1.. De kredietbeheerder adviseert en informeert de (hoofd- en sub-) budgethouder omtrent de voortgang van beleidsvoornemens en de verwachte afwijkingen van het toegekende budget. Dit betreft zowel (dreigende) over- als onderschrijdingen van het budget opgenomen uitgaven en inkomsten.

2.. De kredietbeheerder controleert een ingekomen factuur op juiste levering van goederen en/of diensten tegen de afgesproken prijs en legt de documenten waarmee de prestatielevering is vastgesteld vast.

3.. De kredietbeheerder codeert de ingekomen factuur zodat de uitgave ten laste van het juiste budget wordt gebracht.

4.. Wanneer er sprake is van opbrengsten, geeft de kredietbeheerder een door de (hoofd- en sub-) budgethouder getekende en gecodeerde opdracht aan de financiële administratie tot het versturen van nota's of (belasting)aanslagen.

5.. Zorgdragen voor de aanlevering aan de (hoofd- en sub-) budgethouder van de informatie die van belang is voor de planning- en controlcyclus.