Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 7.1.

Artikel 7.1.1.

Duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

De kosten van duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen nood- zakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan vanuit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling ach- teraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel wor- den afgeweken. Indien de betreffende kosten voorzienbaar waren, versterkt dit het argument dat be- langhebbende wordt geacht hiervoor te reserveren. Opgemerkt wordt, dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen de kosten voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Met overige inrichtingskosten worden de kos- ten van inrichting bedoeld die niet zien op duurzame gebruiksgoederen, zoals verf en behang. Het onderscheid is van belang voor de vorm waarin de bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Zo wordt in principe bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoede- ren verstrekt in de vorm van een lening. Bijzondere omstandigheden Volgens de CRvB kan niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt het ontbreken van (vol- doende) reserveringsruimte, in verband met aanwezige verwijtbare schulden en de daaruit voortvloei- ende betalingsverplichtingen. De volgende omstandigheid kan mogelijk wel als bijzonder worden aangemerkt: er bestaat een medische noodzaak voor het maken van de kosten; bij een noodzakelijke verhuizing. Als noodzakelijke verhuizing wordt aangemerkt een verhuizing die het gevolg is van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag. de reserveringsruimte is (gedeeltelijk) aangewend voor noodzakelijke kosten; de klant heeft gedurende een periode van 3 jaar onafgebroken een inkomen op bijstandsniveau gehad. (In dit geval wordt aangenomen dat de klant alle reserves heeft aangesproken); de aflossing van een noodzakelijke schuld, hierbij kan worden gedacht aan schulden voor de aan- schaf van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen voor de eerste woninginrichting; schuld i.v.m. een saneringskrediet; schulden aangegaan in een situatie waar in het aangaan van de schuld, gelet op het inkomen niet onverantwoord was en de bijstandsbehoeftigheid niet voorzienbaar was. Vragen Bij de bijstandsverlening dient het volgende te worden nagegaan: is het gevraagde noodzakelijk? had men kunnen reserveren voor de kosten (let op vermogensgrens)? is er een voorliggende voorziening (financiering via een kredietinstelling)? Blijkt de noodzaak vast te staan en wordt op grond van bovengenoemde criteria geconcludeerd dat geen dan wel een gedeeltelijke reserveringscapaciteit aanwezig is (geweest), dan kan worden geconcludeerd dat bijstandsverlening aan de orde is. Hoogte bijzondere bijstand De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de goedkoopste, en voor de betrokke- ne(n) adequate, voorziening. De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen, zoals vermeld in de Prijzengids van het Nibud (inclusief verwijderingsbij- drage). Welk kan rekening worden gehouden met energiebesparende apparaten. De B-klasse kan als voldoende adequaat worden genoemd. Wanneer voor een koelkast een vergoeding wordt toegekend van € 300,-- en de aanvrager wil een duurder model en eventuele meerkosten zelf bijdragen, mag geconcludeerd worden dat de aanvrager de kosten van de aanschaf van een koelkast zelf kan bekostigen. Vorm bijzondere bijstand Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verleend (artikel 48, eerste lid, WWB). In afwijking hier- van bepaalt artikel 51, eerste lid, WWB dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden gegeven in de vorm van een geldlening, borgtocht of als een bedrag om niet. Voor wat betreft de vorm van de bijzondere bijstand geldt de volgende voorkeur: borgtocht bij een geldlening via de normale kredietverlenende instanties als vaststaat dat, zonder optreden van de bijstand als borg, de lening door de kredietverlenende instelling niet zal worden verstrekt; leenbijstand bijstand om niet De wetgever acht deze volgorde aangewezen omdat ook de aanschaf, vervanging of reparatie van gebruiksgoederen met een duurzaam karakter tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren. Doet zich evenwel de bijzondere situatie voor, dat bijvoorbeeld een dergelijk goed aan vervanging toe is, terwijl belanghebbende nog niet voldoende heeft gereserveerd, dan ligt het voor de hand dat de alsdan te verstrekken bijzondere bijstand, mede gezien het duurzame karak- ter van het goed, de vorm heeft van een geldlening. Wel dient vast te staan dat de belanghebbende de benodigde geldlening niet kan krijgen via de normale kredietverlenende instanties. Tip In sommige gevallen kan de WMO een voorliggende voorziening zijn. Denk voorbeeld aan de situa- tie waarin vloerbedekking moet worden vervangen omdat de belangbende last heeft gekregen van Cara (astma). Aflossing geldlening Zie voor de hoogte van de aflossingsbedragen § 2.4.8. bij verwijtbare lening: kan er in principe geen kwijtschelding worden verleend na 36 maanden, maar dient de lening volledig te worden afgelost. Looptijd lening In principe niet langer dan 36 maanden. Aan de bijstand verbonden verplichtingen de verplichting om uit de toegekende bijzondere bijstand de betreffende kosten te voldoen; de verplichting om betalingsbewijzen te overleggen; specifieke verplichtingen in verband met het feit dat de bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel