Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.

Voorwaarden pgb voor jeugdhulp door personen uit het sociale netwerk

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Den Haag 2024

De jeugdige of zijn ouders die een pgb ontvangen, kunnen de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een meerderjarig persoon uit het sociale netwerk: de persoon uit het sociale netwerk verleent veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders leidt niet tot overbelasting bij de persoon die deze jeugdhulp verleent; de ontvanger van een pgb is niet tevens uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht en heeft geen financiële relatie met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij: dit gezien de situatie van de jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; de uitvoerder van de hulp en ontvanger van het budget een ouder is van de jeugdige voor wie het pgb is verstrekt; er is op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb uitgeoefend bij diens besluitvorming; de persoon uit het sociale netwerk verricht geen handelingen die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional is voorbehouden; de persoon uit het sociale netwerk beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag, niet ouder dan 12 maanden, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, voor personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders aan wie de jeugdhulpaanbieder jeugdhulp verleent of aan wie een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering is opgelegd, en dient deze desgevraagd te overhandigen aan het jeugdteam, tenzij de persoon de ouder is van de jeugdige; de kwaliteit van de hulpverlening moet voldoende zijn om de gestelde doelen in het ondersteuningsplan te kunnen realiseren. De geleverde voorziening wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de aanvrager en eventuele andere vormen van hulp of zorg in het gezin; de persoon uit het sociale netwerk doet melding van iedere calamiteit of geweld die bij de verlening van jeugdhulp of bij de uitvoering ervan plaatsvindt bij de Inspectie Jeugdzorg en het college; de persoon uit het sociale netwerk stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen.

Rechtspraak bij dit artikel