Een gedetineerde of een tbs’er kan in principe geen beroep doen op – algemene bijstand, dan wel bijzondere bijstand. Artikel 13, eerste lid, onder a, WWB is daarover heel duidelijk: “Geen recht op bijstand heeft degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen”.
Dit betekent dat aan een gedetineerde of tbs’er ook géén bijzondere bijstand voor de vaste lasten zoals huur en energiekosten ten behoeve van het aanhouden van woonruimte tijdens detentie mag worden verleend.
Artikel 16 van de WWB bepaalt dat gelet op alle omstandigheden, en alleen bij “zeer dringende redenen” hiervan kan worden afgeweken. De beoordeling of hiervan sprake is kan alleen plaatsvinden na een strikt individuele beoordeling. Uit jurisprudentie volgt dat hiervan alleen sprake kan zijn in “acute levensbedreigende omstandigheden” (hierbij kan het ook gaan om ernstige gevolgen voor de psychische toestand van belanghebbende). Op grond van dit artikel kan dus in zéér uitzonderlijke situaties toch bijstand worden verleend. Dit artikel mag echter niet gebruikt worden om bij elke bijzondere om- standigheid af te wijken van artikel 13 WWB. De lichamelijke of psychische levensbedreigende om- standigheden moeten altijd worden aangetoond.
Op grond van het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid is het wél mogelijk om bijstand te verlenen aan:
gedetineerden die aan penitentiair programma deelnemen;
ter beschikking gestelden met proefverlof;
gedetineerden met elektronisch toezicht en een taakstraf;
deelnemers in de laatste fase van hun strafrechtelijke opvang in het kader van de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden.
Bewijsstukken
verblijf in detentie, waaruit blijkt dat het verblijf in detentie korter duurt / heeft geduurd dan zes maanden;
eventuele acute levensbedreigende omstandigheden;
de huurspecificatie c.q. de woonkosten van de eigen woning;
bewijs huursubsidie;
voorschotnota's voor energie en dergelijken.
Hoogte bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand wordt afgestemd op de hoogte van de te betalen huur en eventuele overige kosten die doorlopen.
Duur en vorm van de bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand wordt voor maximaal zes maanden verstrekt en wordt verleend in de vorm van bijstand ‘om niet’. De persoon, die langer dsn zes maanden in detenite zit, heeft geen recht op bijzon- dere bijstand.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 6.3.
Artikel 6.3.5.
Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in detentie
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012