Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3Afzien

van het verlagen

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gouda 2011

1.. Het college ziet af van een verlaging indien: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verstrekt. Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet toegepast na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden. 2.. Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel