Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering en controle

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Den Haag 2024

1. . Een jeugdige of zijn ouders doen op verzoek en zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, die eventueel aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. . Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening beëindigen, herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is; de jeugdige of zijn ouders niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb; de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. 3. . Indien het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken in verband met de verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, geheel of gedeeltelijk de kosten terugvorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. . Het college kan een besluit tot verlening van een pgb intrekken, indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na het klaarzetten van het budget bij de Sociale Verzekeringsbank, niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. . Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet; 6. . Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste 13 weken. Dit kan alleen gemotiveerd en als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel