In voorgaande paragraaf is vastgelegd hoe wij de benodigde weerstandscapaciteit bepalen samenhangend met de grondexploitaties. Om te beoordelen of er voldoende weerstandscapaciteit is, dient vervolgens het weerstandsvermogen bepaald te worden. Dit betekent dat een vergelijking gemaakt dient te worden tussen de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Hiertoe hanteren wij onderstaande formule:
Weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit
Ligt deze breuk boven de 1 dan kan geconcludeerd worden dat er voldoende weerstandscapaciteit is. Ligt de breuk onder de 1 dan kan geconcludeerd worden dat er in feite te weinig weerstandscapaciteit beschikbaar is.
Om niet al te grote jaarlijkse schommelingen te hebben in overtollige weerstandscapaciteit of behoeften aan extra weerstandscapaciteit is onze bedoeling deze breuk in ieder geval tussen 1,0 en 1,4 te hebben liggen. Boven de 1,4 kan het meerdere vrij besteed worden, onder de 1,0 is extra weerstandscapaciteit noodzakelijk.
Tabel 5.4 Uitgangspunten weerstandsvermogen
Uitgangspunten
Het weerstandsvermogen wordt bepaald door: weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit
Deze breuk moet tussen 1,0 en 1,4 liggen. Boven de 1,4 kan het meerdere vrij besteed worden, onder 1,0 is extra weerstandscapaciteit noodzakelijk
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.3
Weerstandsvermogen
Onderdeel van Nota grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard