Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.6

Meedoen in de samenleving

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre

[Wmo, PW] De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners kunnen meedoen aan activiteiten in de samenleving. Door te werken doen inwoners mee aan de samenleving. Maar inwoners kunnen ook op andere manieren meedoen. Daarom zijn er in de gemeente: maatschappelijke organisaties waar inwoners terecht kunnen; plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, zoals verenigingen en inloopvoorzieningen;, activiteiten die voor alle inwoners worden georganiseerd; en mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om mee te doen. Een inwoner kan daar hulp bij nodig hebben, vanwege een beperking of een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. Die inwoner kan aan de gemeente hulp vragen, als diegene zelf geen oplossing kan vinden voor zijn problemen. De hulp kan verschillende vormen hebben. Gaat het om hulp-op-maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet daarnaast langdurig nodig zijn. Hieronder staan vormen van hulp die de gemeente kan inzetten. 3.6.1 Begeleiding groep (dagbesteding) / ondersteuning De inwoner die de dag niet goed kan invullen, kan in aanmerking komen voor ‘begeleiding groep’. De inwoner kan dan meedoen aan sociale, arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten. Groepsbegeleiding is bedoeld voor de inwoner die niet kan werken en geen andere voorzieningen kan benutten. Het gaat om activiteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Als de inwoner daarbij vervoer nodig heeft, kan de gemeente ook helpen. 3.6.2 Begeleiding individueel / ondersteuning De inwoner die de normale dagelijkse activiteiten niet zelf kan doen, kan in aanmerking komen voor ‘begeleiding individueel’. De begeleider helpt dan bij de dagelijkse gang van zaken en bij terugkerende activiteiten, zoals het maken van een dagindeling en het doen van de administratie. Ook kan de begeleider de inwoner helpen om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar ondersteunt de inwoner hierbij. 3.6.3 Vervoer in eigen omgeving De inwoner kan in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, als hij door een beperking in de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan hebben of noodzakelijke activiteiten niet kan doen. De inwoner wordt dan geholpen bij het vervoer dichtbij huis. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met collectief vervoer of het gebruikmaken van een vervoermiddel zoals een scootmobiel. Het moet gaan om: het zich verplaatsen rondom de woning; het zich verplaatsen over een afstand van maximaal 20 kilometer van de woning. De gemeente wil graag dat collectief taxivervoer beschikbaar en betaalbaar blijft voor inwoners die dat nodig hebben. Daarom kijkt de gemeente of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer. De inwoner kan dan reizen met collectief taxivervoer voor een lager tarief, via ZOOV. 3.6.4 Rolstoel De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat krijgen. Hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel krijgt die geschikt is voor dagelijks zittend gebruikt. 3.6.5 Aanpassing of vervanging voorziening Als een vervoermiddel of rolstoel aangepast of vervangen moet worden doet de gemeente dit alleen, als: de normale afschrijvingstermijn is verstreken; of die voorziening onbruikbaar is geworden buiten de schuld van de inwoner om; of die voorziening geen oplossing meer is voor de hulpvraag van de inwoner; of de inwoner de kosten van vervanging geheel of gedeeltelijk zelf betaalt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel