Inleiding
Het bestuurlijk referentiekader is door het Algemeen bestuur van de OD NZKG vastgesteld op 21 december 2018. Het was opgenomen in hoofdstuk 3 van het Regionaal Uniform Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 OD NZKG.
Het bestuurlijk referentiekader was het vertrekpunt van de evaluatie/ actualisatie en waar nodig bijstelling. Bij de voorbereiding van dit VTH- beleid is destijds een analyse gemaakt van de strategische documenten en werkwijzen die de deelnemende bestuursorganen en de OD NZKG gebruiken bij de uitvoering van VTH-taken. Daar is een bestuurlijk referentiekader uit afgeleid voor de sturing op de regionale uitvoering. De OD NZKG blijft werken langs de vijf elementen van het bestuurlijk referentiekader.
Bestuurlijk referentiekader
De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie geeft richting aan de praktijk, met prioriteiten, methoden en werkwijzen. Dat gebeurt met concrete keuzes en handvatten voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hiermee wordt de strategie praktisch uitvoerbaar. Tegelijkertijd voorziet deze strategie in vijf gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten voor de inrichting en organisatie van het stelsel van VTH in de vier regio’s van de provincie Noord-Holland. De vijf uitgangspunten vormen tezamen een referentiekader voor de verantwoordelijkheid van elk bevoegd gezag in de vier regio’s voor A) de adequate organisatie van bevoegdheden en taken, en B) de inhoudelijke onderbouwing van keuzes en prioriteiten. Deze is in de lijn met het vastgestelde bestuurlijke referentiekader van de OD NZKG uit 2018.

1. Opgavegericht en beleidssensitief sturen met maatwerk
Beleid moet doordacht samenhangen met de realisatie in de uitvoerings- praktijk. Andersom geldt hetzelfde. Om deze wederkerigheid tussen beleid en uitvoering te creëren en te borgen, is maatwerk nodig bij de aanpak van situaties die niet “standaard” kunnen worden opgelost door toepassing van vooraf geschreven regels. Dat speelt ook bij de grote maatschappelijke opgaven (zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, water en bodem) omdat daarbij veelal sprake is van complexiteit en samenloop van veel feiten en belangen binnen dezelfde tijd en ruimte. Dat soort omstandigheden versterkt de behoefte aan maatwerk. Deze gezamenlijke uitvoerings- en handhavingsstrategie voorziet erin dat VTH-taken opgavegericht en beleidssensitief worden georganiseerd en uitgevoerd met oog voor de belangen in de omgeving.
2. Preventief handelen
Voorkomen is beter dan genezen. Dat betekent dat primair wordt ingezet op preventie, met als doel de spontane naleving van wet- en regelgeving door burgers, bedrijven en instellingen te vergroten. De inzet van VTH is bij voorkeur gericht op het waarmaken van eigen verantwoordelijkheid, maar waar nodig is sprake van interventie en correctie met een intensiteit die proportioneel en effectief is.
3. Informatiegestuurd werken
De uitvoering van het beleid voor de fysieke leefomgeving is informatie- intensief. Er is voortdurend sprake is van het vergaren, uitwisselen en toetsen van (bovenregionale) data over de fysieke situatie, de belangen die daarmee gemoeid zijn en de technische, financiële en wettelijke kaders, ook met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen. De omgevingsdiensten voorzien in kennis, kunde en informatie over de fysieke leefomgeving
en zij levert vanuit die positie een belangrijke bijdrage aan de correcte toepassing van het omgevingsrecht. Daardoor kan goed onderbouwd worden beoordeeld welke activiteiten en ontwikkelingen mogelijk zijn binnen de relevante juridische, technische en financiële bandbreedtes. De omgevingsdiensten streven ernaar om op basis van haar expertise en databeheer een verbindende partner te zijn.
4. In gelijke situaties gelijkwaardig optreden
De besturen van de omgevingsdiensten zijn eraan gehouden om gelijke situaties zoveel mogelijk gelijk te behandelen, maar ook om oog te hebben voor de bijzonderheden van situaties. Dat lijkt een tegenstrijdige opgave, maar deze eenheid en verscheidenheid is goed te organiseren door onder- scheid te maken tussen standaardsituaties, complexe gevallen en unieke opgaven. Tussen deze drie types kan de strategie verschillen terwijl binnen ieder type een uniforme aanpak wordt gevolgd. Het onderscheidend criterium is de dynamiek in de omstandigheden, die relevant is om een geval te onderscheiden van andere gevallen. Het gevolg van de toepassing van typologieën van situaties is dat vergelijkbare situaties zoveel mogelijk op gelijke wijze worden afgehandeld: willekeur en rechtsongelijkheid wordt voorkomen en het proces is voorspelbaar. Tegelijkertijd wordt voldaan aan het vereiste van evenredige belangenafweging in de context van individuele gevallen. Er worden drie typen onderscheiden:
Type 1: Standaardsituaties
Dit type kenmerkt zich door een vooraf programmeerbaar verloop van de beleidscyclus voor een grotere groep van gelijksoortige gevallen. De omgevingsdiensten werken voor de standaardsituaties zoveel mogelijk langs standaardwerkprocessen en procedures. Het is mogelijk om te sturen op het doelbereik, bijvoorbeeld door te werken met controlefrequenties en algemene regels zonder (veel) variatie. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor het grootste deel van de werkvoorraad.
Type 2: Complexe gevallen
Dit type kenmerkt zich door een grilliger verloop van de uitvoering van de beleidscyclus in termen van doelbereik, benodigde inzet van kennis, capaciteiten informatie en invloed van de betrokken stakeholders. De aanpak moet per situatie bekeken worden. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor een smaldeel van de werkvoorraad.
Type 3: Unieke opgaven
Dit type kenmerkt zich door veel maatwerk en intensieve afstemming ten aanzien van de doelen en in te zetten middelen. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor uitzonderlijke gevallen binnen de werkvoorraad.
5. Samenwerken door afstemming van beleid, taken en bevoegdheden De competenties zijn in het omgevingsrecht en -beleid verdeeld over meerdere bestuursorganen en uitvoeringsorganisaties: het vereist samen- werking om tot een samenhangende, informatie gestuurde benadering van beleidsopgaven te komen. Maar samenwerking is ook noodzakelijk vanwege het streven naar een effectieve aanpak van situaties, het bevorderen van een gelijk speelveld en om de dienstverlening efficiënt in te richten.