Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Beleidsuitgangspunten

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2024

In aanvulling op de algemene uitgangspunten (zie hoofdstuk 2) gelden, op basis van voorgaande beschrijving van de risico’s, voor de milieubelastende activiteiten bij locaties de volgende beleidsuitgangspunten: Locaties met een of meerdere melding- of vergunningplichtige milieubelastende activiteiten beschikken over een actuele melding of vergunning. Bij iedere controle wordt beoordeeld of de vigerende melding of vergunning nog actueel is (actualiteitstoets). Alle meldingen en aanvragen voor vergunningen voor milieubelastende activiteiten worden beoordeeld op volledigheid op basis van de landelijke indieningsvereisten. Alle relevante milieuaspecten uit iedere melding en (vergunning)aanvraag voor milieubelastende activiteiten worden globaal beoordeeld. Op basis van de impact van de aangevraagde activiteiten (zie bijlage 3 voor de risicoanalyse van activiteiten), de politiek-bestuurlijke gevoeligheid van de activiteiten op deze locatie én de verwachte emissies / hinder voor de omgeving vindt intensievere inhoudelijke beoordeling plaats. Het prioriteren van risicovolle locaties met een of meerdere milieubelastende activiteiten gebeurt informatie gestuurd. Op basis van risicovariabelen en input van deelnemers doet de FUMO jaarlijks een voorstel aan de bevoegde gezagen welke locaties integraal én welke locaties op specifieke aspecten een controlebezoek ontvangen. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de volledigheid van het overzicht van locaties met milieubelastende activiteiten. De deelnemer levert dit overzicht jaarlijks aan de FUMO, zodat de FUMO het voorstel voor te controleren locaties kan uitwerken. Het bevoegd gezag kan het beheer van het overzicht van locaties met milieubelastende activiteiten ook bij de FUMO beleggen. De FUMO is verantwoordelijk voor de volledigheid van benodigde gegevens van ieder van de locaties onder het basistakenpakket (benodigde gegevens van locatiesin beeld). Bij het uitvoeren van controles actualiseert de FUMO de gegevens; de gegevens van locaties die langere tijd niet gecontroleerd zijn, zijn daardoor minder actueel dan gegevens van recent gecontroleerde locaties. Mutaties van gegevens geeft FUMO aan het bevoegd gezag door, zodat het bevoegd gezag daarmee de volledigheid van het overzicht met locaties actueel kan houden. De volgende risicovariabelen worden in ieder geval in het risicomodel meegenomen: Het risico van de milieubelastende activiteit(en) van de locatie. Zie bijlage 3 voor een uitwerking van de risico’s per activiteit. Het milieurisico van de branche waarin het bedrijf actief is. Om het risico van de branche te bepalen, wordt het naleefgedrag van de branche als geheel meegenomen én worden milieuaspecten ten opzichte van elkaar gewogen. Deze weging, op basis van een risico-inschatting van deelnemers en FUMO, is: Externe veiligheid: zwaarte 5 van 5 Bodemkwaliteit: zwaarte 3 van 5 Geluid: zwaarte 3 van 5 Luchtkwaliteit en geur: zwaarte 3 van 5 Waterkwaliteit: zwaarte 2 van 5 Gezondheid: zwaarte 4 van 5 Zie bijlage 4 voor een uitwerking van de risico’s per branche. De politiek-bestuurlijke gevoeligheid. De lengte van de periode dat geen milieucontrole heeft plaatsgevonden. Het gedrag van de drijver/eigenaar. De 10% locaties met de grootste risico’s vallen onder de categorie hoog risico. De 25% locaties die hierna het grootste risico hebben, vallen onder de categorie matig risico. De overige 65% locaties is categorie laag risico. 12 De indeling van locaties met milieubelastende activiteiten wordt jaarlijks gemaakt op basis van actuele gegevens. Bedrijven die in het eerste jaar in de categorie laag risico vallen en niet gecontroleerd worden, worden het jaar erna met een hoger risico ingedeeld. Let wel: deze categorieën gelden voor de locaties niet betreffende de nieuw overgekomen basistaken per 1 januari 2024. Voor de nieuwe basistaken geldt de risico-beoordeling zoals beschreven in bijlage 11, inclusief een categorie ‘extra laag’. Voor de locaties met een IPPC-installatie geldt: de locaties in de categorie hoog risico worden 1,5x per jaar gecontroleerd, met een matig risico 1x per jaar en met een laag risico 1x 3 per jaar. In een toezichtplan per locatie met een IPPC-installatie wordt benoemd wanneer integraal en wanneer op een of enkele aspecten wordt gecontroleerd. Voor de locaties zonder IPPC-installatie geldt: de locaties in de categorie hoog risico worden 1x per 2 jaar gecontroleerd, met een matig risico 1x per 4 jaar en met een laag risico minimaal 1x per 10 jaar. Van de controles bij locaties zonder IPPC-installatie is 50 tot 75% een aspectcontrole. In het uitvoeringsprogramma wordt door een efficiënte aanpak getracht de locaties met een laag risico frequenter te bezoeken dan 1x per 10 jaar. Let wel: deze categorieën gelden voor de locaties niet betreffende de nieuw overgekomen basistaken per 1 januari 2024. Voor de nieuwe basistaken geldt de risico-beoordeling zoals beschreven in bijlage 11, inclusief een categorie ‘extra laag’. Bij het ketentoezicht hebben de ketens van grond- en afvalstromen de hoogste prioriteit (zie hoofdstuk 2.3). Een onderbouwing en uitwerking van het ketentoezicht is opgenomen in bijlage 8.7. Deze beleidsuitgangspunten zijn uitgewerkt in de vergunning- en toezichtstrategie in respectievelijk bijlage 7.4 en 8.4. Doelstelling (zie bijlage 1 voor nadere uitwerking) Locaties met één of meerdere melding- of vergunningplichtige milieubelastende activiteit(en) beschikken over een actuele melding / vergunning. De branches in de hoogste risicocategorie vertonen een verbeterd naleefgedrag ten opzichte van 2020. De voorschriften die gelden voor de activiteiten met de grootste milieurisico’s worden beter nageleefd dan in 2020. Bij overige branches en activiteiten is het geconstateerde naleefgedrag minimaal gelijk aan het naleefgedrag in 2020.

Rechtspraak bij dit artikel