1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening:

  • - de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. De accountant vraagt voorafgaand aan de accountantscontrole de benodigde dossierstukken schriftelijk op bij concerncontroller van de ambtelijke organisatie.
  • - de accountant voert de controlewerkzaamheden met voorafgaande kennisgeving aan de concerncontroller van de ambtelijke organisatie van de gemeente uit.

2.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant, een vertegenwoordiging uit de raad, de gemeentesecretaris en de concerncontroller van de gemeente.