• - Het vaststellen van delen van het Omgevingsplan te delegeren aan het college van B&W in de volgende situaties:
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan conform een verleende Omgevingsvergunning;
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan ten gevolge van een door de gemeenteraad of college vastgesteld beleidsstuk;
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan voor zover het binnen bestaande vastgestelde beleidskader past;
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan voor gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst (Besluit Omgevingsrecht, Bijlage 11, artikel 4);
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan ten gevolge van door het Rijk of de provincie opgelegde instructieregels;
    • - Het aanpassen van het Omgevingsplan voor zover dat onder de Wet Ruimtelijke Ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was.
  • - Vast te stellen dat in de volgende situaties een bindend advies wordt gevraagd aan de gemeenteraad: In het geval dat bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning de situatie voorkomt dat:
    • - Het initiatief niet past in het Omgevingsplan en
    • - Het initiatief niet past binnen geldende beleidskaders.
  • - Geen bindend advies behoeft te worden gevraagd in gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst.
  • - Dat participatie verplicht is in alle buitenplanse, vergunningsplichtige gevallen.
  • - Deze besluiten uiterlijk een jaar na inwerkingtredlng van de Omgevingswet te evalueren.
  • - Deze besluiten treden in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.