Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.4

Besluit kwaliteit leefomgeving

Onderdeel van Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030

De inhoudelijke rijksregels en de instructies voor het praktisch uitvoeren van de Omgevingswet zijn opgenomen in de Algemene Maatregelen van Bestuur. Een daarvan is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dat de inhoudelijke normen voor de bestuurlijke besluitvorming beschrijft. In het Bkl staan de omgevingswaarden (ook wel normen) voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit en waterveiligheid en de instructieregels voor de lagere overheden. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Deze instructieregels moeten door gemeenten worden over genomen in hun omgevingsplan. Het Rijk maakt gebruik van instructieregels op drie niveaus. Daarbij gaat het om: ‘in acht nemen’ – dit betreft een harde, dwingende doorwerking; ‘rekening houden met’ – dit duidt op een verzwaarde belangenafweging. Er kan alleen van worden afgeweken als daar goede redenen voor zijn die voldoende worden gemotiveerd; ‘betrekken bij’ – dit betekent dat aandacht moet worden besteed aan het betrokken belang, maar dat het belang geen verzwaarde positie heeft in de belangenafweging. Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving omvat instructieregels voor het cultureel erfgoed, waaronder de archeologie. De omschreven verplichtingen houden verband met het Verdrag van Malta (zie 2.1). Er staat dat in een omgevingsplan rekening gehouden moet worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (waarden). Deze regel valt dus onder het middelste niveau, wat betekent dat hier alleen van kan worden afgeweken met voldoende motivatie. In het omgevingsplan moeten in ieder geval regels opgenomen worden ter bescherming van cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met: het voorkomen van beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen verder in het omgevingsplan ook: ambities worden vastgesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden; gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking, mits voldoende onderbouwd. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. Hiervan kan worden afgeweken door in het omgevingsplan een andere oppervlakte vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel