Het is niet zonder reden dat de gemeente haar jeugdige inwoners wil beschermen tegen de schadelijke gevolgen van alcohol. Er is steeds meer kennis over deze schadelijkheid. Alcoholgebruik gaat gepaard met tal van fysieke, mentale en maatschappelijke problemen. De mate van schade is grotendeels dosis-gerelateerd: hoe meer alcohol, hoe meer schade. Er is eigenlijk geen veilige ondergrens. Licht en matig alcoholgebruik worden al in verband gebracht met onder meer hartritmestoornissen en diverse soorten kanker. https://www.trimbos.nl/kennis/alcohol/alcohol-en-kanker/alcohol-en-kanker-2/
Zwaar drinken is gerelateerd aan een hoger risico op acute schade door alcohol, zoals alcoholvergiftiging en verkeersongevallen, en geeft een verhoogde kans op hersenschade. Overmatig drinken brengt bovendien een grotere kans op verslaving en op schade aan de organen met zich mee. Naast lichamelijk gevolgen heeft alcoholgebruik invloed op het psychisch functioneren; depressie, angstklachten en suïcide zijn gerelateerd aan regelmatig dronken zijn en/of aan problematisch alcoholgebruik. Huiselijk geweld, agressie, uitgaansgeweld en vandalisme worden vaak onder invloed van alcohol gepleegd. In gezinnen waar alcoholgebruik door de ouders problematisch is, worden de problemen vaak van generatie op generatie doorgegeven.
Voor jongeren zijn de risico’s van alcoholgebruik groter dan voor volwassenen. Niet alleen zijn de acute gevolgen voor hen vaak ernstiger – zij raken bijvoorbeeld eerder bewusteloos en kunnen onder invloed over hun seksuele grenzen heen gaan – maar ook heeft drinken op jonge leeftijd gevolgen voor de lange termijn. Denk aan verstoring van de hersenontwikkeling (die tot het 24e jaar doorloopt) en een grotere kans op verslavingsproblemen. Agressief, asociaal en delinquent gedrag komt bovendien vaker voor bij jongeren die drinken dan bij hun niet drinkende leeftijdgenoten. Bij jongvolwassenen kunnen (de gevolgen van) alcoholgebruik verder leiden tot kort- en langduriger verzuim, studievertraging, afname van de studieprestaties en studie-uitval.
** 3.1.1. .** Alcoholgebruik onder scholieren
Landelijk
In de groep 12 tot en met 16-jarigen was tussen 2003 en 2015 een afname zichtbaar in het alcoholgebruik: van ongeveer 70% naar 25%.
Mogelijk heeft de wetswijziging hierop invloed gehad. Sinds 1 januari 2014 is de leeftijd waarop alcohol mag worden verkocht aan jongeren verhoogd naar 18 jaar. Ook mogen minderjarigen sinds die datum geen alcohol bij zich hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Ondernemers die alcohol verkopen aan jongeren onder de 18 zijn strafbaar.
Vanaf 2015 echter, is de afname van het alcoholgebruik gestagneerd. In zowel 2015, 2017 als 2019 bleef ongeveer een kwart (25%) van de 12 tot en met 16-jarige scholieren maandelijks alcohol drinken.
Ook bingedrinken en dronkenschap zijn sinds 2015 niet verder afgenomen. Van de scholieren die in de maand voorafgaand aan het onderzoek dronken, heeft bijna drie op de vier bij één gelegenheid vijf of meer glazen alcohol gedronken. Het “bingedrinken in de afgelopen 4 weken” neemt sterk toe tussen de 13 en 14 jaar: van 4,6% bij de 13-jarigen naar 18% onder de 14-jarigen). Onder de 16-jarigen drinkt één op de vijf (19%) 5-10 glazen alcohol in het weekend.
Alcoholgebruik daalt niet verder
Tussen 2019 en 2021 is het aantal scholieren van 12 t/m 16 jaar dat ooit alcohol heeft gedronken niet veranderd. Vergeleken met 2003 is het percentage alcoholgebruikers fors gedaald, zowel bij jongens als bij meisjes. Sinds 2003 is ook het aantal scholieren dat in de afgelopen maand alcohol heeft gedronken of heeft gebinged flink afgenomen. De daling lijkt echter niet verder door te zetten. Dit geldt voor drinken ooit in het leven, in de afgelopen maand en voor binge drinken.
https://www.trimbos.nl/kennis/alcohol/alcohol-in-cijfers/cijfers-alcoholgebruik-jongeren/
Jongens en scholieren van het vmbo-b en vmbo-t drinken vaker dan hun leeftijdgenoten. Binnen het speciaal onderwijs is het alcoholgebruik onder leerlingen van cluster 4 scholen (gedrags- of ontwikkelingsstoornissen en psychiatrische problemen) vergelijkbaar met VMBO-b; in cluster 3 (LVB) ligt het alcoholgebruik lager dan in het reguliere onderwijs. Sommige groepen jongeren (en jongvolwassenen) zijn extra kwetsbaar en lopen daardoor een groter risico op problematisch alcoholgebruik. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen van ouders met een verslaving en/of psychische problematiek en kinderen met een licht verstandelijke beperking.
** 3.1.2. .** alcoholgebruik onder jongvolwassenen
Landelijk
Er zijn verschillende onderzoeken die informatie geven over het drinkgedrag van jongvolwassenen of van subgroepen daarbinnen:
Gekeken naar de totale volwassen bevolking valt op dat schadelijk gebruik van alcohol het meest voorkomt in de leeftijdsgroep 20-29 jaar (peiljaar 2020).
De meerderheid van de mbo- en hbo-studenten drinkt en ruim 70 procent doet dat regelmatig. Van degenen die drinken, drinkt 19 procent gemiddeld meer dan 10 glazen alcohol op een weekenddag. De 17-jarigen op het mbo drinken meer dan hun leeftijdgenoten op het hbo of voortgezet onderwijs.
Jongvolwassenen die regelmatig uitgaan drinken op een uitgaansavond ruim 12 glazen, terwijl zij op andere dagen dat zij alcohol drinken zo’n drie glazen consumeren (bijna drie glazen).
Een kwalitatief onderzoek onder plattelandsjongeren geeft inzicht in hun kennis, houding en gedrag met betrekking tot alcohol. Hoewel de jongeren overmatig lijken te drinken, zien zij dit zelf niet als een probleem. Zij hebben een positieve houding ten opzichte van alcohol mede omdat drinken in hun omgeving als normaal wordt gezien. Hun kennis over de schadelijkheid van alcohol is beperkt.
** 3.1.3. .** Ouders
Landelijk
Ouders zijn soms nog toegeeflijk met betrekking tot alcoholgebruik door hun kinderen. Zo krijgt een kwart van de 12 tot 16-jarige scholieren die wel eens drinken, alcohol van hun ouders. Dat aantal is niet gedaald sinds 2016. Maar er zijn meer ouders die hun rol oppakken. Driekwart van de ouders heeft in 2015 expliciet als regel dat hun minderjarige kind niet mag drinken; in 2007 was dat nog 50%. Ouders die zelf veel drinken, zijn toleranter ten aanzien van alcoholgebruik bij hun kinderen. Hoewel de invloed van peers (leeftijdgenoten, vrienden) op het gedrag toeneemt met de leeftijd, blijven ouders invloed houden op het drinkgedrag van hun opgroeiende kind, bijvoorbeeld via hun houding ten opzichte van alcohol of door de afspraken die zij met hun kind maken. Ouders hebben een voorbeeldfunctie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.
De schadelijkheid van Alcohol
Onderdeel van Preventie en handhavingsplan alcohol & drugs 2024 - 2027 gemeente De Wolden