Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een erf- of terreinafscheiding kan worden verleend, mits:
1. de hoogte van de erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 2 meter
tenzij deze zijn gelegen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan, in welk geval de hoogte niet meer mag bedragen dan 1 meter. Indien sprake is van twee voorgevelrooilijnen, bijvoorbeeld in hoeksituaties, geldt dit niet voor de voorgevelrooilijn die in het verlengde van de zijgevel ligt. In dergelijke gevallen mag er tot in de voorgevelrooilijn worden gebouwd (zie voor dubbele voorgevelrooilijn ook artikel 2 wijze van meten en de toelichting hierop).
2. deze eenduidig is vormgegeven en geen gesloten plaatmateriaal wordt toegepast (profielplaten of betonpanelen).