**1..** Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, verboden in die inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot het gezin van de houder van dit horecabedrijf behorende personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken of van slecht zedelijk gedrag zijn en wier namen als zodanig schriftelijk aan die houder zijn opgegeven.
**2..** Het is aan de persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het eerste lid door de burgemeester aan de houders van openbare richtingen, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te bevinden nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld.
**3..** Het verbod in het tweede lid geldt voor een bepaalde periode, die niet langer is dan een jaar.
**4..** 4 .De houder van dat horecabedrijf is verplicht, indien een persoon als bedoeld in het eerste lid die zich in het horecabedrijf bevindt, en in gebreke blijft dit horecabedrijf te verlaten, hiervan terstond kennis te geven aan de politie.
**5..** Het is de houder van een horecabedrijf, zijn huisgenoten en zijn personeel verboden inzage te verlenen in de opgave als bedoeld in het eerste lid van dit artikel of daaromtrent mededelingen te verstrekken aan anderen dan ambtenaren van politie.
**6..** De in het eerste lid bedoelde personen, die zich in een horecabedrijf bevinden zijn verplicht op de eerste aanzegging van de houder van dat horecabedrijf of op vordering van een ambtenaar van politie het horecabedrijf te verlaten.