Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Algemeen

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024

Begeleiding in de Wmo is volgens de wet gericht op ‘het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven’. Het gaat dan om de fysieke, cognitieve en psychische mogelijkheden van de inwoner die hem in staat stellen om binnen de eigen persoonlijke levenssfeer te functioneren. Algemene criteria voor toekenning van begeleiding individueel en groepsbegeleiding (dagbesteding) zijn in de verordening opgenomen in de artikelen 4.4. en 4.5. Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing: De ondersteuning is tijdelijk en vraaggericht (op maat). Begeleiding betreft niet het behandelen van een beperking, ziekte of stoornis, maar om verbeteren en in stand houden in het dagelijks leven van het functioneren van de inwoner die een stoornis heeft. De inzet van hulp vindt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij huis plaats. De hulp is gericht op welzijn en continuïteit maar ook op tijdige afschaling waar mogelijk: intensieve zorg waar nodig, minder zwaar of frequent als dat kan. Bij de indicatiestelling kan opgenomen worden dat de beoogde begeleiding ‘activerend’ of ‘stabiliserend’ is. Onder ‘stabiliserend’ verstaan we ‘activiteiten gericht op trainen of onderhouden van de vaardigheden van een cliënt zodat deze zo lang mogelijk maatschappelijk actief kan blijven en zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan wonen’. Onder ‘activerend’ verstaan we ‘activiteiten gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, zoals het aanleren van vaardigheden of het stimuleren om maatschappelijk actief te worden. Monitoring van de voortgang en de behaalde resultaten is dan nodig. Oplossingen met inzet van collectieve- , algemene, algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorliggend. Te denken valt aan: welzijnsactiviteiten voor ouderen of jongeren, sport- en beweegactiviteiten, culturele cursussen en bijeenkomsten etc.; lotgenotencontacten bijvoorbeeld via het Alzheimer café; mantelzorgondersteuning vanuit Binding; eetactiviteiten door vrijwilligers georganiseerd, Tafeltje Dekje, bezorgdiensten van supermarkten of kant- en klare maaltijden; computercursussen, bijvoorbeeld door de bibliotheek of Binding georganiseerd; taallessen door vrijwilligers zoals taalmaatjes; ondersteuning van vrijwilligers vanuit Vluchtelingenwerk; kinderopvang; gezelschapsactiviteiten en bezoekdiensten door vrijwilligers van bijvoorbeeld het Rode Kruis of de Zonnebloem; ondersteuning bij schulden of administratieve problemen: Grip op de knip of vrijwilligers van Humanitas of Schuldhulpmaatje; activerende activiteiten of cursussen in groepsverband zoals rouwverwerkingsbijeenkomsten of assertiviteitstrainingen; ondersteuning vanuit een poh-er van de huisartsen; inzet van vrijwilligers via ‘Wijk helpt’ of ‘Verbonden buurt’ of een soortgelijke voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel