Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Reikwijdte en kaders uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024 gemeente Amsterdam

1.. De bij of krachtens dit besluit verleende mandaten en machtigingen strekken niet verder dan de uitoefening van die bevoegdheden die tot het takenpakket van de OD NZKG horen, te weten de uitvoering van taken en bevoegdheden zoals opgenomen in het bij dit besluit behorende mandaatregister, opgenomen in bijlage 1, op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Omgevingswet in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in afdeling 18.1 van de Omgevingswet genoemde wetten en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels. 2.. Indien het college een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst de directeur dan wel diens plaatsvervanger ter motivering van een besluit naar die regel. 3.. Het college zorgt ervoor dat de directeur dan wel diens plaatsvervanger over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur dan wel diens plaatsvervanger over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die namens het college worden uitgevoerd. 4.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger kan zonder een besluit van het college niet afwijken van de door het college vastgestelde stedelijke kaders, vastgelegd in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s, beleidsvisies, voor zover deze regelgeving van toepassing is op de gemandateerde taakuitvoering. Wanneer daarvan sprake is treedt de directeur in overleg met het college indien de directeur het noodzakelijk acht af te wijken van de in de vorengaande leden bedoelde kaders of het bedoelde beleid.

Rechtspraak bij dit artikel