De gemeenten in de Achterhoek benadrukken dat bij de planvorming en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen een integrale ruimtelijke afweging moet plaatsvinden. Op het moment dat gemeenten een plan melden tijdens het bestuurlijk RPW-overleg gaan zij in ieder geval in op de volgende randvoorwaarden:
Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen
- - Duurzame gebiedsontwikkeling: gemeenten hebben oog voor de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bestaande bedrijventerreinen. Verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen is standaard onderdeel en steeds vaker het hoofddoel van revitalisering. Daarmee wordt ruimte gemaakt voor voldoende waterberging en het vergroenen van de openbare ruimte en waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat. Ondernemers hebben hierin een rol op hun bedrijfskavel. Dit vraagt op bestaande bedrijventerreinen aandacht voor de wisselwerking en afweging tussen verduurzaming en vergroening enerzijds en intensiever benutten voor economische activiteiten anderzijds. Dit gaat niet per definitie hand in hand. Klimaatadaptatie en herstructurering vragen inzet van gemeente, regio en provincie. Bijvoorbeeld door de opbrengst van nieuwe terreinen in te zetten voor opknappen bestaande terreinen. Het eveneens inzet van vastgoedeigenaren en ondernemers op hun eigen terrein.
- - Energievoorziening: gemeenten stimuleren de energietransitie op bedrijventerreinen. Op bestaande terreinen werken gemeenten samen met ondernemers aan (innovatieve) oplossingen voor netcongestie. Indien noodzakelijk wordt hiervoor ruimte gezocht in de openbare ruimte.
- - Bereikbaarheid: bereikbaarheid en verkeersveiligheid zijn belangrijke aandachtspunten bij herstructurering en uitbreiding van bedrijventerreinen en bepalen mede in hoeverre bedrijfsuitbreiding nog past bij de aard en schaal van het bedrijventerrein.
- - Ruimte voor circulaire activiteiten: bestaande bedrijven maken in meer of mindere mate de omslag naar circulaire productieprocessen. Gemeenten stimuleren en faciliteren dit waar mogelijk.
- - Ruimte voor hoge milieucategorieën (hmc): bij bedrijfsverplaatsingen en herontwikkeling van bestaande terreinen staat het credo ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’ centraal. Dat wil zeggen dat hmc-bestemmingen zoveel mogelijk als zodanig worden benut. Gemeenten zorgen ervoor dat hmc-kavels door hmc-bedrijven worden benut. Dat betekent dat gemeenten, indien er instemming nodig is van de gemeente, niet meewerken aan vestiging van niet-hmc-activiteiten op hmc-kavels. Indien mogelijk wordt het instrument minimale milieucategorie toegepast ter aanvulling op de gebruikelijke maximale milieucategorie op het moment dat een bestemmings-/omgevingsplan van een bestaand terrein wordt aangepast.
Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen
Omdat het ontwikkelen van een bedrijventerrein al snel 10 jaar duurt, is het wenselijk om in de programmering niet alleen te kijken naar de periode tot en met 2030, maar rekening te houden met de ruimtevraag die in de periode daarna, van 2031 tot en met 2040, verwacht wordt. Ook voor die periode geldt dat gemeenten individueel programmeren, maar altijd met een regionale blik – waarbij het RPW-overleg ruimte biedt voor discussie hierover.
Dat betekent dat de gemeenten in de programmering van bedrijventerreinen ook rekening houden met de bandbreedte van de ruimtebehoefte in de periode 2031 tot en met 2040 volgens de ontwikkelruimte die per gemeente inzichtelijk gemaakt is. Dat doen zij realistisch en gefaseerd op basis van de inzichten uit monitoring en vierjaarlijkse actualisatie van het RPW. Alleen zo kunnen de economische ambities van de Achterhoek ook op de lange termijn gefaciliteerd worden.
Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is bovendien aandacht voor kwalitatieve en ruimtelijke aspecten:
- - Duurzame gebiedsontwikkeling bestaande uit meerdere aspecten, waaronder:
- - Slim ruimtegebruik, door waar mogelijk meervoudig ruimtegebruik als uitgangspunt te nemen.
- - Klimaatadaptatie en landschappelijke inpassing. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen staan de volgende aspecten centraal: voldoende ruimte voor waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat. Hiermee geven de gemeenten uitvoering aan de duurzame ontwikkelprincipes uit het Achterhoeks ruimtelijk perspectief. In bijlage 3 is ter inspiratie een overzicht opgenomen van mogelijk te nemen maatregelen.
- - Energievoorziening: het Coalitieakkoord Gelderland Gewoon Doen stelt dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden in combinatie met oplossingen voor duurzame energievoorziening. De Achterhoek ondersteunt en stimuleert dit. Zicht op een duurzame energievoorziening is daarom een randvoorwaarde bij de uitgifte van bedrijventerreinen. Dit kan door middel van aansluiting op het elektriciteitsnet, maar ook door innovatieve lokale oplossingen. Op het moment dat een nieuw bedrijventerrein aanbesteed wordt, wordt aan de inschrijvende partij(en) gevraagd de energievoorziening in overleg met de gemeente, provincie en netbeheerder nader uit te werken.
- - Bereikbaarheid: ontwikkeling vindt plaats middels landelijke en provinciale wet- en regelgeving ten aanzien van bereikbaarheid en mobiliteit.
- - Ruimte voor circulaire activiteiten: gemeenten onderkennen het belang van ruimte voor circulaire activiteiten. Circulaire activiteiten worden op dezelfde wijze beoordeeld als andere initiatieven op bedrijventerreinen.
- - Ruimte voor hogere milieucategorieën (hmc): bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijven-terreinen wordt, waar mogelijk, ruimte geboden aan bedrijvigheid met een hogere milieucategorie. Bij de uitgifte staat het credo het juiste bedrijf op de juiste plek centraal. Dat wil zeggen dat gemeenten zich inspannen om activiteiten die zich vestigen zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestemde en beschikbare milieuruimte. Hiervoor passen gemeenten het instrument minimale milieucategorie toe ter aanvulling op de gebruikelijke maximale milieucategorie.