Er zijn hulphonden op allerlei terreinen. Waren vroeger alleen de blindengeleidehond en ADL-hond bekend als hulphond, inmiddels zijn er ook allerlei andere soorten hulphonden. In principe worden hulphonden vanuit de Zorgverzekeringswet vergoed. Dit geldt alleen voor hulphonden waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat zij effectief zijn. Dit geldt voor de blindengeleidehond, de ADL-hulphond en de signaalhond. Inmiddels is er de PTSS-hulphond en ook bijvoorbeeld de hulphond die mensen met autisme helpt. Van deze hulphonden is (nog) niet wetenschappelijk vastgesteld dat zij bewezen effectief zijn. Vanuit de Zorgverzekeringswet wordt daarom geen vergoeding verstrekt.
Wat betekent dit voor Wmo-aanvragen voor onderhoud of opleiding voor hulphonden?
Er is veel jurisprudentie die niet altijd een eenduidige lijn volgt.
Op 12 september 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zich uitgesproken in een zaak over een PTSS-hulphond, ECLI:NL:CRVB:2018:2785, (gemeente Roosendaal). De Raad acht het feit dat de toegevoegde waarde van een hulphond voor de participatie en de zelfstandigheid onvoldoende vast staat een voldoende grondslag om de hond niet toe te kennen. Er is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van de PTSS-hulphond. Dat er gemeenten zijn die, ondanks onvoldoende vastgestelde effectiviteit, toch hulphonden verstrekken, betekent niet dat andere gemeenten dat ook moeten doen. De gemeente heeft terecht besloten geen PTSS-hulphond te verstrekken. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak. Dat gemeenten in dit soort zaken verschillend handelen is lastig. Maar het betekent niet dat gemeenten moeten vergoeden omdat andere gemeenten dat ook doen. Dat heeft de Centrale Raad in elk geval duidelijk uitgesproken. Ook in uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2020:3283 van de Rechtbank Noord-Holland wordt een afwijzing van de aanvraag voor de kosten van vergoeding van de opleiding van een hulphond terecht geacht. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene met de indicatie voor beschermd wonen een passende en toereikende voorziening is geboden. Het bieden van structuur en een positief effect op de depressie van betrokkene kan de hond ook bieden zonder de gevraagde opleiding. Therapeutische doelen, waar de hond wellicht een rol in kan spelen, vallen niet onder de reikwijdte van de Wmo. Hoe begrijpelijk ook de wens van betrokkene is om haar hond op te (laten) leiden tot hulphond, de toegevoegde waarde van een hulphond, voor zover die zou zijn gelegen in het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie, is in het individuele geval van betrokkene onvoldoende gebleken.
Inmiddels is er een aantal uitspraken waarin is bepaald dat een opleiding tot hulphond moest worden toegekend. Zoals in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:918 (gemeente Heemskerk). Daarbij is de opmerking vaak dat sprake is van een uitzondering.
De Raad stelt vast dat weliswaar een maatwerkvoorziening beschermd wonen was toegekend, maar dat zij hier geen gebruik van kon maken vanwege een wachtlijst. Uiteindelijk is er pas heel veel later overbruggingszorg ingezet. En dat met een voor haar heel beperkte omvang. De noodzakelijke ondersteuning kon niet gerealiseerd worden. Zoals blijkt uit de verklaringen van haar behandelaren, heeft de hulp van haar tot assistentiehond opgeleide hond, wel een duidelijk positief effect gehad op de zelfredzaamheid en participatie van betrokkene. De noodzakelijke maatwerkvoorziening is niet tot stand gekomen en de opleiding tot assistentiehond heeft daadwerkelijk effect gehad. Daarom vindt de Raad dat in dit bijzondere geval, de conclusie kan worden getrokken dat de opleiding van de hond een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van betrokkene.
Nog een relevante uitspraak stelt dat in veel gevallen een gewone hond volstaat:
De gevraagde hulphond heeft als taak het geven van positieve aandacht aan cliënt, het bieden van een gevoel van veiligheid en hij moet geruststellend aanwezig zijn. Dat kan een gewone hond ook. Een begeleider kan – wat een hulphond niet kan – helpen bij het nemen van belangrijke beslissingen (op financieel, sociaal, medisch of maatschappelijk gebied) en helpen meer sociale contacten te krijgen. Daarom volstaat een gewone hond in combinatie met een begeleider.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Gemeente Tilburg 13 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7262
Beslisboom bij aanvraag hulphond (bron: Stimulansz)
De bepalingen in onderstaande beslisboom gelden als nadere regels vanuit de afweging of de aanvraagvoor (de opleiding van) een hulphond wel of niet onder de wettelijke taken vanuit de Wmo valt:
Is de hond (deels) therapeutisch of niet-therapeutisch? Een puur therapeutische hond kan in een aantal gevallen vanuit de Zorgverzekeringswet worden gefinancierd. Zie de Regeling zorgverzekering: art. 2.13, lid 5 (visuele functie: blindengeleidehond); Art. 2.10, lid 4 (hoorfunctie: signaalhond) en Art. 2.12, lid 4 (bewegingssysteem: ADL-hond).
Als de hulphond deels therapeutisch of helemaal niet therapeutisch is, wat moet de hulphond bieden? Als het gaat om geruststellende aanwezigheid, aandacht of veiligheid en niet meer dan dat, dan is de vraag: kan een gewone hond dit niet ook bieden? Daarbij wordt vaak het argument gehoord dat je met een officiële hulphond op meer plekken naar binnen mag dan met een gewone hond. Heeft men dan in feite niet vooral het hulp-hond-dekje nodig om de hond op bepaalde plekken mee te kunnen nemen? Is dat niet op een andere manier (via afspraken) op te lossen? Het zou te gek voor woorden zijn om een bedrag van € 15.000 tot € 20.000 uit te geven om met een hond op meer plekken naar binnen te mogen.
Heeft de cliënt meer nodig? Moeten er zaken worden geboden die een hond per definitie niet kan? Moet er gecommuniceerd worden, bijvoorbeeld, zoals in deze casus: is er ondersteuning nodig bij belangrijke beslissingen en het leggen en uitbreiden van sociale contacten? Dat zijn zaken die een hond per definitie niet kan (gebrek aan al dan niet abstract denken en menselijke communicatie) en waar een individueel begeleider bij nodig is. Het is dus van belang helder te krijgen wat de taken van de hulphond zijn. En dat zo concreet mogelijk. Daardoor wordt inzichtelijk of wat de hond moet doen een opleiding vereist en of wat de hond moet doen wel tot de mogelijkheden van een hond behoort.
De conclusie: of het gaat om een therapeutische hond, of het gaat om een gewone hond, of het gaat, met duidelijke onderbouwing, om een opgeleide hond. En daarnaast zal beslist moeten worden of er individuele begeleiding nodig is, in alle situaties. Die individuele begeleiding kan aanvullend zijn op een gewone hond of op een hulphond, met duidelijk omschreven doelen. Uitspraken van de rechter gaan vaak volledig uit van het gegeven dat er nog geen wetenschappelijk bewijs is over de effectiviteit van de hulphond.
De daarvoor noodzakelijke onderzoeken zitten wel in de pijplijn. De verwachting is dat de resultaten er over een jaar of 2 à 3 zullen zijn.
Op basis van het voorgaande zullen we zeer terughoudend omgaan met het vergoeden van hulphonden of van hun opleiding. Maatwerk blijft geboden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.8.
Hulphonden
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning: Nadere regels Wmo 2024