De Wmo biedt de mogelijkheid om eigen bijdragen op te leggen aan cliënten die een voorziening toegekend hebben gekregen. Het maakt niet uit of dat een voorziening betreft die in natura of via een pgb is toegekend. Het Rijk heeft het zgn. ‘abonnementstarief’ ingevoerd. Dat houdt in dat cliënten per 2024 maximaal € 20,60 per maand betalen aan eigen bijdrage, onafhankelijk van hun eigen inkomen/vermogen en onafhankelijk van aard en aantal voorzieningen waarover zij beschikken. Vereisten voor het opleggen van eigen bijdragen zijn in de verordening opgenomen in de artikelen 4.19 – 4.22.
Daarin is ook opgenomen dat voor een aantal voorzieningen geen eigen bijdrage opgelegd wordt. Deels is dat wettelijk bepaald (voor inwoners onder de 18 en voor rolstoelen alsmede voor meerpersoons huishoudens, nog niet AOW-gerechtigd) en deels is dat een lokale keuze (respijtzorg, kortdurend verblijf, cliëntondersteuning, , bemoeizorg, waakvlamzorg en bij financiële tegemoetkomingen).
NB: het Rijk heeft inmiddels aangekondigd dat er per 2026 weer een inkomens- en vermogens afhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-cliënten wordt ingevoerd. De aanpassing van de wet, die dit moet regelen, is inmiddels in concept gereed. De verwachting is dat deze in 2025 vastgesteld zal worden.
De wet bevat stelt ook vaste bepalingen in voor het start- en stopmoment van de betaling van de eigen bijdrage. Dat betekent dat onderstaande nadere regels per 2026 zullen vervallen of aangepast moeten worden.
Nadere regels over start- en (tijdelijk) stopmoment van de eigen bijdrage op basis van artikel 4.20, 3e lidvan de verordening:
Start van de eigen bijdrage: de eigen bijdrage gaat in per 1e van de maand, volgend waarop de Wmo-voorziening is verstrekt.
Stopzetten van de eigen bijdrage: als de toegekende voorziening niet meer gebruikt wordt, de indicatie is afgelopen of de cliënt is overleden, stopt de eigen bijdrage per 1e van de nieuwe maand.
Tijdelijk stopzetten van de eigen bijdrage: voor het tijdelijk stopzetten zijn in onze regio de volgende afspraken gemaakt: aan zorgaanbieders is gevraagd om bij alle gevallen van onderbreken van de ondersteuning een tijdelijk stopbericht door te geven. De inning van de eigen bijdrage stopt wanneer de ondersteuning minimaal twee kalendermaanden onafgebroken niet heeft plaatsgevonden.
Duur van het opleggen van eigen bijdragen: de bijdrage geldt gedurende de tijd dat de cliënt een voorziening gebruikt totdat -in het maximale geval- de gehele aanschafprijs is betaald. Voor bijvoorbeeld omvangrijke woonvoorzieningen kan dit inhouden dat cliënten levenslang de bijdrage blijven betalen. Voor bijvoorbeeld een scootmobiel kan dat enkel jaren omvatten; daarna wordt de bijdrage opgelegd om het onderhoud en eventuele kosten voor verzekering mede te bekostigen. Dat laatste geldt ook voor woonvoorzieningen, trapliften en alle andere voorzieningen die onderhoud vergen.
Indien sprake is van vervanging van een eerder verstrekte voorziening, kan opnieuw een bijdrage opgelegd worden, rekening houdend met reële afschrijvingstermijnen (zoals gehanteerd door de leverancier). Hetzelfde geldt voor situaties als binnen een leefeenheid de eerder toegekende voorziening overgaat naar een andere cliënt.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1.
Algemeen: abonnementstarief
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024