Op basis van artikel 4.1, 6e lid van de verordening zijn de volgende nadere regels van toepassing:
Begeleiding kan in groepsverband (dagbesteding) of individueel ingezet worden. Begeleiding in groepsverband is voorliggend op begeleiding individueel. In bijzondere situaties zijn ook combinaties denkbaar.
Begeleiding individueel zal vaker activerend van aard zijn, begeleiding groep vaker stabiliserend (zie § 4.6.2). Soms is gedrag van een cliënt niet passend in een groep en is individuele begeleiding passend.
Begeleiding groep is vaker gericht op het bieden van een dagstructuur en ter ontlasting van de mantelzorger. Begeleiding individueel richt zich vaker op versterken en stabiliseren van de eigen kracht en zelfredzaamheid binnen de eigen dagstructuur. Ook kan de ondersteuning binnen individuele begeleiding gericht zijn op leren omgaan met- en acceptatie van een chronische beperking en versterken van de zingeving.
NB: (medische) behandeling is voorliggend en maakt ook vaak deel uit van de behandeling onder de zorgverzekeraar. Bijvoorbeeld bij kanker of transitie-operaties (zie ook § 2.3).
Bij de indicatiestelling wordt hiermee rekening gehouden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.
Afweging begeleiding groep of begeleiding individueel
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024