Als iemand overlijdt en hij of zij laat onvoldoende geld achter om daar een begrafenis of crematie van te betalen, moet de directe familie deze kosten betalen. Onder directe familie wordt verstaan:
de echtgenoot (niet bedoeld: de partner waarmee de overledene samenwoonde);
de geregistreerde partner;
de ouders;
de kinderen, de aangetrouwde kinderen, schoonouders en stiefouders.
Bij aanwezigheid van nabestaanden dienen zij de kosten van lijkbezorging voor hun rekening te nemen. Ontbreken hiervoor de middelen dan kan ieder voor zijn eigen aandeel bijstand aanvragen. De beoordeling moet geschieden naar inkomen, vermogen, omstandigheden etcetera, van de aanvrager en niet die van de overledene.
Indien geen nabestaanden aanwezig zijn en het verzoek om bijzondere bijstand in begrafeniskosten wordt ingediend door iemand die zich daartoe moreel verplicht voelt dienen alle middelen uit de nala- tenschap van de overledene in mindering te worden gebracht op het bedrag van de noodzakelijke kosten. In deze situatie moet het verzoek worden opgemaakt op naam van de overledene en de (zo minimaal mogelijke) kosten worden vergoed zonder rekening te houden met het inkomen van degene die de opdracht tot begraven heeft gedaan.
Voorliggende voorzieningen
uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering;
een overlijdensuitkering krachtens een sociale zekerheidswet;
het vermogen in de nalatenschap:
bij een alleenstaande komt het gehele vermogen in de nalatenschap;
bij een echtpaar zonder kinderen waarvan één van de partners overlijdt, moet het verschil tussen de vermogensvrijlating voor een echtpaar en voor een alleenstaande worden aangewend voor deze kosten.
Wet op de lijkbezorging
Wanneer er geen nabestaanden zijn of wanneer deze weigeren de begrafenis of crematie te verzorgen dan is op grond van de Wet op de Lijkbezorging de gemeente verplicht te zorgen voor de lijkbezorging. Op grond van deze wet komen de kosten van de lijkbezorging ten laste van de gemeente.
Voor zover de kosten niet kunnen worden gedekt uit de bij de overledene gevonden gelden of goederen, kan de gemeente de kosten verhalen op de bloed- en aanverwanten zoals genoemd in boek 1 BW artikelen 392 tot 396, te weten de ouders, kinderen, aangehuwde kinderen, schoonouders en stiefouders.
Begrafeniskosten in het buitenland
Bij de beoordeling van de vraag of en zo ja in hoeverre deze kosten voor bijstandsverlening in aan- merking kunnen komen kan niet worden voorbijgegaan aan het in artikel 7 WWB neergelegde beginsel dat de mogelijkheid tot bijstandsverlening aan het verblijf hier te lande is gebonden. Het verdraagt zich niet met genoemd beginsel om bij de toepassing van de WWB rekening te houden met kosten die in het buitenland worden gemaakt. Reeds op die grond kunnen de in verband met het vervoer naar en de begrafenis in het buitenland gemaakte kosten niet voor bijstandsverlening in aanmerking komen.
Hoogte bijzondere bijstand
Voor het vaststellen van een vergoeding dient uitgegaan te worden van een 'sobere' uitvaart. Voor de hoogte van de te vergoeden bedragen is aansluiting gezocht bij de bedragen zoals die in de prijzen- gids van het Nibud staan vermeld en op de site van www.uitvaart.nl
Voor een begrafenis kan maximaal € 5.500.-- worden vergoed (dit is inclusief grafsteen) en voor een crematie € 4.270,40.
Aan de bijstand verbonden verplichtingen
De beschikking moet vermelden dat de belanghebbende verplicht is om de verleende bijstand te be- steden aan het voldoen van zijn aandeel in de uitvaartkosten van de overledene.
Vorm van de bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt in beginsel ‘om niet’ verleend.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 6.3.
Artikel 6.3.7.
Begrafenis/ crematie en uitvaartkosten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012