Aanmeldingen: ieder schuldhulpverleningstraject start met een contactmoment (een aanmelding). Er wordt beoordeeld hoe urgent de melding is. Meestal melden inwoners zichzelf, soms melden vasten lasten partners zich ook als zij dreigen met afsluiting. Vanuit de aanmelding volgt een gesprek.
Quikscan: in een quickscan wordt de screening besproken met de inwoner die zich heeft gemeld. Er wordt door de schuldhulpverlener een inschatting gemaakt hoe de situatie is en er wordt ingegaan op het zo volledig mogelijk helder krijgen van het dossier.
Intake: in deze fase verheldert de schuldhulpverlener de hulpvraag en beoordeelt hij welke producten moeten worden ingezet. De gegevens worden volledig verzameld (inkomsten, uitgaven, schulden, etc.). Aan de hand van de intake wordt een plan opgesteld. Soms kan er volstaan worden met een eenmalig advies en het verstrekken van informatie waarmee de inwoner zelf verder kan.
Stabilisatie: in deze fase wordt er evenwicht gebracht tussen de inkomsten en uitgaven van de inwoner. Stabilisatie draagt bij aan het verhogen van de draagkracht en het stabiliseren of verminderen van de schuldenlast. Stabilisatie verhoogt de kans op een geslaagd schuldhulpverleningstraject aanzienlijk en verkleint de kans op uitval.
Schuldenregeling: er wordt een start gemaakt met een schuldenregeling als er sprake is van een problematische schuldsituatie. Zodra de schulden allemaal in kaart zijn gebracht, wordt er een minnelijke regeling tot stand gebracht. Hiervoor legt de schuldhulpverlener schriftelijk contact met alle schuldeisers. De schuldhulpverlener doet een verzoek tot stopzetting van invorderingsmaatregelen en renteberekening en maakt een betalingsvoorstel op basis van de afloscapaciteit. Deze regeling heeft een maximale looptijd van 3 jaar (conform de gedragscode NVVK) en vanaf 1 juli 2023 zelfs een maximale looptijd van 1,5 jaar.
Dwangakkoord: een dwangakkoord geeft de schuldhulpverlener de mogelijkheid om weigerachtige schuldeisers te dwingen mee te werken aan een minnelijke regeling. Dit gebeurt tijdens een kort geding. Met het dwangakkoord voorkomt een schuldhulpverlener dat een inwoner in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) terecht komt.
Heronderzoeken: de schuldhulpverlener voert heronderzoeken uit voor lopende schuldenregelingen na ieder jaar. De schuldhulpverlener maakt een herberekening over het VTLB (Vrij te laten bedrag) en beoordeelt of de schuldenaar zich heeft gehouden aan de gemaakte afspraken. Indien dat het geval is en het traject wordt succesvol nageleefd, wordt na 3 jaar/1,5 jaar (afhankelijk instroom moment) de resterende schuld kwijtgescholden.
Budgetbeheer en Bewindvoering: kan onderdeel uitmaken van het schuldhulpverleningsplan. Indien inwoner zelf niet of onvoldoende zijn/haar financiën beheert, is dat reden voor de schuldhulpverlener om budgetbeheer of beschermingsbewind te organiseren (dit kan ook als een voorwaarde opgelegd worden voor een schuldhulpverleningstraject).
Indien er een schuldhulpverleningstraject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) wordt aangevraagd en wordt toegewezen door de rechtbank, dan krijgt een schuldenaar een WSNP-bewindvoerder toegewezen. Deze legt verantwoording af van het WSNP-traject aan de rechtbank.
Budget coaching: kan een onderdeel van het schuldhulpverleningstraject zijn. Hier wordt de schuldenaar ondersteund in het leren van het voeren van zelfstandig financieel beheer. Hierin kan de schuldhulpverlener zelf ondersteuning in bieden aan de inwoner of de schuldhulpverlener schakelt hiervoor Humanitas in.
Nazorg: na afronding van een curatief traject is het van belang dat het gevaar van recidive wordt onderkend. In veel gevallen krijgt de ex-schuldenaar weer eigen beheer van financiën. Goede nazorg is belangrijk. De verschillende nazorggesprekken die gevoerd worden staan in het teken van toetsing of de ex-schuldenaar de gedragsverandering handhaaft, hierin speelt Humanitas in Bergen een belangrijke rol. Zij kunnen het stokje van de schuldhulpverlener overnemen en (voor een langere periode) nazorg verlenen.