Lokale en regionale initiatieven
Bij het beoordelen van individuele initiatieven is de regionale bedrijventerreinenstructuur van toepassing:
- - Lokale initiatieven passend binnen de bandbreedte van de lokale vraagraming worden op gemeentelijk niveau behandeld.
- - Lokale initiatieven buiten de bandbreedte van de lokale vraagraming worden regionaal besproken.
- - Initiatieven van buiten de regio worden doorverwezen naar de twee regionale bedrijventerreinen A18 Bedrijvenpark en de Laarberg. Indien initiatieven van buiten de regio zich beargumenteerd richten op een locatie buiten de twee regionale bedrijventerreinen, dan wordt dit regionaal afgestemd.
- - Bij het vinden van een plek voor bedrijven van binnen en buiten de regio geldt dat de aard en schaal van een bedrijf moet passen bij de werkmilieus zoals vermeld in het RPW Achterhoek. Het juiste bedrijf op de juiste plek betekent dat uitbreiding van lokaal gewortelde bedrijven ook lokaal gefaciliteerd wordt, tenzij het bedrijf de aard en schaal van het lokale bedrijventerrein ontgroeit. Op dat moment komt verplaatsing naar regionale bedrijventerreinen ter sprake. De regionale bedrijventerreinen vervullen een opvangfunctie voor lokale bedrijven waarvoor binnen hun kern of gemeente geen geschikte plek meer gevonden kan worden, zodat op lokale bedrijventerreinen weer ontwikkelruimte ontstaat voor andere/nieuwe bedrijven.
- - Bedrijven zijn verantwoordelijk voor een goede huisvesting van arbeidsmigranten. Gemeenten maken hierover met het bedrijf afspraken bij de uitgifte van gronden, bijvoorbeeld via een huisvestingsplan.
Grote ruimtevragers van buiten de regio
Bij het faciliteren van bedrijven van buiten de Achterhoek en met een omvang groter dan 5 hectare moet, aanvullend op bovenstaande uitgangspunten, ook aan de extra uitgangspunten van het Programma GRIP (op grote ruimtevragers) worden voldaan (zie het tekstkader voor nadere toelichting).
Grip op grote ruimtevragers
Vanaf begin 2022 hebben Rijk en provincies afspraken gemaakt om meer grip te krijgen en houden op de vestiging van grootschalige bedrijfsvestigingen, gedefinieerd als nieuwe vestigingen van meer dan 5 hectare). Het doel hiervan is een succesvol, duurzaam en economisch verantwoord vestgingsbeleid voor grote bedrijfsvestigingen dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke kwaliteit, rekening houdt met mobiliteitseffecten.
Om wildgroei te voorkomen, streven partijen naar zorgvuldig ruimtegebruik, het behoud van openheid van het landschap en kwalitatief en kwantitatief voldoende, multimodaal ontsloten bedrijventerreinen. Om die reden wordt via de provincies aan de regio’s en gemeenten gevraagd in de programmeringsafspraken voor werklocaties voorwaarden op te nemen voor de vestiging van grootschalige bedrijfsvestigingen, waarbij onder meer de economische meerwaarde van een grote bedrijfsvestiging moet worden aangetoond.
De gemeenten in de Achterhoek spreken ten aanzien van de uitgangspunten van ‘Grip op grote ruimtevragers’ het volgende af:
- - Economische meerwaarde: nieuwe grootschalige bedrijven van buiten de regio worden beoordeeld op hun regionale economische meerwaarde en bijdrage aan het versterken van de werkgelegenheid en/of het vestigingsklimaat voor bestaande bedrijven in de regio. De ruimte op bedrijventerreinen is schaars en de Achterhoekgemeenten faciliteren daarom enkel bedrijven die de Achterhoek versterken.
- - Zorgvuldig ruimtegebruik: zowel voor bestaande als voor nieuwe terreinen geldt dat zorgvuldig ruimtegebruik centraal staat. Nieuwe terreinen worden ruimtelijk slim, d.w.z. met zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, en met het juiste bedrijf op de juiste plek ontwikkeld en uitgegeven.
- - Clusteren: nieuwe grootschalige bedrijven worden zo veel mogelijk geclusterd op daartoe aangewezen bedrijventerreinen en moeten passen bij het profiel (sector/werkmilieu), energieverbruik en grondstoffenstromen op het terrein.
- - Inrichting: de Achterhoekgemeenten hanteren de principes van duurzame gebiedsontwikkeling bij herontwikkeling van bestaand en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Dat wil zeggen dat (onder andere) inpassing in het landschap en de omgeving een uitgangspunt zijn.