Investeringen die alleen betrekking hebben op één ontwikkellocatie, zoals verwerving, sloop en sanering, bouwrijp en woonrijp maken en plankosten (de kosten voor het maken van de (gemeentelijke) plannen en de planbegeleiding), worden meegenomen in de exploitatie van de betreffende ontwikkellocatie. Deze kosten moeten uiteindelijk worden terugverdiend via de verkoop van bouwkavels. Het geheel van kosten en opbrengsten betreft de grondexploitatie. Zowel de gemeente als initiatiefnemers kunnen voor eigen rekening en risico de grondexploitatie voeren.
Als de gemeente de grondexploitatie voert, kan zij de door haar gemaakte kosten binnen de grondexploitatie dekken met de grondopbrengsten (de opbrengst bij uitgifte van bouwrijpe grond).
Als de initiatiefnemer de grondexploitatie voert, zal de gemeente nog steeds kosten maken ten behoeve van de bijbehorende ruimtelijke ontwikkeling (in ieder geval de plankosten). In deze situatie is de gemeente verplicht om de gemeentelijke kosten die betrekking hebben op de ontwikkellocatie ten laste van die ontwikkeling te brengen en dus op de initiatiefnemer te verhalen. Die kosten kunnen zowel binnen als buiten de ontwikkellocatie worden gemaakt. De omvang van het kostenverhaal varieert per ontwikkellocatie en is afhankelijk van de specifieke situatie en de daarmee samenhangende gemeentelijke werkzaamheden.
Voor binnenplanse kosten hanteert de gemeente het uitgangspunt dat de nieuwe ontwikkeling zelf volledig verantwoordelijk is voor onder ander het voldoen aan groennormen, watercompensatienormen, parkeernormen en het realiseren van de ontsluiting van de ontwikkeling. De bijbehorende maatregelen zullen veelal binnen het exploitatiegebied worden genomen, maar dit is niet altijd het geval. Een voorbeeld hiervan is dat bij grotere gebiedsontwikkelingen tot de binnenplanse kosten de kosten tot en met de aansluiting op de omliggende (provinciale) wegen behoren.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.3
Binnenplanse kosten
Onderdeel van Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2024-2029