Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 1.1

Algemene reserve

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021

1.. De raad stelt reserves in en besluit tot mutaties in, en het opheffen van de reserves. 2.. De raad kan gedurende het jaar beslissingen nemen over reservevorming of mutaties daarin. Bijvoorbeeld als onderdeel van de vaststelling van een beleidsnota of een raadsbesluit, indien nodig aangevuld met een begrotingswijziging. Aanwending van de algemene reserve kan alléén plaatsvinden door het nemen van een expliciet raadsbesluit. 3.. In het raadsvoorstel voor het instellen van een nieuwe reserve wordt ingegaan op het doel, de aard en omvang en de grondslag voor mutatie van de reserve. 4.. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves vinden plaats via resultaatbestemming en niet binnen de programma's. 5.. Reserves kunnen in principe niet negatief zijn. In theorie zou de algemene reserve een negatieve stand kunnen hebben. 6.. De basisregel is dat het batig exploitatiesaldo en opbrengsten als gevolg van incidentele oorzaken, bijvoorbeeld de gerealiseerde boekwinst bij verkoop van aandelen of eigendommen, toegevoegd worden aan de algemene reserve. 7.. De hoogte van de bufferfunctie van de algemene reserve bepalen op basis van de ratio weerstandsvermogen. Als ondergrens voor bufferfunctie € 11 mln. hanteren. 8.. Te streven naar een minimale hoogte van de financieringsfunctie van de algemene reserve van € 4 mln., zodanig dat de ondergrens van de bufferfunctie en de financieringsfunctie gezamenlijk minimaal € 15 mln. bedraagt. Bij een hogere benodigde bufferfunctie dan € 15 mln. kan deze financieringsfunctie komen te vervallen. 9.. De algemene reserve wordt administratief als één bedrag gepresenteerd met een minimum omvang van € 15 mln. 10.. Wanneer de algemene reserve onder het vastgestelde minimum komt, wordt dit bedrag aangezuiverd. De termijn waarop een te lage algemene reserve weer op peil gebracht moet worden, is vastgesteld op de planperiode in de meerjarenraming.

Rechtspraak bij dit artikel