**1..** Bij de draagkrachtberekening wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm. De kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd betreffen individuele kosten waarvan men niet wordt geacht die te kunnen delen met medebewoners.
**2..** Onder meerinkomen wordt verstaan het verschil tussen het netto jaarinkomen inclusief vakantietoeslag van de aanvrager en de op hem van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag op grond van de Participatiewet. Daarbij dient uit te worden gegaan van de norm voor een niet in een inrichting verblijvende persoon, ook als de persoon in werkelijkheid wel in een inrichting verblijft.
**3..** Indien de vakantietoeslag over het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, dient de vakantietoeslag berekend te worden op grond van artikel 11 Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
**4..** De draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld op 35% van het meerinkomen van de aanvrager en op 50% van het meerinkomen voor de aflossing van leenbijstand.
**5..** De draagkracht wordt in afwijking van voorgaande vastgesteld op 100% van het meerinkomen boven de norm, indien sprake is van één of meer van onderstaande kostensoorten:
kosten van begrafenis of crematie;
kosten in verband met tijdelijke opname in inrichting of detentie;
woonkostentoeslag
**6..** Voor het inkomstenbegrip wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen over de in aanmerking te nemen middelen van artikelen 32 en 33 Participatiewet. Wettelijke inkomstenvrijlatingen en premies blijven buiten beschouwing, evenals de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag op grond van de Participatiewet.
**7..** In afwijking van lid 5 wordt voor een alleenstaande ouder die geen uitkering ontvangt van de gemeente het meerinkomen, zoals bepaald in lid 1 van dit artikel, afgezet tegen de norm van een alleenstaande ouder vermeerderd met de alleenstaande-ouderkop zoals deze door de Belastingdienst wordt uitbetaald.
**8..** Bij de draagkrachtberekening mag het deel van het inkomen waar beslag op ligt niet meegenomen worden in de berekening, omdat aanvrager over dat deel redelijkerwijs niet kan beschikken
**9..** Er wordt geen draagkracht aanwezig geacht indien er sprake is van een aantoonbare minnelijke of wettelijke schuldregeling en er geen ruimte is binnen het vastgestelde vrij te laten bedrag (vtlb).
**10..** Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling (15% of meer), of een wijziging in de leefsituatie die leidt tot een andere bijstandsnorm waar het inkomen tegen wordt afgezet, dan wordt de draagkracht per de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt gewijzigd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Draagkracht uit inkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Rijssen-Holten 2024