Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse “zeer onrustig” worden ook de volgende criteria bij de afweging betrokken:
de criteria zoals genoemd onder criteria tot geluidklasse “onrustig”;
het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken;
bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte4 In artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 is ‘verblijfsruimte’ als volgt gedefinieerd:‘ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaats vinden’. aan de geluidsluwe zijde te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde;
het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat;
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4
Criteria voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse “zeer onrustig”
Onderdeel van Nota hogere grenswaarden