Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.3

Omgevingswet

Onderdeel van Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030

Met de komst van de Omgevingswet is de zorg voor het archeologisch erfgoed straks in twee wetten geregeld. Een gedeelte van de Monumentenwet is opgegaan in de Erfgoedwet, een ander gedeelte zal opgaan in de Omgevingswet. Alle wettelijke regelingen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving komen in de Omgevingswet terecht. Daarmee is de Omgevingswet van grote betekenis voor de archeologie. Het resterende deel (onder meer de verplichte certificering van archeologische adviesbureaus) is overgegaan naar de nieuwe Erfgoedwet. Gemeenten behouden hun belangrijke rol in het archeologische stelsel. De gemeentelijke taak is rekening te houden met (te verwachten) archeologische waarden in bestemmingsplannen (nu) en omgevingsplannen (straks). Uitgangspunt van de Omgevingswet is zoveel mogelijk decentraal te regelen, waardoor meer taken en bevoegdheden bij de lagere overheden komen te liggen. Daarnaast zet de wet hoog in op de participatiesamenleving. Inwoners, initiatiefnemers, ondernemers en maatschappelijke organisaties moeten de kans krijgen om mee te praten over beleids- en besluitvormingsprocessen. De nieuwe wet vraagt van alle overheden een meer proactieve houding, met als kernbegrip ‘uitnodigingsplanologie’. De Omgevingswet regelt in de toekomst onder meer: vergunningen voor het wijzigen van rijksmonumenten; het rekening houden met cultureel erfgoed bij het maken van ruimtelijke plannen, waaronder de omgang met (verwachte) archeologische waarden; de bescherming van stads- en dorpsgezichten. Veel bepalingen worden verder uitgewerkt in zogeheten uitvoeringsregelingen, de Algemene Maatregelen van Bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel