Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6

Afwijken van de standaardaanpak

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Uithoorn

Het is mogelijk om een verzoek in te dienen om af te wijken van de standaardsaneringsaanpak en de bijbehorende standaard terugsaneerwaarden. In ieder geval mag er geen sprake zijn van een ‘onaanvaardbaar gezondheidsrisico’. Dit wordt onderbouwd door een toetsing met de risicotoolboxbodem (RisicotoolboxBodem.nl). Over het toetsingskader van de gemeente Uithoorn bij afwijkingen van de standaardterugsaneerwaarden staat meer in paragraaf 8.3 ‘Waarde toelaatbare kwaliteit bodem’. Een initiatiefnemer kan het bevoegd gezag verzoeken de afwijkende saneringsaanpak toe te staan. De juiste vorm voor dit verzoek is een maatwerkverzoek (voor bijvoorbeeld een afwijkende techniek of een andere leeflaagdikte dan de standaarddikte van 1,0 meter) of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (voor bijvoorbeeld een andere terugsaneerwaarde). Een dergelijk verzoek zal vaak samengaan met het voornemen een ‘bodemgevoelige locatie’ te realiseren (zie paragraaf 8.2). Het bevoegd gezag kan ook op eigen initiatief (ambtshalve) een maatwerkvoorschrift opleggen als daar een noodzaak voor is. Als een initiatiefnemer een verzoek doet voor een maatwerkvoorschrift, dan geldt hiervoor een beslistermijn van acht weken. Als het bevoegd gezag besluit om ambtshalve een maatwerkvoorschrift op te leggen, zal dit in principe binnen de termijn van vier weken gebeuren. Hiervan kan worden afgeweken als er bijvoorbeeld een maatwerkvoorschrift wordt opgelegd ter nadere invulling van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 Bal. Het afwijken van een standaardsaneringsaanpak zal altijd leiden tot een vorm van registratie/nazorg/gebruiksbeperking. Als een tuin bijvoorbeeld niet of minder wordt gesaneerd omdat deze niet als moestuin wordt gebruikt, zal dit leiden tot een gebruiksbeperking. In situ-saneringen Het is mogelijk een andere saneringstechniek te kiezen dan de standaard-aanpakken verwijderen van een verontreiniging door middel van ontgraving of het aanbrengen van een afdeklaag. In-situ saneringen kunnen worden uitgevoerd na een positief besluit op een verzoek om een maatwerkvoorschrift bij een melding van een voorgenomen sanering onder paragraaf 4.121 van het Bal of als onderdeel van een grondwatersanering. 4.7 Lozen van grondwater bij saneren Het lozen van grondwater bij saneren kan aan de orde zijn bij: Onderzoek voorafgaand aan saneren van de bodem; Onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; Saneren van de bodem of het grondwater; Onderzoek voorafgaand aan saneren van de bodem Bij een onderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 Bal in combinatie met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem (paragraaf 4.121 Bal) kan grondwater vrijkomen. Lozing van dit afvalwater is geregeld in artikel 5.7f Bal: op het vuilwaterriool, tenzij via een maatwerkvoorschrift een andere lozingsroute is toegestaan. Onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering Grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering mag op grond van het omgevingsplan onder voorwaarden op of in de bodem of op het schoonwaterriool worden geloosd. Grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering mag op grond van de waterschapsverordening onder voorwaarden op het regionale oppervlaktewater worden geloosd. Zie verder onder het kopje ‘Lozen van grondwater bij saneren van de bodem of het grondwater’. Het lozen op rijkswater of de Noordzee is geregeld in de hoofdstukken 6 en 7 Bal. Het is verboden om grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering op rijkswater of de Noordzee te lozen. Lozen van grondwater bij saneren van de bodem of het grondwater Saneren van de bodem is geregeld in paragraaf 4.121 Bal. Grondwatersanering is van deze activiteit uitgezonderd. Bij saneren van de bodem kan grondwater vrijkomen bij bemaling. Het Bal bevat de verplichting om de lozingsroute aan te geven in de melding voor het saneren van de bodem. Het Bal bevat regels over lozen bij saneren op rijkswateren (hoofdstuk 6) of de Noordzee (hoofdstuk 7). Verder is het lozen bij saneren van de bodem geregeld in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Bij een grondwatersanering kan ook grondwater vrijkomen. Door de provincie Noord-Holland zijn geen regels gesteld over grondwatersanering of het lozen daarbij. Het lozen bij een grondwatersanering is geregeld in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van het omgevingsplan op of in de bodem of het schoonwaterriool worden geloosd, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan. Voor het lozen op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden zoals bedoeld in bijlage XIX van het Bkl, gemeten in een steekmonster. Voor het lozen op een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan, gemeten in een steekmonster. Er wordt bij het lozen op een riool een zandvanger (bezinkinstallatie) gebruikt. Het grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool. Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege de activiteit saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van de waterschapsverordening worden geloosd op een regionaal oppervlaktewater, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan. De emissiewaarden verschillen voor een aangewezen of niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam. Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege de activiteit saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van paragraaf 6.2.7.5 en paragraaf 7.2.7.5 van het Bal worden geloosd op rijkswateren of de Noordzee, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan. Dezelfde regels gelden voor lozen op rijkswateren of de Noordzee bij graven in de bodem. Bevoegd gezag Als er afvalwater vrijkomt bij de milieubelastende activiteit saneren, bepaalt de lozingsroute wie bevoegd gezag is voor deze lozing. Er zijn 4 lozingsroutes. Tabel 4.2 laat zien wie bevoegd gezag is voor welke lozingsroute. Tabel 4.2Lozingsroutes na onttrekking van grondwater bij saneren Lozingsroute op: Bevoegd gezag Soort activiteit Regels in Rijkswateren en Noordzee Waterbeheerder (Rijkswaterstaat) Wateractiviteit Besluit activiteiten leefomgeving (Hoofdstukken 6 en 7 Bal) Regionale wateren Waterbeheerder (Waterschap) Wateractiviteit Waterschapsverordening Riool Gemeente Milieubelastende activiteit Omgevingsplan Op of in de bodem (ook bij lozing > 10 m diep) Gemeente Milieubelastende activiteit Omgevingsplan Als een bepaalde (andere) lozingsroute gewenst is, is het aan het bevoegd gezag om hier regels over op te stellen. Hierbij sluit het bevoegd gezag aan bij de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater. Ook stemt het bevoegd gezag van deze lozingsroute zo nodig af met andere bestuursorganen. Informatieplicht Voor het lozen bij saneren geldt in het omgevingsplan en de waterschapsverordening een informatieplicht. Ten minste vier weken van tevoren worden aan het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: De aard en omvang van de lozing; en De verwachte datum van het begin van de activiteit. Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Meldingsplicht Voor het lozen op rijkswater geldt een meldingsplicht (in combinatie met een informatieplicht).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel