De algemene principes en uitgangspunten leiden tot onderstaande principes voor inrichting (nieuwe aanleg, herinrichting of omvorming), beheer (beheer en onderhoud) en organisatie (manier van (samen)werken). Hierbij is per principe aangegeven aan welke thema’s uit de ‘Beleidskaders Openbaar Groen’ ze bijdragen.
Deze paragraaf is als volgt opgebouwd:
Inrichtingsprincipes - algemeen
groen
bomen
Beheerprincipes - algemeen
groen
bomen
Samenwerking- en organisatieprincipes - algemeen
De iconen, weergegeven voor de principes, refereren naar de thema’s waaraan het principe bijdraagt. De thema’s worden uitgebreid toegelicht in ‘Beleidskaders Openbaar Groen’.
Inrichtingsprincipes (algemeen)
Inrichtingsprincipes groen algemeen
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Bij nieuwbouw is minimaal 30% van de openbare ruimte groen. Boomkronen tellen mee. IJkpunt hierbij is volwassen groen (circa 20 jaar na aanplant).
x
x
x
Kies bij het (her)inrichten van het openbaar groen voor verschillende soorten bomen en planten (uitzonderingen mogelijk in belang van andere thema’s) Dit vergroot de biodiversiteit.
x
Betrek de bijdrage aan de biodiversiteit bij het bepalen van het sortiment. Gebruik inheems waar mogelijk en uitheems waar noodzakelijk voor de gewenste functie van de beplanting. Toe te passen herkomst in afnemende voorkeur:
Inheems
Aangrenzende klimaatzones (bijvoorbeeld Zuid- of Midden-Europa)
Overige gebieden.
x
x
Betrek klimaatverandering bij het bepalen van de inrichting en het sortiment. Hou rekening met:
het wordt in alle seizoenen warmer;
meer tropische dagen en minder vorstdagen;
de winter wordt natter, de zomer wordt droger en er ontstaan zwaardere buien.
De volgorde van toe te passen soorten is gelijk aan die voor biodiversiteit. In gebieden waar klimaatverandering sterke invloed heeft, kan dit leiden tot meer uitheemse soorten.
x
Grote aaneengesloten bestanden van één soort beplanting of bomen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
x
x
x
Geef prioriteit aan gebieden met hittestress of droogteproblematiek.
x
x
Nieuw aangelegd groen is duurzaam en goed te beheren voor een zo lang mogelijke levensduur.
x
Zoek bij aanpassingen in de openbare ruimte naar koppelkansen voor duurzaamheid en klimaatbestendigheid (klimaat adaptieve inrichting).
x
Onderzoek bij herinrichting de mogelijkheid tot het vergroenen van wegprofielen (bijv. door het verwijderen van nutteloze bestrating of in te zetten op multifunctioneel gebruik).
x
x
x
Groene maatregelen (bijv. wadi’s) hebben de voorkeur boven grijze maatregelen.
x
x
Leg groenvakken verlaagd aan, zodat hemelwater kan toestromen en infiltreren (uitzondering zijn groenvakken langs wegen waar gestrooid wordt en boomspiegels in verhardingen).
x
Pas bodem bedekkende vegetatie toe als preventief onkruidbeheer.
x
Pas groene elementen toe passend bij onderliggende landschapstypen en/of (cultuur)historische waarden.
x
Natuurlijke beplanting past in de (hoofd)groenstructuur. Bijvoorbeeld in de vorm van bosplantsoen en bloemrijk grasland.
x
x
x
Voorkom illegaal grondgebruik in openbaar groen. Pas bijv. een pad of erfafscheiding toe op grenzen langs particulier groen.
x
x
Pas bij voorkeur hagen toe als erfafscheiding bij ontwikkelingen (uitbreiding of inbreiding).
x
Hagen zijn ook mogelijk als natuurlijke afscherming van bijvoorbeeld speelplekken en parkeerterreinen. Dit heeft de voorkeur boven hekwerken.
x
x
Pas grondverbetering toe bij aanleg van groen. Maak gebruik van organische bodemverbeteraars uit de regio in plaats van kunstmest.
x
x
Maak groen waar mogelijk aantrekkelijk, toegankelijk en beleefbaar. Met name langs routes en op verblijfsplekken.
x
x
x
Pas schaduw toe op rustpunten. Doe dit op plekken waar meerdere wandel- en fietsroutes bij elkaar komen.
x
x
Pas schaduw toe op verblijfsplekken (in het bijzonder speelplekken, gebieden rond zorgcomplexen, e.d.), d.m.v. bomen van de eerste grootte.
x
x
Pas schaduw toe langs (belangrijke) wandel- en fietsroutes.
x
Zorg voor gradiënten in groen door heesters, bloemrijke beplanting of ruig gras toe te passen (in bijv. boomspiegels)
x
Pas afwisselend groen toe waarmee de kans op ziekten en plagen verkleind wordt.
x
x
Pas (afwisselend) groen toe waarmee bijna het hele jaar gezorgd wordt voor nectar en stuifmeel. Zorg voor bloei en vruchtdracht waar mogelijk.
x
x
x
Pas waar mogelijk bomen toe langs (belangrijke) recreatieve routes voor schaduwwerking en beleving. De toepassing hiervan volgt de uitwerking in specifieke structuurpaspoorten. (routes: Recreatieschap West-Friesland)
x
x
Inrichtingsprincipes bomen
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Bomen dienen na kap altijd vervangen te worden, bij voorkeur en indien mogelijk op dezelfde plek en met hetzelfde (volwassen) kroonvolume. Als dat niet mogelijk is, in de directe omgeving. Een uitzondering geldt voor dunning van een bos, boomgroep of bomenlaan, waarbij de resterende boomkronen het ontstane gat binnen enkele jaren kunnen opvullen.
x
x
De LIOR geeft kaders voor de soortkeuze, de standplaats en de inrichting van de groeiplaats van bomen.
x
x
Stem soortkeuze van bomen af op zowel bovengrondse als ondergrondse ruimte, wanneer uitbreiding van de ruimte niet mogelijk is (passend bij het eindbeeld van de boom).
x
x
Let bij soortkeuze ook op voldoende variatie waar dit in het beeld past, zodat bij ziekte niet een hele laan gekapt hoeft te worden. Nieuwe bomenrijen en -groepen bestaan uit minimaal 3 verschillende soorten.
x
x
Bij een bijzondere cultuurhistorische waarde van een uniforme boomgroep (bijvoorbeeld een oprijlaan) kan van de eis aan diversiteit worden afgeweken.
x
x
Plant geen bomen die (kosten intensieve) vorm snoei vereisen om ter plaatse beheersbaar te zijn. Kies in plaats daarvan zo nodig voor kleinere of smaller blijvende soorten, wanneer beperkte ruimte niet uitgebreid kan worden.
x
Investeer in de groeiplaats, zodat toekomstbomen tot wasdom kunnen komen. Het Handboek Bomen, waarvan gemeente Medemblik licentiehouder is, helpt bij het bepalen van de juiste groeiplaatsinrichting en volumes.
x
x
Toepassen van gietranden en andere ondersteunende middelen van biologisch afbreekbaar materiaal (na de technische levensduur van de functie wordt het bodemverbeteraar). De gemeente gebruikt geen kunststof/plastic materialen meer.
x
De minimale oppervlakte van boomspiegels is voorgeschreven in de LIOR. Als bestaande boomspiegels kleiner zijn, wordt op natuurlijke ingrijpmomenten gekeken of de boomspiegel groter kan worden, of dat een andere inrichting beter past.
x
Boomspiegels worden na het planten van de boom voorzien van een mulchlaag om uitdroging van de bodem te voorkomen.
x
Boomspiegels bieden kansen om bij te dragen aan de uitstraling en biodiversiteit. Bij voorkeur inplanten met bloemdragende heesters of vaste planten. (Hierna een mulchlaag aanbrengen.)
x
x
x
Boomspiegels kunnen door bewoners worden geadopteerd: dat wil zeggen ingericht en onderhouden, waarbij bovenstaande principe ook geldt. Hierbij zijn de spelregels ten aanzien van adoptiegroen van toepassing.
x
Er wordt onderzocht of kruisingen in open landschappen kunnen worden gemarkeerd met bomen (binnen veiligheidskaders). Dit attendeert weggebruikers op een naderend kruispunt.
x
x
Waar mogelijk wordt meer ruimte gemaakt voor de boom. Bijvoorbeeld door overbodige verharding te verwijderen ten gunste van een grotere boomspiegel/ plantvak.
x
x
Bij de voorbereiding van werkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen, of binnen de groeiplaats van bomen, vindt een bomen effect analyse (BEA) plaats.
x
Beheerprincipes (algemeen)
Beheerprincipes groen algemeen
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Verschil in beheerkwaliteit, afhankelijk van de plek van het groen in de groenstructuur.
X
Oevers worden zoveel mogelijk extensief beheerd. Waarbij wel ruimte is voor zichtlijnen en waterbeleving.
x
Pas aangepast (extensief) maaibeheer toe op gazons met als hoofdfunctie ‘kijkgroen’.
x
x
x
Bermen worden zoveel mogelijk extensief beheerd. Daar waar extensief gemaaid wordt, passen we de kleurkeur.
x
De eerste meter langs wegen wordt intensief gemaaid. Dit geldt ook voor zichthoeken.
x
Grasvelden die gebruikt worden voor spelen, sporten of recreatie worden met dat doel beheerd. Dat betekent meestal intensief maaien. Rondom waar mogelijk meer extensief beheren.
x
Inzetten op het verwijderen van (zwerf)afval in groengebieden en bermen. In elk geval vóór het maaien.
x
x
Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen en ook niet van kunstmest. Wij gaan voor organische bodemverbeteraars uit de eigen regio.
x
Invasieve exoten houden we beheersbaar om gewenste soorten voldoende ruimte te geven en overlast tegen te gaan. We passen een adequate bestrijding van invasieve exoten toe en maken gebruik van het Kennisnetwerk Invasieve Exoten.
x
Onderhoud afstemmen op het type en de functie van het groen.
x
x
x
Beplanting die door verkeerde keuzes in het verleden of door woekerende onkruiden niet meer te beheren is, vervangen. Bij vervanging de voor die plek geldende principes volgen.
x
Zorg voor sociale veiligheid en verkeersveiligheid bij toepassing en beheer van groen.
x
Gras waar evenementen op plaats vinden, inzaaien met extra sterk mengsel en afspraken maken over herstel gazon na evenement.
x
Machines en materiaal zijn zo duurzaam mogelijk: dat wil zeggen bij voorkeur elektrisch en met zo min mogelijk uitstoot.
x
Vrijkomend groenafval wordt waar mogelijk zo circulair mogelijk ingezet.
x
Beheerprincipes bomen
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Bij de voorbereiding van werkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen, of binnen de groeiplaats van bomen, vindt een bomen effect analyse (BEA) plaats.
x
x
Pas bij werkzaamheden rondom bestaande bomen adequate boombescherming toe en zoek naar mogelijkheden voor groeiplaatsverbetering, met substraat op basis van hernieuwbare grondstoffen in plaats van afgegraven veen.
x
x
Na een herinrichting moeten de gehandhaafde bomen duurzaam behouden kunnen blijven. Dat wil zeggen, dat deze bomen geen noemenswaardige schade hebben opgelopen en de groeiomstandigheden gelijk zijn gebleven of zijn verbeterd.
x
Indien bomen door een foute soortkeuze in het verleden op zodanige wijze moeten worden gesnoeid, dat a) de onderhoudskosten onevenredig hoog zijn en b) de boom geen natuurlijke kroonvorm kan ontwikkelen, kan worden overgegaan tot vervanging door een beter passende boomsoort.
x
Voorkom maaischade aan bomen in gazons door niet te maaien binnen een halve meter van de stamvoet. Volsta hier met een- á tweemaal per jaar maaien met de bosmaaier (niet bij alle bomen tegelijk).
x
Bomen worden niet gekapt of gesnoeid bij ‘natuurlijke’ vormen van overlast zoals bladval, vruchtval, insecten of schaduwwerking op tuin en zonnepanelen.
x
x
x
Bij wortelopdruk eerst afwegen of de overlast is te verhelpen met aanpassing van de inrichting, wortelkap, ophogen van de bestrating of groeiplaatsverbetering.
x
Alleen bij ernstige mate van de hiervoor beschreven overlast, en waarvoor geen redelijke alternatieve oplossing bestaat, kan snoei of kap aan de orde zijn. Dit wordt bepaald door de Specialist Groen in samenwerking met overige betrokken collega’s. Dit is afhankelijk van het initiatief (project, vergunningaanvraag e.d.)Bij Waardevolle en Monumentale bomen is kappen alleen een uiterste mogelijkheid als de veiligheid voor de omgeving in het geding is.
x
x
x
Kandelaberen, een ingrijpende beheersmaatregel, alleen toepassen als de boom in zijn uitstraling een toegevoegde waarde heeft (bv. stamomvang, bijzondere kenmerken).
x
Knotwilgen worden om en om gesnoeid.
x
Overige uitgangspunten en afspraken over het beheer van de openbare ruimte zijn opgenomen in het IBOR plan uit 2023. In de LIOR zijn uitgangspunten voor inrichting uitgewerkt. De concrete uitwerking voor het groenbeheer volgt in het groenbeheerplan.
Organisatie- en samenwerkingsprincipes (algemeen)
Principes: organisatie en samenwerking
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Een kapvergunning is binnen de bebouwde kom verplicht voor:
houtopstanden (bomen en struiken) die vermeld staan op de lijst met waardevolle en monumentale bomen;
houtopstanden in de openbare ruimte van de gemeente Medemblik vanaf een dikte van 20 centimeter gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld;
bomen die geplant zijn in het kader van een herplantplicht.
De lijst met Waardevolle bomen wordt periodiek herzien, met vijf jaar als uitgangspunt.
x
x
x
x
x
Buiten de bebouwde kom geldt vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet. Deze stelt een kapmelding verplicht voor houtopstanden groter dan 10 are of een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
x
x
x
x
x
De principes van de circulaire economie worden gehanteerd, zoals hergebruik materialen, composteren, CO2-reductie bij inzet machines en voertuigen of bestrijden van exoten (plantsoorten) en ongedierte. Gebruik de principes van de circulaire ladder van de Omgevingsdienst Noord Holland Noord (ODNHN) als leidraad.
x
x
Er wordt ingezet op het stimuleren van sporten en bewegen in de openbare ruimte, zoals verder wordt uitgewerkt in het nieuwe beleidsplan voor bewegen, ontmoeten, spelen in de buitenruimte. Nu al worden kansen waar mogelijk benut.
x
Uitgangspunten in dit beleid dienen aan de voorkant bij projecten meegenomen te worden. Mocht dit (na integrale afweging) niet mogelijk zijn, dan dient dit onderbouwd te worden. Daarnaast wordt aangetoond hoe dan wel aan ambities en doelstellingen in dit plan voldaan kan worden.
x
x
x
x
x
Bij nieuwbouw en herinrichting worden de ontwerpeisen voor groen en bomen in de LIOR onderdeel van het Plan van Eisen. De Specialist Groen toetst of het ontwerp aan deze eisen voldoet. Goedkeuring is vereist om tot realisatie over te kunnen gaan.
x
x
x
x
x
De beheerbaarheid van het groenontwerp binnen het beschikbare budget is onderdeel van de toetsing door de Specialist Groen.
x
x
x
x
x
Bij aanleg of herinrichting van de buitenruimte wordt een Toezichthouder Groen aangesteld. Deze controleert of het ontwerp volgens de eisen wordt gerealiseerd, of de kwaliteit van aangelegde groeiplaatsen voor gras, beplanting en bomen voldoet en of bestaand groen wordt beschermd. Zo nodig wordt een werk stilgelegd om een oplossing te zoeken. De Toezichthouder Groen dient kennis van de RAW-systematiek te hebben en als zodanig ook van tevoren in een bestek te worden vermeld.
x
x
x
x
x
Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in de openbare ruimte mag het functioneren van bomen en beplantingen niet worden aangetast. Groenvakken en de groeiplaats van bomen moeten ten minste in de oude staat worden hersteld. Als er knelpunten worden verwacht, kan een BEA uitsluitsel geven.
x
x
x
x
x
Bij adoptie van gemeentegroen vallen eventueel aanwezige bomen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Voorts gelden hier de spelregels voor adopotiegroen. In het zeldzame geval van verkoop van openbaar groen gelden de algemene uitgangspunten in paragraaf 3.1.
x
x
x
x
We ontmoedigen het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door lokale ondernemers, bijvoorbeeld door kennisdeling
x
x
Om bewustzijn te creëren, deelt de gemeente kennis over groen. Bijvoorbeeld samenwerking met scholen, vergroenen van tuinen
x
x
x
Participatie
De gemeente Medemblik wil inwoners zoveel mogelijk willen betrekken bij beleid en projecten zodat er zoveel mogelijk rekening gehouden kan worden met ideeën en wensen. Hiervoor is een participatieprotocol opgesteld.
In het openbaar groen wordt op verschillende manieren samengewerkt en geparticipeerd. Er zijn twee vormen van initiatieven: inwonersinitiatieven en gemeentelijke initiatieven.
Inwonersinitiatieven
Bewoners kunnen verschillende initiatieven nemen in het openbaar groen. Ieder initiatief wordt getoetst aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Het uitgangspunt hier bij is een ‘ja, tenzij’ houding’ oftewel, een groen idee kan, tenzij dit bijvoorbeeld strijdig is met het beleid of het praktisch onmogelijk is. Vervolgens wordt er op de groenstructuurkaart gekeken waar het initiatief zich bevindt en binnen welke structuurpaspoort. Daarna worden de samenwerkingsprincipes (inzet gemeente en inzet initiatiefnemers) verder uitgewerkt inclusief de randvoorwaarden. Er zijn daarom door de gemeente spelregels opgesteld ten aanzien van adoptiegroen .
De gemeente maakt onderscheid in de volgende inwonersinitiatieven:
Inrichting en onderhoud boomspiegel
Groenadoptie/zelfbeheer
Buurt(moes)tuin
Bloembakken
Geveltuin
Biodiversiteitstroken
Onderhoud landschapselementen
Aanvraag nieuwe bomen (beheer bomen blijft bij de gemeente)
Spelen en sporten (beheer blijft bij de gemeente, uitzonderingen daar gelaten)
In alle gevallen gaat het om initiatieven in de openbare ruimte, waarbij de gemeente altijd eigenaar en verantwoordelijk blijft. Er zijn spelregels opgesteld door de gemeente ten aanzien van adoptiegroen. De dorpsraad samen met de kernconsulente en opbouwwerkers van de gemeente vervullen een coördinerende rol bij de uitvoering van adoptieprojecten.
Denk bij bovenstaande adoptieprojecten en overige participatie initiatieven ook aan de gemeentelijke volkstuinen, waarvan er acht aanwezig zijn in de gemeente en waar nog voldoende ruimte hiervoor aanwezig is.
Gemeentelijke initiatieven
De gemeente is voor het gemeentelijk groen meestal zelf initiatiefnemer. Binnen de werkzaamheden in het openbaar groen zijn verschillende type onderhoud: dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervangingen en herinrichting. De houding van de gemeente richting inwoners verschilt per type onderhoud.
De vorm van samenwerking die we als gemeente aannemen in het openbaar groen is als volgt:
Dagelijks onderhoud: informeren, de gemeente informeert de inwoners/belanghebbenden proactief over de werkzaamheden.
Groot onderhoud: informeren, de gemeente informeert de inwoners/belanghebbenden proactief over de werkzaamheden.
Vervanging: adviseren, de gemeente laat de inwoners/belanghebbenden meedenken en neemt dit mee in de besluitvorming.
Herinrichting: adviseren, de gemeente laat de inwoners/belanghebbenden meedenken en neemt dit mee in de besluitvorming.