Het onderhoud van kapitaalgoederen kan in een bepaald jaar leiden tot hoge pieken in de uitgaven. Daarbij kan het voorkomen dat onderhoud aan kapitaalgoederen in het jaar van planning toch niet noodzakelijk is en het doelmatig is om het onderhoud uit te stellen naar latere jaren. Dit leidt tot fluctuaties in de begroting en kan er toe leiden dat het budgetbeheer voor onderhoud in de exploitatie niet altijd efficiënt en transparant is bijvoorbeeld doordat budgetten doorgeschoven moeten worden naar volgende jaren. Het instellen van onderhoudsvoorzieningen is een goede mogelijkheid om deze effecten te voorkomen.
Keuze ten aanzien van het vormen van een voorziening voor het onderhoud van kapitaalgoederen:
Het vormen van een voorziening per kapitaalgoed ter spreiding van ongelijkmatige lasten, gerelateerd aan de beheerplannen. Voorbeelden: voorziening wegen, voorziening gebouwen etc.
Geen voorzieningen instellen en de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren voor de te verwachten bedragen in de meerjarenraming opnemen.
Voorgesteld wordt om facultatieve voorzieningen in te stellen voor kapitaalgoederen ter spreiding van ongelijkmatige lasten gerelateerd aan beheerplannen.
Het beleid ten aanzien van vervanging van rioleringen is dat een spaarvoorziening wordt ingericht om alle vervangingsinvesteringen voor riolering uit deze voorziening te kunnen dekken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Facultatieve voorzieningen
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021