De Omgevingswet verplicht niet hoe intensief het toezicht gericht op bodem dient plaats te vinden. Wettelijk gezien is het dus mogelijk dat het toezicht beperkt blijft tot het administratief beoordelen van en beschikken over het evaluatierapport en/of nazorgplan na afloop van het werk. Dit minimaal uitvoeringsniveau leidt tot een groot aantal risico’s, waarvan in bijlage 5 een selectie is opgenomen.
Bij ontvangst van een aanvraag, op basis van ontvangen gegevens, geen goed beeld van de verwachte naleving, waardoor niet bepaald kan worden op welke locatie een controle meer nodig is dan elders. Het is niet mogelijk gebleken om vooraf in te schatten waar het mis gaat; dit noodzaakt om ieder werk met een saneringsbeschikking of melding bodem minimaal één keer te bezoeken. We ambiëren hier een meer risicogericht toezicht (zie doelstelling in paragraaf 2.2).
We verwachten op basis van intensivering van het toezicht Bal/Bbk dat veel werken onterecht niet wordt gemeld. Risico’s zijn door het (mogelijk bewust) niet melden hoger dan bij gemelde werken. Ook voor het Bal/Bbk is de intensiteit van het beoordelen van meldingen en het toezicht niet bij wet vastgelegd. Indien de uitvoering plaatsvindt op dit wettelijk niveau, worden de grootste risico’s gelopen bij werken met sterke twijfels bij de beoordeling van de melding Bal/Bbk, IBC- bouwstoffen, meldingen achteraf en toepassing immobilisatie (zie bijlage 5). Matige risico’s zijn er bij tijdelijke en kortdurende opslag, partijen met meer dan 5% bodemvreemd materiaal, samengevoegde partijen en meldingen met herkomst buiten Fryslân.
Als gevolg van de Omgevingswet verschuiven diverse bodemwerkzaamheden van een meldingsplicht naar een informatieplicht. Hierdoor is een beperktere beoordeling mogelijk.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Risico’s
Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2024