In deze paragraaf worden de geluidbelastingen en de voorgeschreven dosismaten, de te beoordelen objecten en stille gebieden behandeld.
2.3.1.Europese dosismaat Lden
In de EU-richtlijn omgevingslawaai wordt het begrip geluidbelasting anders gedefinieerd dan in Nederland gebruikelijk is voor industrie. Voor deze definitie wordt verwezen naar (annex 1 van) de Richtlijn omgevingslawaai. De geluidbelasting in de Europese definitie wordt aangeduid als Lden.
De formule voor Lden is:
Met:
- - Lday: Het A-gewogen gemiddelde geluidniveau over lange termijn, als gedefinieerd is ISO 1996-2:1987, vastgesteld over alle dagperioden van een jaar.
- - Levening: Het A-gewogen gemiddelde geluidniveau over lange termijn, als gedefinieerd is ISO 1996-2:1987, vastgesteld over alle avondperioden van een jaar.
- - Lnight: Het A-gewogen gemiddelde geluidniveau over lange termijn, als gedefinieerd is ISO 1996-2:1987, vastgesteld over alle nachtperioden van een jaar.
- - De dagperiode telt 12 uur (07.00 tot 19.00), de avondperiode 4 uur (19.00-23.00) en de nachtperiode 8 uur (23.00-07.00)
In tabel 2 staat het verschil tussen Lden en de etmaalwaarde Leq voor verschillende voorbeeldsituaties.
Tabel 2. Vergelijking tussen Lden en de etmaalwaarde
Bron
Ldag
Lavond
Lnacht
Letmaal
Lden
Verschil
Continue bedrijf
40
40
40
50
46
-4
2-ploegendienst (08.00–22.00 uur)
50
49
0
54
49
-5
Dagbedrijf (08.00 uur – 17.00 uur)
49
0
0
49
46
-3
Rijksweg wegverkeer
50
49
42
52
52
0
Dorpsstraat wegverkeer
40
44
41
51
48
-3
Goederenlijn railverkeer
46
47
48
58
54
-4
Horeca (08.00 uur –08.00 uur)
39
49
50
60
56
-4
Opmerkingen:
- - De EU-richtlijn introduceerde in 2006 ook een andere grootheid: de Lnight. Deze grootheid komt overeen met het bekende begrip ’nachtwaarde’, één van de drie onderdelen van de etmaalwaarde, maar dan zonder de straftoeslag van 10 dB(A).
- - Volgens de definitie in de EU-richtlijn wordt de getalswaarde van Lden en de Lnight gevolgd door ’dB’, en niet door het in Nederland gebruikelijke ’dB(A)’. Dat betekent niet dat Europa de zogenaamde A-weging achterwege laat; het is slechts een keuze voor de schrijfwijze.
- - De A-gewogen decibelwaarde dB(A) is de meest gangbare eenheid voor geluidbelasting. De A-weging houdt rekening met de gevoeligheid van het menselijk oor voor de toonhoogte van het geluid.
- - In de richtlijn is verder bepaald dat bij de kartering Lden en Lnight worden bepaald ter plaatse van de gevel en op vier meter hoogte, waarbij alleen het invallend geluid wordt meegerekend.
- - Voor wat betreft industrielawaai is uitgegaan van de veronderstelling Lden = Letmaal op grond van de Richtlijn omgevingslawaai.
2.3.2. Geluidgevoelige bestemmingen en objecten
In de Wet milieubeheer artikel 11.1 is opgenomen dat geluidsgevoelige objecten (aangewezen gebouwen en geluidgevoelige terreinen) moeten worden gerapporteerd.
In de Wet milieubeheer zijn geluidsgevoelige objecten aangewezen die vanwege de bestemming of het gebruik ervan bijzondere bescherming tegen geluid nodig hebben. Dit is een beperkt aantal typen objecten. Rijkswaterstaat en ProRail hebben een bestand met geluidsgevoelige objecten, dat zij gebruiken bij het opstellen van hun geluidsbelastingkaarten. Zij hebben dit bestand via InfoMil beschikbaar gesteld aan gemeenten en provincies. Daarmee hanteert elke actor dezelfde uitgangspunten.
De “lagen” voor woningen en geluidsgevoelige terreinen komen uit het Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De gegevens in de “laag voor andere geluidgevoelige gebouwen” zijn ontleend aan de informatie over kwetsbare objecten van de risicokaart van IPO, BZK en IenW. Deze kaart bevat, volgens Infomil, voor deze objecten betere informatie dan de BAG.
Opmerkingen vanuit Infomil ten aanzien van de bestanden voor geluidgevoelige gebouwen:
Overheden gebruiken voor het tellen van onder andere het aantal geluidsgevoelige objecten per geluidsbelastingklasse vaak BAG-bestanden. Gemeenten hebben bij Infomil aangegeven dat het lastig is de telling van het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen eenduidig uit te voeren.
Op verzoek van InfoMil hebben Rijkswaterstaat en ProRail hun bestand beschikbaar gesteld. Dit bestand bevat overigens een aantal fouten. Het ministerie van IenM vindt dit aantal zeer klein ten opzichte van de landelijke schaal. Zij zien daarom geen aanleiding is om dit bestand te herzien. Daarbij is dit bestand al veel nauwkeuriger dan de gegevens uit ronde 1, 2 en 3.
Voor de 3e tranche zijn eerst de gegevens vanuit de BAG-bestanden gehanteerd om de berekeningen uit te voeren, waarna het bestand dat beschikbaar is gesteld via InfoMil hieraan is gekoppeld alvorens de geluidgevoelige gebouwen te tellen.
In de 4e tranche zijn er enkele wijzigen ten opzichte van de voorgaande tranche ten aanzien van geluidsgevoelige objecten en de berekening van het aantal bewoners:
- - Is een gebouw in gebruik als woning, maar heeft het geen woonbestemming? Dit gebouw maakt dan geen deel meer uit van de geluidskaart.
- - Medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven en terreinen bij "andere gezondheidszorggebouwen" en verpleeghuizen maken in principe geen deel meer uit van de geluidskaart. In de tabellen zijn zowel ziekenhuizen als verpleeghuizen wel als geluidgevoelige bestemmingen opgenomen/meegeteld.
- - Kinderdagverblijven en ligplaatsen voor woonschepen die voorkomen in het bestemmingsplan maken wel deel uit van de geluidskaart.
- - In artikel 6 van de Regeling geluid milieubeheer is expliciet aangegeven, dat gerekend moet worden in de vierde tranche met een aantal van 2,14 bewoners (i.p.v. 2,2 zoals in de 3e tranche) per woning. De aantallen worden bepaald in honderdtallen.
- - Er bestaat op dit moment nog geen gecorrigeerde dosis-effectrelatie voor gevelisolatie. Het aantal gehinderden wordt geteld zonder correctie voor gevelisolatie. Indien een gecorrigeerde dosiseffect relatie beschikbaar komt, kan op een facultatieve basis een correctie voor gevelisolatie worden toegepast.
- - Woningen op een gezoneerd industrieterrein hoeven niet in kaart te worden gebracht voor industrielawaai. Zij dienen echter wel te worden meegenomen in de geluidbelastingkaarten voor weg- en railverkeerslawaai.
2.3.3. Geluid en gezondheidseffecten
De Europese richtlijn omgevingslawaai is van toepassing op omgevingslawaai waaraan mensen worden blootgesteld. Het toepassingsgebied beperkt zich tot schadelijke en hinderlijke effecten door weg- en railverkeer en luchtvaart van een zekere omvang, alsmede specifieke vastgelegde industriële activiteiten. Om de schadelijke gevolgen van omgevingslawaai te bestrijden, moeten de actieplannen vooral gericht zijn op plaatsen waar hoge blootstellingniveaus schadelijke effecten kunnen hebben voor de gezondheid van de mens.
Om deze schadelijke effecten te bepalen moet een relatie worden gelegd tussen:
- - hinder en Lden voor lawaai van wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en industrie;
- - slaapverstoring en Lnight voor lawaai van wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en industrie.
Gezondheidseffecten
De gezondheidseffecten door geluid dienen in de 4e tranche beschreven te worden in het actieplan en niet in en bij de geluidsbelastingkaart, in tegensteling tot de vorige drie tranches waar dit op basis van dosis-effectrelaties gerapporteerd is.
Inzicht voor de gemeente:
Voor de gemeenten zal de per geluidklasse inzichtelijk worden gemaakt hoeveel woningen en het aantal bewoners/blootgestelden dit betreft, dus zonder dosis-effectrelatie.
Tabel 3. Voorbeeld in Rapportage gemeenten per klasse, aantal woningen en blootgestelden (bewoners)
Wegverkeerslawaai Totaal
overige geluidgevoelige bestemmingen
Lden [dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
55-59
21.522
47.300
9
3
6.014
60-64
14.171
31.200
3
0
1.732
65-69
7.601
16.700
0
0
1.058
70-74
190
400
0
0
97
75>
7
0
0
0
0
Totaal
43.491
95.600
12
3
8.901
Lnight [dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
50-54
19.553
43.000
3
3
6.001
55-59
11.942
26.300
0
0
1.7040
60-64
7.541
16.600
0
0
988
65-69
173
400
0
0
910
70>
5
0
0
0
0
Totaal
39.214
86.300
3
3
8.784
Spoorweglawaai totaal
overige geluidgevoelige bestemmingen
Lden [dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
55-59
4.231
9.300
1
0
1.5610
60-64
2.518
5.500
0
0
8990
65-69
1.071
2.400
0
0
676
70-74
235
500
0
0
201
75>
13
0
0
0
11
Totaal
8.068
17.700
1
0
3.348
Lnight[dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
50-54
2.281
5.000
0
0
1.306
55-59
1.787
3.900
0
0
723
60-64
472
1.000
0
0
208
65-69
38
100
0
0
25
70>
5
0
0
0
3
Totaal
4583
10.000
0
0
2.265
Vervolg tabel 3. Voorbeeld in Rapportage gemeenten per klasse, aantal woningen en blootgestelden
Industrielawaai
overige geluidgevoelige bestemmingen
Lden [dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
55-59
1.348
3.000
0
0
2
60-64
87
200
0
0
0
65>
43
100
0
0
0
Totaal
273
3.300
0
0
0
Lnight [dB]
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
50-54
87
200
0
0
2
55-59
43
100
0
0
0
60-64
0
0
0
0
0
65-69
0
0
0
0
0
70>
0
0
0
0
0
Totaal
130
300
0
0
2
Luchtvaartlawaai in KE
overige geluidgevoelige bestemmingen
Ke
aantal woningen
aantal blootgestelden afgerond op honderdtallen
aantal andere geluidgevoelige gebouwen
geluidgevoelige terreinen
woningen voorzien van extra geluidwering
35-39
6.218
13.700
0
0
0
40-44
1.146
2.500
0
0
0
45-54
187
400
0
0
0
55-64
21
0
0
0
0
65=>
0
0
0
0
0
Totaal
7.572
16.600
0
0
0
P.S. De aantallen in de geluidbelastingsklasse zijn afgeronde waarden. Het totaal is een optelling de niet-afgeronde getallen, waardoor het kan voorkomen door afronding mogelijk een kleine afwijking kan optreden. De aantallen blootgestelden dienen in honderdtallen te worden afgerond. Het totaal blootgestelden is gebaseerd op het aantal woningen maal 2,14 en daarna afgerond op honderdtallen. Hier kan een verschil ontstaan met de som van per geluibelastingsklasse,
2.3.4.Omrekening industrielawaai
Alle informatie over de geluidbelasting van inrichtingen en industrieterreinen kan uitgedrukt zijn in de ‘oude dosismaat’, bijvoorbeeld de etmaalwaarde. Bij de kartering is de nieuwe dosismaat Lden voorgeschreven. De Regeling omgevingslawaai geeft hiervoor de omrekeningsformule: Lden = Letmaal. Voor de kartering moet ook worden gekeken naar de nachtelijke geluidsbelasting, de Lnight; ook hier geeft de Regeling omgevingslawaai een formule: Lnight = Lden – 10.
Voor industrielawaai is uitgegaan van de vastgestelde contouren van de gezoneerde industrieterreinen welke binnen een gemeente aanwezig is. Op de geluidbelastingskaarten zijn de geluidcontouren opgenomen zoals deze zijn vastgesteld in Letmaal in dB(A).
Deze methode geeft niet de invoergegevens het werkelijke verbruik weer. Er wordt gebruik gemaakt van verleende vergunningen en/of standaard invoerwaarden of veronderstellingen, die uitgaan van maximale bedrijfssituaties met bijbehorende geluidniveau. De verzameling van werkelijke gegevens gaat gepaard met onevenredig hoge kosten.
2.3.5.Omrekening vliegtuiglawaai
Ke (Kosten eenheid) in plaats van Lden
Voor vliegtuiglawaai is de voor Eindhoven Airport bekende Ke-contour gehanteerd voor de kaarten en tabellen. Vanwege het feit dat Eindhoven Airport een militair vliegveld is met burgermedegebruik is momenteel geen geschikte omrekening beschikbaar gesteld van Ke naar Lden.
Het Ministerie van Defensie heeft begin 2022 de Ke-contouren voor de agglomeratie Eindhoven beschikbaar gesteld voor de 4e tranche. Voor Eindhoven Airport zijn geen Lden-contouren in beschikbaar.
De Ke is de ‘oude’ dosismaat voor het geluid van het vliegverkeer. Uitgaande van de kenmerken van de luchtvaartvloot van de jaren ‘60, is de Ke zo gedefinieerd dat hij rechtstreeks een schatting opleverde voor omvang van de ernstige geluidhinder. Het percentage ernstig geluidgehinderden is namelijk gelijk aan de Ke-waarde minus 10.
Van een populatie die is blootgesteld aan 35 Ke zou volgens deze schatting dus circa 25% ernstig geluidgehinderd zijn; 20 Ke levert een schatting van 10% ernstig geluidgehinderden.
Ke is de eenheid behorende bij de geluidmaat B65. B65 is de maat voor de geluidbelasting door passagiers- en vrachtvliegtuigen rond een luchthaven. De berekening van de B65-waarde in Ke wijkt af van de berekening van de equivalente geluidbelasting in dB(A) door het weg- en railverkeer (spoorweg) en van de industrie. In de Ke wordt de jaarlijkse geluidbelasting berekend door de bijdragen van alle vliegtuigen op een bepaalde wijze bij elkaar ‘op te tellen’. De bijdrage van een vliegtuig wordt daarbij uitgedrukt in het hoogste (piek)geluid en niet in het (meergangbare) expositieniveau waarbij niet alleen het piekgeluid maar ook het aanzwellende en wegstervende geluid van een passage is verdisconteerd. Daarnaast houdt de Ke geen rekening met de bijdragen van vliegtuigen die minder geluid veroorzaken dan 65 dB(A). Dit laatste wordt ook wel aangeduid met ‘afkap’.
Vanwege deze verschillen kan een geluidbelasting in Ke niet worden omgerekend in de geluidbelasting in dB(A).
De grootste verschillen tussen Lden en Ke zijn:
- - de wijze waarop de elementen "geluidniveau" en "aantal vliegtuigen" in de geluidbelastingsmaat zijn gecombineerd, de gevolgen hiervan zijn hierna beschreven;
- - de waarden van de etmaalweegfactoren en de perioden van het etmaal waarop zij betrekking hebben, de gevolgen daarvan zijn eveneens hierna beschreven;
- - de wijze waarop het geluidniveau van de afzonderlijke vliegtuigen wordt uitgedrukt, te weten LMax in Lden, het LAmax in de Ke;
- - Lden kent geen drempelwaarde (ook wel "afkapwaarde" genoemd), in de Ke is de drempelwaarde 65 dB(A); vliegtuigpassages met een lager geluidniveau worden in de Ke niet meegeteld.
Binnen de 35 Ke-zone mag geen nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen – zoals ziekenhuizen, scholen, enz - plaatsvinden. Op deze regel zijn in het BGGL gespecificeerde uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de nieuwbouw dient om gaten tussen bestaande woningen op te vullen. Wordt daarvan gebruik gemaakt, dan moet de nieuwbouwwoning geïsoleerd worden tegen vliegtuiglawaai.
LAeq-nacht in plaats van Lnight
Lnight zou (met een foutmarge) omgerekend kunnen worden vanuit de veelgebruikte eenheid LAeq-nacht. Deze LAeq-nacht is voor echter Eindhoven Airport niet beschikbaar, dus de Lnight is niet te berekenen. Daarnaast geldt voor Eindhoven Airport normaal gesproken (voor sommige gevallen maakt het Ministerie van Defensie of het Verkeer en Waterstaat een uitzondering) een vliegverbod tussen 23.00 uur en 07.00 uur.
Eindhoven Airport is geopend voor civiel vliegtuigverkeer van maandag tot en met zondag van 07:00 tot 00:00 uur. 's Nachts is de luchthaven gesloten. In principe zijn er geen geplande landingen na 23:00 uur toegestaan. Vertraagde vluchten mogen nog wel na 23.00 uur landen.
Vliegbasis Eindhoven, het militaire vliegveld van Eindhoven Airport, is op werkdagen geopend van 07.00 tot 24.00 uur en in het weekend van 8.00 tot 24.00 uur. Defensie kan in alle perioden militaire oefeningen uitvoeren. Vliegbasis Eindhoven is de thuisbasis van het Air Mobility Command van de Koninklijke Luchtmacht. De belangrijkste taak is het uitvoeren van militair luchttransport voor wereldwijde militaire operaties, humanitaire missies en speciale opdrachten. Daarnaast verricht luchtmachtpersoneel dag en nacht luchthaventaken voor Eindhoven Airport.
Voor de volledigheid worden hieronder deze factoren LAeq-nacht en Lnight kort toegelicht.
De grootste verschillen tussen Lnight en LAeq-nacht zijn:
- - Lnight heeft betrekking op de situatie buitenshuis, LAeq-nacht op het geluid binnen de slaapkamer;
- - Lnight betreft het vliegverkeer van 23.00 tot 07.00 uur, LAeq-nacht het vliegverkeer van 23.00 tot 06.00 uur.
Binnen de 26 dB(A) LAeq-nacht-zones - voorzover die liggen buiten de Ke-zones - mag wel nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen plaatsvinden. De reden hiervan is, dat het specifieke effect waarop de LAeq-nacht betrekking heeft - slaapverstoring - beter dan de hinder die door de Ke wordt beschreven, door isolatiemaatregelen te verminderen is. Daardoor is een nieuwbouwverbod niet nodig. Wel moeten nieuwbouwwoningen geïsoleerd worden, op dezelfde wijze als bestaande woningen.
2.3.6. Stille gebieden
Stille gebieden zijn beschreven in artikel 6 Besluit geluid milieubeheer. Stille gebieden zijn aangewezen in een:
- - provinciale verordening
- - provinciale milieubeleidsplan
- - gemeentelijke verordening
Het zijn dus gebieden die door deze aanwijzing een speciale status hebben. Alleen een gemeente binnen een agglomeratie kan stille gebieden aanwijzen in een gemeentelijke verordening.
Geografische kaarten
Op geografische kaarten van agglomeratiegemeenten zijn de grenzen van stille gebieden aangegeven. Deze gebieden zijn aangewezen door de gemeente of de provincie.
Op de kaarten van belangrijke (spoor)wegen van provincies en het Rijk zijn de grenzen van een stil gebied aangegeven als het binnen een afstand van 2,5 km tot de (spoor)weg ligt. Dit is gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook of spoorstaaf. Ook deze gebieden zijn aangewezen door de gemeente of de provincie. Deze weergave is belangrijk voor de bescherming van deze gebieden. Bij een verandering aan een belangrijke (spoor)weg is dan gewaarborgd dat stille gebieden in de nabijheid van die (spoor)weg wordt beschouwd.
Het is niet nodig de geluidsbelasting ter plaatse aan te geven op de geluidsbelastingkaarten. In het kader van de Europese richtlijn omgevingslawaai is in de Wet geluidhinder de mogelijkheid gecreëerd dat een agglomeratiegemeente bij gemeentelijke verordening stille gebieden aanwijst. Dit is een nieuwe mogelijkheid naast de al bestaande milieubeschermingsgebieden (vroeger: stiltegebieden) bedoeld in art 1.2.2.b van de Wm, die konden worden aangewezen door de provincie.
Binnen de agglomeratie Eindhoven zijn geen vastgestelde stille gebieden. Er zijn vooralsnog geen voornemens om stille gebieden aan te wijzen. Dit zal namelijk tevens afhankelijk zijn van de uitkomsten van de geluidbelastingkaarten.