Bij elke vorm van grondbeleid spelen vele afwegingen. Hieronder volgen enkele belangrijke afwegingen bij actief grondbeleid:
Wel of niet verwerven
De eerste stap voor actief grondbeleid is het maken van een afweging over het wel of niet verwerven van de gronden. In bepaalde gevallen blijft grondverwerving het meest geëigende instrument om een gewenste ontwikkeling tot stand te brengen. De afweging om wel of niet tot grondverwerving over te gaan vergt in ieder afzonderlijk geval een strategische afweging waarbij meerdere factoren een rol spelen, zoals:
de noodzaak van de ontwikkeling ter plaatse;
de eigendomssituatie ter plaatse;
de bereidheid en mogelijkheid tot zelfrealisatie door de grondeigenaar;
de prijsstelling;
de marktsituatie;
eventuele alternatieven.
Voor het actief verwerven zal op basis van een ruimtelijke visie, een verwervingsstrategie moeten worden opgesteld aan de hand van de doelen die bij de betreffende ontwikkeling worden nagestreefd. De verwervingsstrategie moet gebaseerd zijn op een zorgvuldige analyse van onder andere:
de ruimtelijke visie op het gebied, volgend uit de omgevingsvisie/programma’s;
de bijdrage die de gemeente wil leveren aan het gewenste resultaat;
de (verwachte) verwervingsprijs;
de financiële risico’s;
de rol van de gemeente bij de ontwikkeling;
de grondposities van eventuele andere partijen;
de noodzaak om gronden te verwerven (mede bezien vanuit het belang van ruilgronden);
de beschikbare financiële middelen.
Indien grond aan de gemeente wordt aangeboden, de zogenaamde niet actieve verwerving, wordt beoordeeld of het aanbod past binnen een bepaald ruimtelijk perspectief, volgend uit de omgevingsvisie/programma’s. Als dit het geval is, zal de gemeente een taxatie laten opstellen om de marktwaarde te bepalen.
Verwerving vindt in de regel op minnelijke wijze plaats. Voor het geval de onderhandelingen niet tot het gewenste resultaat leiden, beschikt de gemeente over een aantal instrumenten die haar in de gelegenheid stelt om regie op de toekomstige ontwikkeling te voeren, waaronder het voorkeursrecht en onteigening (zie paragraaf 4.1).
Wel of niet zelf ontwikkelen
Indien de gemeente gronden heeft verworven, is de tweede stap om als gemeente deze gronden zelf of zo nodig in samenwerking met marktpartijen, te ontwikkelen. De gemeente gaat in principe zelf tot ontwikkeling over als dat past binnen de ruimtelijke ambitie en er sprake is van een renderende grondexploitatie met beperkte risico’s. Of wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang is gediend bij de ontwikkeling en het niet aannemelijk is dat een marktpartij een dergelijke ontwikkeling risicodragend ter hand zal nemen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Afwegingen bij actief grondbeleid
Onderdeel van Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2024-2029