De gemeente maakt onderscheid tussen twee typen bovenwijkse voorzieningen. De eerste noemen wij direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen. Dit zijn voorzieningen die niet alleen noodzakelijk zijn voor één ontwikkellocatie, maar ook van belang zijn voor andere ontwikkellocaties en/of bestaande wijken. Het profijt dat deze locaties van de voorzieningen hebben is via een bepaalde verdeelsleutel (op basis van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit) aan de verschillende locaties toe te rekenen. Voorbeelden van deze groep kosten zijn de kosten voor een verbindingsweg die twee of meer ontwikkellocaties met de bestaande infrastructuur verbindt en de kosten voor een wijkpark die op de ene ontwikkellocatie wordt aangelegd en mede ten behoeve van een andere ontwikkellocatie wordt gerealiseerd. Omdat deze voorzieningen ook van nut zijn voor andere ontwikkellocaties en/of bestaande wijken, mogen deze kosten niet volledig aan één ontwikkellocatie worden toegerekend, maar slechts voor een gedeelte.
Bij ontwikkelingen door initiatiefnemers is de gemeente verplicht om de gemeentelijke kosten van direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen op de initiatiefnemers te verhalen. De omvang van het kostenverhaal varieert per ontwikkellocatie en is afhankelijk van de specifieke situatie en de daarmee samenhangende gemeentelijke kosten. De gemeente heeft geen zogenaamde ‘Nota bovenwijks’ waarin op voorhand voor de gehele gemeente deze investeringen voor direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen inzichtelijk zijn gemaakt. Tijdens de voorbereidingsfase wordt er per ontwikkeling/ontwikkelgebied gekeken welke direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen zijn toe te rekenen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4
Direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen
Onderdeel van Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2024-2029