Er zijn op hoofdlijnen drie vormen van grondbeleid: actief, faciliterend en de tussenvorm van publiek-private samenwerking. Alle drie de vormen van grondbeleid komen voor in Haarlemmermeer, waarbij steeds vaker sprake is van faciliterende grondbeleid.
De kernvraag bij het kiezen van een bepaalde vorm van grondbeleid is hoe sterk de gemeente wil sturen op de kwaliteit van de locatie en het tempo van de realisatie. Dat hangt onder andere af van:
de ruimtelijke doelstellingen die de locatie dient;
de belangstelling van marktpartijen voor de locatie;
de financiële ruimte van de gemeente en de financiële risico’s die de ontwikkeling van de locatie met zich meebrengt;
de bestaande grondposities die de gemeente op de locatie heeft.
Actief grondbeleid
Bij actief grondbeleid heeft de gemeente de te ontwikkelen gronden in eigendom of verwerft de gemeente betreffende gronden. De gemeente kan daarbij gebruik maken van een aantal instrumenten. In de meeste gevallen verkrijgt de gemeente de grond via een minnelijke (ver)koop, al dan niet met behulp van de vestiging van een voorkeursrecht, of door middel van een grondruil. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om gronden in het kader van het algemeen belang te onteigenen, indien het niet lukt om de grond minnelijk te verwerven en de eigenaar niet bereid en/of in staat is de gewenste functie zelf te realiseren.
Bij actief grondbeleid zorgt de gemeente er zelf voor dat de grond geschikt wordt gemaakt om op te bouwen. De gemeente past de bestemming aan, maakt de grond bouwrijp en woonrijp en geeft de bouwkavels uit aan één of meerdere (markt)partijen (aannemers, ontwikkelaars, beleggers, corporaties, of particulieren). Die partijen zorgen voor de bouw van de woningen, kantoren, bedrijfsgebouwen en (eventuele) voorzieningen.
Faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid begeeft de gemeente zich niet op de grondmarkt, maar laat zij de grondverwerving, het bouwrijp en woonrijp maken, en de gronduitgifte over aan andere (markt)partijen. De gemeente oefent dan alleen invloed uit via instrumenten als het omgevingsplan en de anterieure overeenkomst. In veel gevallen sluit de gemeente met de initiatiefnemer een zogenaamde ‘anterieure overeenkomst’. Dit gebeurt voorafgaand aan de vaststelling van het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt. In de anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over (onder andere) het kostenverhaal, de financiële bijdrage en de eisen die de gemeente aan de locatie stelt. Lukt dat niet, dan regelt de gemeente voornoemde afspraken in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan). Op die manier worden de kosten die de gemeente bij faciliterend grondbeleid maakt verhaald op de ontwikkelende partijen. Ook na vaststelling van kostenverhaalregels of kostenverhaalvoorschriften kan een overeenkomst worden gesloten, een zogenaamde ‘posterieure overeenkomst’. In een posterieure overeenkomst kunnen afspraken worden gemaakt over (onder andere) het kostenverhaal, de financiële bijdrage, nadeelcompensatie, fasering, tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën.
Publiek-private samenwerking (PPS)
Publiek-private samenwerking is een tussenvorm van actief en faciliterend grondbeleid. Een voorbeeld van publiek-private samenwerking is de gemeente en (markt)partijen die samen een gezamenlijke onderneming oprichten om een locatie te ontwikkelen (een grondexploitatiemaatschappij, of kortweg GEM). In deze onderneming brengen gemeente en (markt)partijen gezamenlijk gronden in, brengen zij deze gezamenlijk tot ontwikkeling en delen zij de winst en de risico’s. De gemeente oefent zowel via publiekrechtelijke instrumenten als via het aandeelhouderschap van de publiek-private samenwerkingsconstructie invloed uit op het grondgebruik.
Figuur 1 vormen van grondbeleid
De verschillende vormen van grondbeleid verschillen qua sturingsmogelijkheden en risico’s voor de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de overwegingen om te kiezen voor een bepaalde vorm van grondbeleid uiteengezet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Vormen van grondbeleid
Onderdeel van Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2024-2029