In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de ASV verstrekt het college in ieder geval geen subsidie voor:

  • - kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
  • - kosten gemaakt na beëindiging van de activiteiten;
  • - kosten van in natura geleverde diensten en goederen;
  • - kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
  • - activiteiten in het kader van of als onderdeel van een (kunstvak)opleiding;
  • - investeringen en niet-projectgebonden materiaalkosten;
  • - kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk met de activiteit verband houdende gemaakte onkosten;
  • - kosten voor de op- en afbouw van een expositie;
  • - kosten voor het cureren van een expositie;
  • - kosten voor een randprogramma tijdens de uitvoering of tentoonstelling van het eindproduct;
  • - kosten voor artist-in-residency.