Naar hoofdinhoud
1.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt aan het college desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het besluit verleende mandaat en machtiging. 2.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger informeert het college of de burgemeester bij het gebruik maken van de bevoegdheden indien sprake is van het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, politiek of bestuurlijk gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico’s van financiële aard. De directeur alsmede diens plaatsvervanger neemt hierbij de Algemene instructie uitoefening mandaat en machtiging die als bijlage 2 is opgenomen bij dit besluit in acht. 3.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger en het college overleggen regelmatig over beleids- doelstellingen en prioriteiten ten behoeve van de beheer- en beleidscyclus van de OD NZKG, in het bijzonder over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten. 4.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt conform de uitvoeringsovereenkomst een rapportage van de besluiten die in mandaat zijn genomen.

Rechtspraak bij dit artikel