beschikken en over moeten beslissen. Daar waar mogelijk nemen we dezelfde voorwaarden op in de vergunningen.

Binnen de vergunningverlening kennen we geen prioritering toe. Wij zijn van mening dat een zorgvuldige en uitgebreide beoordeling aan de voorzijde, een preventieve werking heeft op toezicht en handhaving. De vergunningverlening in het kader van de openbare orde en veiligheid heeft als doel deze te bewaken en te borgen. Preventieve instrumenten zijn daarbij van groot belang. Het herstellen van een aangetaste openbare orde en veiligheid door middel van toezicht en handhaving is lastiger en daarmee onwenselijk. Voorkomen is beter dan genezen. Elke aanvraag moet om die reden even uitgebreid en zorgvuldig worden getoetst.

Intrekkingsstrategie

Omgevingsvergunning

Door de gemeente ‘s-Hertogenbosch worden jaarlijks veel omgevingsvergunningen verleend, zowel aan particulieren als aan bedrijven. De meeste van deze vergunningen worden vrij snel gerealiseerd nadat de vergunning is verleend. Het komt echter ook voor dat geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning. Hiermee ontstaat een zogenaamde "slapende vergunning", waarin de feitelijke situatie anders is dan de vergunde of planologische situatie.

Het is om meerdere redenen wenselijk om de slapende vergunning op enig moment in te trekken. Dat moment doet zich voor wanneer de start van de bouw- of sloopwerkzaamheden onredelijk lang (jarenlang) op zich laat wachten of wanneer de eenmaal begonnen bouwwerkzaamheden jarenlang stilliggen. De gemeente heeft dan op grond van artikel 2.33 Wabo de bevoegdheid om de vergunning in te trekken.

VTH heeft een beleidsregel opgesteld over de invulling van de bij wet gegeven bevoegdheid tot intrekking van een vergunning. Omgevingsvergunningen waar geen gebruik van is gemaakt, kunnen na 3 jaren worden ingetrokken. Ten aanzien van de taken die de ODBN voor de gemeente uitvoert, is het regionaal operationeel kader leidend voor zover daarin is opgenomen hoe omgegaan wordt met het intrekken van vergunningen.

Vergunningen op basis van APV/bijzondere wetten

Vergunningen op basis van de APV/bijzondere wetten kunnen we intrekken wanneer de openbare orde en veiligheid is of wordt aangetast. Het vergt soms onderzoek en belastende informatie om dit te concluderen. We gaan nooit lichtzinnig over tot intrekking van een dergelijke vergunning, maar beoordelen elk concreet geval op zijn eigen merites.

Omgevingsvergunning milieu en brandveilig gebruik

Het kader voor de uitvoering van de omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten wordt gevormd door Europese, landelijke en lokale wetgeving, regelgeving en beleidsmatige kaders. Wijzigingen in deze kaders, door bijvoorbeeld jurisprudentie of nieuwe inzichten, kunnen leiden tot de noodzaak om vergunningen te actualiseren.

Deze taak voert de ODBN voor ons uit. Hoe zij daar invulling aan geven, wordt opgenomen in het regionaal operationeel kader vergunningverlening. Actualiteit van de vergunning of melding brandveilig gebruik wordt periodiek gecontroleerd door de brandweer op basis van de Toezichtstrategie brandveiligheid.

Vergunning op basis van APV/bijzondere wetten

De vergunningen op basis van de APV en bijzondere wetten actualiseren we wanneer regelgeving is gewijzigd. Het kan dan gaan om landelijke regelgeving en in voorkomende gevallen onze lokale regels. We vragen daarbij de medewerking van de aanvragers en stellen hen in de gelegenheid om ook hun eigen gegevens te actualiseren. Actuele vergunningen zijn van belang om goed zicht te houden op de activiteiten van de verschillende aanvragers en mogelijke aantasting van onze openbare orde en veiligheid.

Nalevingsstrategie

In dit hoofdstuk geven we aan hoe we naleving van de regels bevorderen en indien noodzakelijk, afdwingen. We gaan achtereenvolgens in op de preventiestrategie, toezichtstrategie, handhavingsstrategie en de gedoogstrategie.

Preventiestrategie

Het doel van preventie en een preventiestrategie is door het inzetten van ándere instrumenten dan toezicht en handhaving, voorkomen dat overtredingen ontstaan en het voorkomen dat deze overtredingen voortduren. Preventie is in algemene zin gericht op het verbeteren van het spontante naleefgedrag van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie, maar ook van de overheid zelf.

De komende beleidsperiode heeft binnen de preventiestrategie het uitgangspunt ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en gemeente voor een veilig, gezond, duurzaam en leefbaar ’s-Hertogenbosch’ extra aandacht. We willen participatie van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties stimuleren en daarbij meer inzetten op preventie en voorlichting in plaats van repressie. Waar nodig, willen we de samenleving ondersteunen bij het elkaar leren kennen en durven aanspreken.

We zetten binnen de preventiestrategie de volgende instrumenten in:

Communicatie en voorlichting

Actieve communicatie en voorlichting dragen bij aan een leefbare en veilige leefomgeving. We maken gebruik van de volgende instrumenten:

  • - de gemeentelijke website waar men terecht kan voor actuele informatie over diverse wet- en regelgeving, indienen van aanvragen et cetera;
  • - het Omgevingsloket adviseert over wet- en regelgeving en aanvraagprocedures et cetera, maar adviseert bijvoorbeeld ook over energiebesparende maatregelen bij woningbouw. Momenteel onderzoeken we de mogelijkheden van een groenloket om natuur inclusief bouwen te stimuleren. Het Omgevingsloket kan daar mogelijk ook een rol in gaan spelen.
  • - vergunningverleners informeren aanvragers over wet- en regelgeving en over de achtergronden daarvan. Ook maken zij duidelijk waarom bepaalde voorwaarden gesteld worden. Bij gecompliceerde aanvragen vindt er een vooroverleg of een intakegesprek plaats, zoals bijvoorbeeld bij complexe bouwaanvragen, aanvragen om een Drank- en Horecawetvergunning of bij grote evenementen;
  • - tijdens toezichtcontroles wordt ingegaan op de achtergronden van wet- en regelgeving en de redenen van het houden van toezicht;
  • - In samenwerking met collega’s van de afdeling erfgoed wordt in een vooroverleg advies gegeven over aanpassingen bij monumenten. Erfgoed is een belangrijk onderdeel van onze stad. Het toetsen van aanvragen om vergunningen en het toezicht houden op erfgoed krijgt extra aandacht. Het behouden en beschermen van ons erfgoed is in deze beleidsregels opgenomen als uitvoeringsdoelstelling en wordt vertaald in het thema ‘Erfgoed’ in onze uitvoeringsprogramma’s.
  • - in samenwerking met collega’s van de afdeling communicatie worden zo nodig brochures en folders opgesteld (bijvoorbeeld bij nieuwe wet- en regelgeving) en worden voorlichtingsbijeenkomsten voorbereid en gegeven om inwoners en ondernemers te informeren. Dit kan zowel collectieve voorlichting zijn als individueel met inwoners en ondernemers.
  • - beleid op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt openbaar gemaakt, net als het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de jaarlijkse evaluatie.

Welke communicatiemiddelen ingezet worden, hangt af van de over te brengen boodschap en van de doelgroep. In zijn algemeenheid willen we aan communicatie in de preventieve sfeer meer aandacht gaan besteden. Een voorbeeld: bij de start van thematische aanpak van een bepaald onderwerp, wordt een communicatiestrategie een vast onderdeel van het plan van aanpak.

Uitleggen van onze keuzes

De komende jaren gaan we nadrukkelijker keuzes maken in welke klacht of melding direct opgepakt wordt en welke klacht of melding minder prioriteit heeft. In dat laatste geval komt niet direct een toezichthouder ter plaatse. Dit vraagt van toezichthouders en handhavers dat zij duidelijk kunnen uitleggen waarom er bepaalde keuzes gemaakt worden.

We monitoren de reacties van de samenleving op deze beleidswijziging en de ervaringen van

Spreken met één mond en zichtbaarheid in de wijk vergroten

Een ander aandachtspunt met betrekking tot communicatie is het ‘spreken met één mond’. Een eenduidig uitgedragen norm door alle betrokken professionals draagt bij aan het begrip van de regels en het doel van toezicht en handhaving en daarmee aan de naleving van die regels.

Bij toezicht en handhaving zijn diverse partijen betrokken, die allen hun eigen werkwijze en cultuur kennen.

Er zullen dan ook altijd verschillen blijven in handhavingsaanpak en dat is ook geen probleem. Maar het uitgangspunt en de wijze van bejegening moet gelijk zijn: er moet altijd gekeken worden naar welke aanpak het beste ingezet kan worden in een situatie. Soms is mediation tussen overtreder en buurtgenoten veel effectiever dan direct een handhavingsbesluit.

De komende jaren stellen we een gezamenlijke norm op over hoe we naar buiten treden. Hiervoor sluiten we aan bij de wijkscans. Per wijk formuleren we een aantal uitgangspunten op basis waarvan we als overheid en partners naar buiten toe treden, waarbij wel recht wordt gedaan aan de verschillen tussen de partners en het terrein waarop zij werkzaam zijn. We beginnen met de betrokkenen binnen het fysieke domein, maar op termijn is de uitdaging ook het sociaal domein hierbij te betrekken.

Ook willen we de kenbaarheid van professionals in de wijk vergroten.

Ontwikkeling wet- en regelgeving

Handhaafbaarheid van regelgeving wordt alom gezien als kritische succesfactor voor een adequate naleving. Als geconstateerd wordt dat een (beleids-)regel of een voorschrift in de praktijk niet uitvoerbaar of handhaafbaar blijkt te zijn, dan moet bekeken worden of zij kan worden bijgesteld of afgeschaft. Tijdige signalering in de conceptfase kan problemen achteraf voorkomen. Dat betekent dat handhaafbaarheid van regels bij de beleidsvorming al aandacht moet hebben.

Daar waar dit nog niet altijd voldoende aandacht heeft, brengen we dit onder het voetlicht om het bewustzijn te vergroten dat handhaving het sluitstuk van onze regelgeving is.

In de komende beleidsperiode zal ontwikkeling van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan doorgezet worden. Daarin zullen we extra aandacht vragen voor handhaafbaarheid van de regels vanuit de betrokken vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende afdelingen. Eén van de doelen van de Omgevingswet is meer ruimte te geven aan plannen en maatwerk te leveren passend bij de behoefte van initiatiefnemers en de omgeving. Naar verwachting leidt dit tot meer open normen in plaats van strakke regelgeving. Het zal een zoektocht zijn om een goede balans te vinden, zodat regels wel handhaafbaar blijven.

Publicatie van toezichtactiviteiten

Van toezicht gaat ook een preventieve werking uit. Dit kan worden versterkt door communicatie in te zetten bij vooraankondigingen van controles, publicatie van de controleresultaten, het publiekelijk maken dat er een overtreding is geconstateerd en welke sanctie daaraan is gekoppeld. Het publiceren van de overtreding en de daaraan gekoppelde sanctie kan de effectiviteit van de opgelegde sanctie vergroten. Bij het gebruik van een persbericht dient wel de nodige zorgvuldigheid in acht te worden genomen.

Toezichtstrategie

In deze paragraaf geven we aan op welke wijze we toezicht houden. We zetten het proces kort uiteen, gaan in op de verschillende vormen van integraal werken en op de controlefrequentie en toezichtintensiteit. Tot slot gaan we in op de behandeling van klachten, ambtshalve constateringen en handhavingsverzoeken.

Een deel van het milieutoezicht wordt uitgevoerd door de ODBN. Daarvoor geldt het regionaal operationeel kader. Toezicht op brandveiligheid bij bestaande bouw ligt grotendeels bij de brandweer, die haar taken uitvoert op basis van de Toezichtstrategie brandveiligheid.

Werkwijze toezicht Wabo

We kennen verschillende vormen van toezicht.

  • - Toezicht naar aanleiding van een verleende vergunning (actief, programmatisch toezicht)
  • - Toezicht naar aanleiding van een klacht, melding of ambtshalve constatering van een (mogelijke) overtreding, incidenten/calamiteiten (passief, ad hoc toezicht)
  • - Thematisch toezicht (actief toezicht)

Toezicht naar aanleiding van een verleende (en in sommige gevallen geweigerde) vergunning voeren we risicogericht uit. De teamleider toezicht bepaalt aan de hand van de risicoanalyse en de risico’s van het specifieke project of er wel of geen toezicht op locatie wordt gehouden. Als er sprake is van toezicht op locatie, wordt het dossier toebedeeld aan één van de toezichthouders. Ook kan het zijn dat er toezicht vanuit de ODBN moet worden gehouden. In dat geval wordt het dossier aan hen overgedragen.

Wekelijks is er handhavingsoverleg waar de teamleider toezicht, de teamleider handhaving en betrokkenen van andere afdelingen aan deelnemen. In dit overleg worden handhavingszaken, klachten en ambtshalve constateringen besproken, om te bepalen of en zo ja welke actie erop wordt ondernomen.

Bij thematisch toezicht wordt vooraf een plan van aanpak opgesteld en een projectleider aangewezen die verantwoordelijk is voor realisatie van de doelstelling van het betreffende project.

Werkwijze toezicht APV/bijzondere wetten

Het toezicht bij een verleende vergunning voeren we geprioriteerd uit op basis van (risico)analyse en signalen uit het werkveld; ondernemers die vaker een overtreding begaan, bezoeken we vaker dan de ondernemer wiens zaken goed op orde zijn. De wijze van toezichthouden is een open manier van communiceren met de ondernemer. Hierbij geven we het algemene doel aan, dat we toezicht houden in het kader van het algemeen belang van naleving van wet- en regelgeving.

We controleren wanneer we een klacht of melding hebben ontvangen en deze door ons geprioriteerd is. De wijze waarop we controleren is afhankelijk van de (mogelijke) overtreding die is begaan. Soms zal een gesprek voldoende zijn om de ondernemer op het juiste pad te helpen. In andere gevallen is het noodzakelijk om een overtreding waar te nemen, waarop juridische handhaving kan worden gestart.

Er wordt gestart met programmatisch toezicht voor vergunningen op basis van de APV/bijzondere wetten. Op basis van gestelde prioriteiten gaan we enkele thema’s oppakken waar wij óf veel overtredingen zien, óf waar direct gevaar voor de aantasting van de openbare orde aanwezig is. Afhankelijk van het te bereiken doel met het toezicht, zetten we preventieve communicatietechnieken in. In andere gevallen zal de nadruk op de repressieve handhaving liggen.

Omslag naar meer wijkgericht werken en vanuit beleidskeuzes

De afgelopen jaren is bij het toezicht in de openbare ruimte voornamelijk meldingsgericht gewerkt. De komende beleidsperiode gaan we een omslag maken naar meer thema- en wijkgericht werken en prioriteiten stellen op basis van beleidskeuzes.

Dit om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van de samenleving. We gaan gefaseerd elk jaar van een aantal wijken een wijkscan maken. Afhankelijk van de aard en zwaarte van de problematiek die uit de wijkscans volgt, wordt jaarlijks in het programma bepaald in welke wijken op welke thema’s inzet gepleegd zal worden en hoeveel capaciteit daarvoor nodig is.

Op onderwerpen waar er raakvlakken zijn met het Wabo toezicht, wordt gezamenlijk opgetrokken door de verschillende afdelingen.

Integraal toezicht

We streven er in het toezicht naar om zo integraal mogelijk te werken. Dit enerzijds om de belasting van toezicht voor de samenleving te beperken, maar zeker ook om onze eigen efficiency en doelmatigheid te vergroten.

De mate van integraliteit is afhankelijk van de complexiteit en context van de activiteit waarop toezicht wordt gehouden. Niet elke taak leent zich voor een volledige integrale aanpak waarbij één toezichthouder op alle aspecten controleert. Zo kan het toezicht in de openbare ruimte eenvoudiger integraal worden uitgevoerd dan het toezicht bij complexe bedrijven. De eerste richt zich op relatief eenvoudig vast te stellen overtredingen, terwijl de tweede meer specialistische kennis vraagt van de toezichthouder.

We maken onderscheid in drie vormen van integraliteit, waarbij de keuze afhankelijk is van de complexiteit en context van de activiteit waar het om gaat:

  • - Samen controleren: gezamenlijk met alle betrokken disciplines (dit kan uit de wijkmanager of het sociaal wijkteam zijn) controles voorbereiden, uitvoeren en evalueren. Dit is van toepassing in complexere situaties waar de relevante aandachtspunten vragen om meerdere specialismen voor een goede beoordeling van de situatie;
  • - Voor elkaar controleren: integrale controle voor verschillende onderwerpen (bijv. constructieve veiligheid brandveiligheid, energie) door één toezichthouder, vooral in relatief eenvoudige situaties waar geen bijzondere of specialistische kennis van de diverse vakgebieden vereist is;
  • - Voor elkaar signaleren (oog- en oorfunctie): facetcontrole door één toezichthouder, waarbij deze op hoofdpunten ook kijkt naar andere aspecten en bijzonderheden en deze meldt aan de betrokken collega’s. Dit is vooral relevant in situaties waar een aspect om specialistische kennis vraagt en waar de overige aspecten op basis van meer algemene kennis en vaardigheden kunnen worden gecontroleerd.

De collega die op de hoogte gesteld wordt kan natuurlijk vervolgens zelf altijd ook een controle uitvoeren naar aanleiding van het signaal dat hij ontvangen heeft als dat nodig wordt geacht.

Voor thematische aanpak van de complexe problematiek Ondermijning kiezen we bijvoorbeeld voor ‘samen controleren’, wat in dit geval betekent volledig gezamenlijk voorbereiden, uitvoeren en evalueren.

Ook op het onderwerp Horeca bekijken we hoe we integraler kunnen werken. In veel gevallen spelen zowel een omgevingsvergunning Bouwen als inrichtingseisen uit de Drank en Horecawet.

In een vroegtijdig stadium dit onderkennen en vóór elkaar mogelijke problemen signaleren, levert in het verdere proces tijdwinst op en voorkomt frustraties, niet alleen intern maar ook bij externe partijen.

Naast het toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving, werken we op thema’s ook samen met toezicht op het sociale domein. In het kader van de bestrijding van ondermijning werken we bijvoorbeeld samen met de sociale recherche en de onderwijsinspectie. Ook bij huiselijk geweld werken de zorgkaders samen met de andere toezichthouders. Een ander voorbeeld is wanneer er sprake is van overbewoning.

Informatiegestuurd handhaven en gebruik van Data Science

Informatie helpt om de juiste dingen te doen op het juiste moment. Eén van de uitgangspunten is dan ook informatie gestuurd handhaven. Dit komt terug in onze risicoanalyses waarin we inschattingen maken op basis van informatie uit het verleden (monitoring naleefgedrag), de wijkscans waarin we informatie uit de wijk halen. Maar we kijken ook naar slimmere manieren van data-analyse.

Door op basis van informatie meer inzicht te krijgen op leefbaarheidsvraagstukken komen we dichter bij de inwoners, ondernemers en maatschappelijk organisaties te staan en zijn we beter in staat om op maatschappelijke effect te sturen.

Ook onderzoeken we welke data we (meer) moeten vastleggen om betere analyse in de toekomst mogelijk te maken. Informatieanalyse begint tenslotte bij het goed vastleggen van informatie. Met de analyse van deze data willen we efficiënter en slimmer werken, in het kader van vergunningverlening (door risico’s in beeld te brengen) en toezicht en handhaving (door bijvoorbeeld knelpunten in beeld te brengen en routes van de scanauto te bepalen).

Controlefrequentie en toezichtintensiteit

Wabo BRIKS

De basis voor het houden van toezicht zijn de voorschriften die verbonden zijn aan de betreffende vergunning. Het is onmogelijk alle voorschriften te controleren, dus moeten er keuzes worden gemaakt. Ook in het toezicht focussen we op de grootste risico’s. De risicoanalyse is bepalend voor de controlefrequentie en toezichtintensiteit.

Een hoog risico betekent in beginsel dat er altijd toezicht op locatie wordt gehouden. Op hoeveel en welke momenten en op welke punten gecontroleerd wordt, is afhankelijk van de specifieke activiteit (zie ook hierna Integraal Toezichtprotocol).

Een gemiddeld en laag risico betekent dat steekproefsgewijs controle op locatie plaatsvindt.

Zeer laag risico betekent in beginsel dat er geen toezicht op locatie plaatsvindt, maar enkel administratief toezicht wordt gehouden.

Bovenstaande is het uitgangspunt. De teamleider toezicht beoordeelt in individuele gevallen of hiervan moet worden afgeweken.

Integraal Toezichtprotocol

Controles op locatie kunnen meer of minder volledig en diepgaand plaatsvinden. Differentiatie in de mate van controle is met name van belang bij controle van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012.

Voor het bouwtoezicht maken we gebruik van het landelijke Integraal toezichtsprotocol (ITP). Dit protocol wordt ondersteund door de Rijksoverheid en is opgesteld door de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, Platform milieuhandhaving grote gemeenten, brandweer Nederland en diverse gemeenten.

Het protocol gaat uit van een minimaal acceptabel niveau. Lokaal kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

Wabo milieu

Milieutoezicht is anders van aard dan Bouwtoezicht. Het betreft voornamelijk toezicht in de gebruiksfase.

De gemeente voert taken uit met een gemiddeld, laag en zeer laag risicoprofiel (de taken met een hoog risicoprofiel liggen bij de ODBN). Binnen het taakveld milieu is de uitkomst van de risicoanalyse als volgt bepalend voor de frequentie of mate van toezicht.

De Toezichtstrategie voor taken met een gemiddeld risicoprofiel betekent:

  • - Controlefrequentie tussen de 2 en 4 jaar.
  • - Controle op hoofdlijnen + kenmerkende details op basis van digitale checklist

De Toezichtstrategie voor taken met een laag risicoprofiel betekent:

  • - Controlefrequentie 1x per 5 jaar.
  • - Controle op hoofdlijnen op basis van digitale checklist

De Toezichtstrategie voor taken met een zeer laag risicoprofiel betekent

  • - Controlefrequentie 1x per 10 jaar.
  • - Steekproefsgewijze controle op basis van digitale checklist.

Toezicht verleende vergunningen APV/ Bijzondere wetten/ Overige regelgeving

Het toezicht voor de vergunningen op basis van de APV/bijzondere wetten richt zich met name op het voorkomen van risico’s voor aantasting van de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid. Het is ondoenlijk om alle voorschriften te controleren. We prioriteren daarin. Dit betekent in het werkveld dat we controleren op de voorschriften die een grote invloed hebben. Voorschriften die meer administratief van aard zijn (bv de leeftijd sticker op de deur bij de horeca), krijgen daarbij minder aandacht dan de voorschriften die gaan over gewenst gedrag (het daadwerkelijk niet verstrekken van alcohol aan een minderjarige).

Wanneer wij een hoge prioriteit hebben toegekend aan een onderwerp houden we daar periodiek toezicht op.

Een middelhoge prioriteit betekent dat we steekproefsgewijs het voorschrift controleren.

Bij een lage prioriteit controleren we alleen wanneer we bij een ander voorschrift een overtreding hebben geconstateerd.

Toezicht naar aanleiding van klachten, meldingen en ambtshalve constateringen Wabo

De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat een substantieel deel van de capaciteit gaat naar het oppakken van klachten en meldingen. Ook hebben we te maken met ambtshalve constateringen, die we – gezien een beperkte capaciteit – niet allemaal met hoge prioriteit kunnen oppakken. Onder ambtshalve constateringen vallen niet alleen constateringen door toezichthouders zelf, maar ook signalen van andere overheidsdiensten. Onder andere overheidsdiensten wordt in ieder geval verstaan: politie, brandweer (VRBN), gemeentelijke afdeling, omgevingsdienst, provincie.

Uitgangspunt voor de komende beleidsperiode is dat we meer capaciteit beschikbaar willen houden voor de beleidsmatige prioriteiten en een klacht of melding niet meer in alle gevallen direct oppakken.

Het afwegingskader voor de beoordeling met welke prioriteit een klacht, melding of ambtshalve constatering opgepakt wordt, is als volgt:

  • - Aard en omvang van de overtreding wordt meegewogen. In zijn algemeenheid geldt dat naarmate de omvang toeneemt, ook de prioriteit toeneemt.
  • - Bij de beoordeling van de aard van de overtreding wordt allereerst gekeken naar potentiële risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid van burgers. Bij veiligheid moet met name worden gedacht aan constructieve en brandveiligheid. Bij gezondheid gaat het met name om asbest.
  • - Vervolgens hebben excessen een hoge prioriteit. Met excessen worden bedoeld overtredingen met een grote impact op de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld visueel zijn (uitstraling naar omgeving) of (geluids)hinder voor de omgeving.
  • - Overtredingen die beleidsmatig (op basis van de risicoanalyse danwel omgevingsanalyse) een hogere prioriteit hebben worden logischerwijs in het geval van klachten, meldingen of ambtshalve constatering ook eerder opgepakt.
  • - Bij een calculerende overtreder of recidive kan aan toezicht en handhavend optreden meer prioriteit worden gegeven.
  • - Klachten of meldingen waaraan een privaatrechtelijke overeenkomst ten grondslag ligt proberen we zoveel mogelijk bij partijen zelf te laten. Zeker waar het geschillen betreft tussen huurders en corporaties.
  • - Klachten en meldingen over overtredingen van zeer geringe aard en omvang hebben doorgaans een lage prioriteit.

Handhavingsverzoeken

Als een belanghebbende een verzoek om handhaving indient, wordt dit verzoek altijd in behandeling genomen en volgt in alle gevallen een besluit. De ernst van de overtreding wordt onderzocht en zo nodig wordt handhavend opgetreden. Dit op basis van de beginselplicht tot handhaving. Het bevoegd gezag heeft wel een zekere mate van beoordelingsvrijheid in de afweging of zij in een concreet geval daadwerkelijk overgaat tot handhaving.

Als er sprake is van een overtreding, is het bestuursorgaan bevoegd handhavend op te treden en in de regel ook gehouden om van die bevoegdheid gebruik te maken. Dit vanwege het algemene belang dat gediend is met handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren om handhavend op te treden. Dat kan zich voor doen als:

  • - Er concreet zicht op legalisatie is;
  • - Handhaving onevenredig zwaar is, in verhouding tot de daarmee te dienen belangen (bijvoorbeeld een schutting die iets hoger is gebouwd dan toegestaan, maar geen hinder veroorzaakt).

Het bevoegd gezag maakt derhalve in elke individueel geval een belangenafweging, waarin de ernst van de overtreding wordt meegewogen.

Sanctiestrategie/handhavingstrategie

Algemeen

Op het moment dat een overtreding is geconstateerd, komt de sanctiestrategie aan de orde.

Onder sanctie wordt verstaan het resultaat van de werkzaamheden die worden verricht om erin te voorzien dat na een gebleken overtreding van voorschriften van omgevingswetgeving de naleving van deze voorschriften wordt zeker gesteld. Passend interveniëren bij iedere bevinding, zodanig dat bescherming van mens en milieu/omgeving wordt hersteld en gewaarborgd.

Bij het sanctionerend optreden kan van de volgende instrumenten gebruik worden gemaakt:

Bestuursrechtelijk:

  • - Bestuursdwang is de mogelijkheid van het bevoegd gezag om (op kosten van de overtreder) een bepaalde situatie te bewerkstelligen dan wel te beëindigen door daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Bestuursdwang kan worden toegepast tegen de overtreder of degene die de overtreding ongedaan kan maken. Het opleggen van een last onder dwangsom biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om aan een overtreder een verplichting (last) op te leggen binnen een bepaalde termijn iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom. De last is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan een herhaling van de overtreding te voorkomen.
  • - Bestuurlijke boete is de mogelijkheid van het bevoegd gezag om een boete op te leggen. Een bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie, bedoeld om leed toe te brengen en houdt een onvoorwaardelijke verplichting tot het betalen van een geldsom in.
  • - Het bevoegd gezag kan ook de vergunning intrekken. In dat geval wordt de vergunninghouder het recht ontnomen om de vergunde activiteiten uit te voeren.
  • - Privaatrechtelijk: De gemeente mag ook gebruik maken van de privaatrechtelijke weg, maar alleen dan indien er geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is, waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt. Dit is vrijwel niet aan de orde en zal daarom niet verder worden uitgewerkt.
  • - Strafrechtelijk: Strafrechtelijke sancties zijn primair gericht op leedtoevoeging (vergelding) ten aanzien van de dader. Terwijl bestuursrechtelijke sancties bovenal gericht zijn op herstel van de feitelijke –legale - situatie. De bestuurlijke boete vormt hierop een uitzondering.

Mediation

Naast sanctionerend optreden zoals hierboven aangegeven, maken we ook gebruik van mediation om overtredingen te beëindigen. Daar waar het mogelijk is om in overleg met de overtreder en eventueel klager tot een aanvaardbare oplossing te komen, heeft dat in de meeste gevallen de voorkeur boven sanctionerend optreden. Daar waar nodig wordt vanzelfsprekend repressief opgetreden.

De landelijke handhavingsstrategie en de handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen Wabo

Rechtsgelijkheid is een belangrijk aspect bij handhaving. Het is van groot belang dat bij het toepassen van sancties in vergelijkbare situaties door het bevoegd gezag vergelijkbare keuzes worden gemaakt en interventies worden gekozen. De sanctiestrategie geeft hier richting aan. Het bevoegd gezag volgt voor wat betreft de handhaving op grond van hoofdstuk 5 Wabo voor het sanctionerend optreden de Landelijke Handhavingsstrategie (d.d. 24 april 2014). Als deze voor de Omgevingswet wordt aangepast, zal het college ook de nieuwe Landelijke Handhavingsstrategie blijven volgen.

Kern van de Landelijke Handhavingsstrategie is de Interventiematrix, waarbij zowel de ernst van de gevolgen van de overtreding als de intentie van de overtreder worden meegewogen. Hiermee wordt bewerkstelligd dat in dezelfde gevallen dezelfde aanpak wordt gekozen en uitgevoerd, wat bevorderlijk is voor de onafhankelijkheid, de betrouwbaarheid, de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor betrokken actoren.

In de handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen is aangegeven welke termijnen bij standaard- of veelvoorkomende overtredingen worden gehanteerd voor het opheffen van overtredingen en wat de zwaarte van de sancties bij standaard overtredingen is. Uitgangspunt daarbij is dat geconstateerde overtredingen worden beantwoord met een bij hun aard passende reactie en dat reacties onder andere stringenter worden naarmate overtredingen voortduren of wanneer sprake is van herhaling. De handreiking is een richtlijn. Per geval moet maatwerk worden geleverd. In hoofdstuk 5 van de Awb zijn enkele factoren (zoals de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond en de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang) vastgelegd, waarmee rekening moet worden gehouden bij het zoeken naar een passende reactie.

Situaties waar openbare orde of leefbaarheid in het geding is

We gaan de mogelijkheden onderzoeken om in afwijking van de landelijke handhavingsstrategie specifieke handhavingsarrangementen te ontwikkelen voor de situatie dat de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid in het geding is.

Handhavingsstrategieën APV/bijzondere wetten

Op andere terreinen, zoals APV /bijzondere wetten zijn specifieke stappenplannen of beleidsregels voor de handhaving vastgesteld. Op die terreinen wordt gehandhaafd conform het op dat moment geldende stappenplan. Op dit moment gelden de volgende stappenplannen of beleidsregels:

  • - Beleid handhaving afvalstoffenverordening ’s-Hertogenbosch
  • - Beleidsregel inzake gedogen van coffeeshops en de bestuurlijke handhaving 13b Opiumwet ’s-Hertogenbosch
  • - Uitvoeringsregels Handhaving Drank en Horeca ’s-Hertogenbosch (horecaverordening).
  • - Uitvoeringsregels handhaving kwaliteit straattaxivervoer
  • - Besluit tot vaststellen beleidslijn heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen gemeente ’s-Hertogenbosch
  • - Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast gemeente ’s-Hertogenbosch

Uitgangspunt voor de strategie is bestuursrechtelijke handhaving. Dit past ook in de lijn van het doel van de handhaving: het ongedaan maken van de overtreding, dan wel het herstellen in de oorspronkelijke situatie. Waar nodig, wordt acute bestuursdwang toegepast (verkeerd aanbieden huisvuil). Op grond van de APV vindt eveneens strafrechtelijke sanctionering plaats, waar dit aan de orde is. Ook tegen het aanbieden van straattaxivervoer zonder geldige vergunning wordt strafrechtelijk opgetreden.

Overtredingen door of namens de eigen organisatie

De landelijke handhavingsstrategie geeft ook inzicht in de wijze van optreden tegen overtredingen die door de eigen organisatie zijn begaan. De aanpak is in principe niet anders dan de aanpak van overtredingen door ‘anderen’. Ook hier geldt ‘afspraak is afspraak’, en wordt de voorbeeldfunctie die de eigen organisatie heeft zelfs als verzwarende factor gezien.

Gedoogstrategie

In de gedoogstrategie volgen we het landelijk geformuleerde beleid. Met gedogen wordt bedoeld dat een bestuursorgaan bewust en expliciet afziet van het gebruik van ter beschikking staande middelen bij constatering van een overtreding van de regels, alsmede het door het bestuur vooraf verklaren dat tegen een overtreding die nog zal plaatsvinden niet bestuurlijk zal worden opgetreden.

Uitgangspunt is dat slechts in bepaalde gevallen en bij uitzondering mag worden overgegaan tot gedogen. Gedogen is aanvaardbaar in de volgende situaties:

  • - Als het toepassen van sancties duidelijk onredelijk is
  • - Als het in het belang van de norm is om te gedogen
  • - Als er een zwaarder wegend belang is dan het belang van handhaving van de norm.

Deze situaties kunnen als volgt naar de praktijk vertaald worden:

  • - Er is sprake van een overgangssituatie (concreet zicht op legalisatie); ofwel er is regelgeving in voorbereiding waardoor de activiteit /situatie legaal wordt ofwel legalisering kan plaatsvinden doordat een (wijzigings-)vergunning wordt verleend.
  • - Er is sprake van een overmachtssituatie; dit is een onvoorziene situatie waarin de overtreding in beginsel niet voor (tijdelijke) legalisatie in aanmerking komt en het ontstaan van de situatie het resultaat is van omstandigheden die buiten de beschikkingsmacht en schuld van de overtreder liggen (v.b. tijdelijke storing bij een afvalverwerkingsbedrijf waardoor meer afval opgeslagen ligt dan toegestaan in de vergunning).
  • - Activiteiten van tijdelijke aard. Hiervan is sprake als de activiteit maximaal zes maanden duurt of zoveel korter als nodig is. Uitgangspunt is dat de activiteit niet langer duurt dan strikt noodzakelijk en het verantwoord moet zijn om de betreffende activiteit toe te staan.

Op bovenstaand beleid bestaat één gereguleerde uitzondering; het coffeeshopbeleid. De burgemeester gedoogt binnen de gemeente coffeeshops onder het Opiumbeleid. Deze situatie valt niet onder de normale uitgangspunten van gedogen, maar zijn in het verleden gegroeid. De burgemeester stemt zijn gedoogbeleid af met de lokale driehoek.