Algemeen
Een omgevingsvergunning voor een andere functie binnen de bebouwde dan in het omgevingsplan is opgenomen kan worden verleend, mits:
1. deze functie binnen de bebouwde kom plaatsvindt;
2. er voorzien wordt in voldoende parkeerbehoefte op eigen perceel;
3. stedenbouwkundig er tegen de gewenste functie geen bezwaar bestaat;
4. de gewenste functie past binnen de overige sectorale beleidsnota’s;
5. de activiteit – voor zover van toepassing – niet hoger is dan categorie 2 van de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering’;
6. geen activiteiten worden uitgeoefend die bijdragen tot een verhoging van externe veiligheidsrisico’s.
Specifiek
Een omgevingsvergunning voor medegebruik woningen en bijgebouwen binnen de bebouwde kom kan worden verleend, mits:
1. de functiewijziging plaatsvindt in de bebouwde kom;
2. aannemelijk gemaakt wordt dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
(uitgangspunt werkruimte < 30% van de vloeroppervlakte van de woning, maximaal 50m²);
3. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming is;
4. degene die de hoofdactiviteiten in woning of het bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is3De term hoofdactiviteit wordt gebruikt om aan te geven dat wel een therapeut en zijn ondersteunende medewerker is toegestaan, maar geen praktijk met meerdere therapeuten.;
5. de activiteiten geen publieksgericht karakter hebben waarbij de verkeersafwikkeling nadelig wordt beïnvloed;
6. er kan worden voorzien in voldoende parkeerbehoefte op eigen perceel;
7. er geen detailhandel wordt uitgeoefend, tenzij dit een normaal en ondergeschikt onderdeel van de bedrijfsvoering betreft.
8. de activiteit – voor zover van toepassing – valt onder categorie 1 of 2 van de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering’;
9. er geen milieu- of andere overlast ontstaat;
10. geen activiteiten worden uitgeoefend die bijdragen tot een verhoging van externe veiligheidsrisico’s.
Voor het onderstaande gebruik geldt, deels in aanvulling op en deels in afwijking van de hiervoor genoemde algemene uitgangspunten voor medegebruik van woningen en bijgebouwen binnen de bebouwde kom, het volgende:
Een omgevingsvergunning voor medegebruik woningen en bijgebouwen binnen de bebouwde kom voor kapsalons en nagelstudio’s of verglijkbare activiteit gebruik kan worden verleend, mits:
1. de kapsalon, nagelstudio of vergelijkbare activiteit een eenmanszaak is;
2. maximaal 2 (kappers)stoelen in de ruimte aanwezig zijn;
3. de oppervlakte van de kapsalon aan huis meer dan 20 m² bedraagt.
Een omgevingsvergunning voor medegebruik woningen en bijgebouwen binnen de bebouwde kom voor een Bed&Breakfast kan worden verleend, mits:
1. de activiteiten in het bestaande hoofdgebouw plaatsvinden of in bijgebouwen, gesitueerd op hetzelfde perceel als het hoofdgebouw, mits de bijgebouwen in de onmiddellijke nabijheid van het hoofdgebouw liggen;
2. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, zodanig dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50m2;
3. bedoeld gebruik geen onevenredige hinder mag opleveren voor het woon- en leefmilieu en geen afbreuk mag doen aan het karakter van de omgeving;
4. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
5. degene die de Bed&Breakfast verzorgt tevens de bewoner van de woning dient te zijn;
6. de activiteiten geen publieksgericht karakter mogen hebben waarbij de verkeersafwikkeling nadelig wordt beïnvloed;
7. ten behoeve van parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate wordt voorzien in relatie tot de Bed&Breakfast;
8. er geen detailhandel wordt uitgeoefend, tenzij dit een normaal en ondergeschikt onderdeel van de bedrijfsvoering betreft;
9. in de woning of bijgebouwen maximaal 3 kamers voor Bed&Breakfast worden ingericht en gebruikt;
10. de Bed&Breakfast maximaal plaats biedt aan 6 personen;
11. medegebruik van de woning voor een Bed&Breakfast is niet mogelijk bij gestapelde woningen (appartementen)woningen met één slaapkamer, of studio’s.