Omgevingswet

De Omgevingswet bevat regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daaronder vallen onderwerpen als natuur en milieu, maar ook water, wonen, infrastructuur en de inrichting van de buitenruimte. Naast de wet zelf zijn ook een viertal Besluiten belangrijk, te weten het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de laatste twee besluiten staan regels voor bedrijven & burgers en staat beschreven hoe het zit met bijvoorbeeld vergunningen. Momenteel wordt binnen de gemeente gewerkt aan de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl). Details met betrekking tot het groen zijn op het moment van schrijven van dit plan nog niet bekend.

De nieuwe Omgevingswet moet zorgen voor minder en duidelijkere regels en tegelijk voor meer samenhang in de benadering van de fysieke leefomgeving. Doordat er meerdere vergunningstelsels aan de omgevingsvergunning worden toegevoegd, kunnen initiatiefnemers voor alle relevante wetgeving terecht bij één loket. Lokaal gaat de wet voor meer afwegingsruimte en flexibiliteit zorgen. Zo mag een gemeente zelf ruimere of strengere regels stellen en dus individueel maatwerk bieden aan gebruikers van de leefomgeving. Als gemeente pas je deze regels zelf aan zodat ze aansluiten bij de lokale situatie.

De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2024.

Omgevingsvisie

De Structuurvisie van de provincie Zuid-Holland is recent vervangen door de Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Zuid-Holland (ruimtelijkeplannen.nl)). Hierin staat de visie op de ruimtelijke ordening met relevante trends & ontwikkelingen en de belangen van de provincie waaronder klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik.

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen die zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Uitgangspunt van het BBV is dat de begroting en jaarstukken allereerst voldoen aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Dit is ook van toepassing op het groenbeheer. Groen is namelijk een van de genoemde kapitaalgoederen in artikel 12 BBV.

Wet natuurbescherming

Volgens de Wet natuurbescherming mag er geen schade worden toegebracht aan vogels en andere beschermde dieren of planten bij werkzaamheden in de buitenruimte. Het bevoegd gezag voor de Wnb is de provincie waar het project of de handeling plaatsvindt; ontheffingsaanvragen voor Zuid-Holland lopen via Omgevingsdienst Haaglanden. Om te voorkomen dat voor alle groenwerkzaamheden apart ontheffingen moeten worden aangevraagd, kan gewerkt worden conform vastgestelde gedragscodes (Gedragscodes natuurbescherming (rvo.nl)).

Burgerlijk wetboek

Naast de algemene zorgplicht vanuit de Wnb geldt ook een zorgplicht voor eigenaren van bomen. De oorsprong van deze zorgplicht ligt in artikel 6.162 Burgerlijk wetboek (onrechtmatige daad). Deze zorgplicht betekent dat de boomeigenaar zijn boom regelmatig moet (laten) inspecteren en onderhouden ten behoeve van de veiligheid.

Europese verordening ‘Invasieve Uitheemse soorten’ en Europese Unielijst invasieve exoten

Een exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt. Als een soort schadelijk is voor de natuur noemen we ze invasieve exoten. Voorbeelden zijn Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Per 2 augustus 2022 telt de Unielijst zo’n 90 soorten. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst staan (bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming). Uitgezonderd een aantal soorten waarvoor het ministerie van LNV verantwoordelijk is. Van belang voor gemeenten:

  • - Als een soort op de Unielijst staat, is het verboden deze te verhandelen, kweken, vervoeren of importeren;
  • - Verplicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moet de populatie zodanig beheerd worden dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.