Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Criteria jeugdwetvervoer

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Den Haag 2024

1. . Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouders zelf verantwoordelijk is of zijn voor het vervoer van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie waarvoor de jeugdige een indicatie heeft voor een individuele voorziening. 2. . Indien de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen, al dan niet met het openbaar vervoer, en de eigen kracht van zijn ouders ontoereikend is om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt. 3. . Bij het beoordelen van de eigen kracht van de ouders worden de draagkracht en draaglast van de ouders en de mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen. 4. . Als aan de voorwaarden voor het jeugdhulpvervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke vervoersvoorziening of combinatie van vervoersvoorzieningen het meest passend is. Hierbij geldt dat een voorziening voor groepsvervoer voorliggend is op een voorziening voor individueel vervoer. 5. . De noodzaak voor jeugdwetvervoer wordt opgenomen in het gezinsplan als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel